'Noren staan er meestal als ze er moeten staan'

HELSINKI, 12 AUG. Het van de Winterspelen bekende volkslied zal vanavond alweer voor de tweede keer klinken in het Olympisch Stadion van Helsinki. Het dun bevolkte Noorwegen, dat eerder dit jaar in Lillehammer negen gouden medailles veroverde, zet zijn sportsuccessen voorlopig voort bij het Europees atletiekkampioenschap. Geir Moen won gisteren de 200 meter, een dag eerder was Steinar Hoen de beste bij het hoogspringen.

Noorwegen staat nu op twee keer goud, één zilver en één brons. Vier jaar geleden bij het EK in Split was de buit nog slechts één tweede plaats. En in Helsinki zijn de komende dagen Trine Hattestad (speerwerpen), Hanne Hauglund (hoogspringen) en het duo Atle Douglas en Vebjorn Rodal (800 meter) ook nog kanshebbers voor een medaille.

Het kan niet op bij de Noren. Er werden dit seizoen in de atletiek al dertig nationale records verbeterd. Moen was gisteravond op de 200 meter de dertigste in een fraaie 20,30 seconden. Het succes heeft volgens de betrokkenen met een combinatie van factoren te maken. “De Noren zijn vaak niet de grootste talenten in hun tak van sport”, legt hoogspringer Hoen uit. “Dat geldt voor mezelf ook. We moeten dus zorgen dat we de beste coaches en beste trainingsprogramma's hebben.”

Hij zegt harder te trainen dan wie van zijn concurrenten ook. “Ik train het hele jaar door twee keer per dag. Ik heb het geluk dat ik niet tenger ben. Mijn lichaam kan wel wat hebben.” De mentaliteit zorgt voor de rest. Hoen voelde tijdens de finale van het hoogspringen een behoorlijke druk op zijn schouders, maar bezweek er niet onder. “Als je maar een beetje kans hebt, verwachten ze in Noorwegen meteen goud. Vaak lukt dat ook nog. Dat zie je aan de Winterspelen. Noren staan er meestal als ze er moeten staan.”

Het is volgens Hoen van groot belang geweest dat de houding in Noorwegen ten opzichte van topsport is veranderd. Men vindt het niet meer raar dat er geld mee verdiend kan worden en bovendien stellen overheid en bedrijfsleven financiën beschikbaar. Daarvan worden allereerst goede, ervaren coaches aangetrokken die hun werk in de sport vaak wetenschappelijk benaderen. De trainer van sprinter Moen, Leif Olav Alnes, is een collega van voetbal-bondscoach Egil Olsen op de sportacademie in Oslo. Ook de voormalige succescoach van de schaatsers, Hans Kristiansen, zal bij de begeleiding van de atleten worden betrokken.

Een belangrijke plek voor de sport in Noorwegen is Toppidrets Senteret. Dat is een topsportcentrum even buiten Oslo waar alle mogelijke faciliteiten aanwezig zijn. Daar mogen de toppers en talenten gratis gebruik van maken. Van negen tot vijf hebben alleen zij toegang, 's avonds is ook het gewone publiek welkom. “Ik kom daar elke dag olympische winterkampioenen tegen”, vertelt Hoen. Er wordt veel gebruik gemaakt van elkaars kennis en trainers. Zo heeft Hoen de afspraak om na zijn laatste wedstrijd in september samen met de beachvolleyballers te gaan trainen. “Ik zal van ze kunnen leren en zij van mij.”

Dergelijke samenwerking zorgt voor een grote saamhorigheid tussen de Noorse topsporters. Hoen: “We stuwen elkaar op. We zijn vrienden.” Er wordt ook gezocht naar creatieve manieren om te trainen. Het komt voor dat er sessies met parachutespringen of wildwatervaren worden georganiseerd. Op die manier kan de verveling niet toeslaan. “Het is niet goed om altijd maar hetzelfde te doen”, zegt chef-coach Trond Pedersen van de atleten.

In deze atmosfeer gedijen de Noorse talenten uitstekend. Soms staan ze versteld van hun eigen progressie. Sprinter Moen had niet verwacht dat hij nu al met de besten mee zou kunnen. Hij is de opvallendste atleet in het Noorse gezelschap. Want de 25-jarige Moen, een talentvolle ex-voetballer, zou na lange tijd de eerste blanke kunnen zijn die de zwarte topsprinters serieus partij kan geven. “Ik zie mijn huidskleur niet als een nadeel”, stelt hij.

De successen van Hoen en Moen in Helsinki hebben thuis voor de nodige opschudding gezorgd. Hun afbeeldingen prijkten op de voorpagina's van de grootste Noorse dagbladen. “Atletiek is net zo populair als de wintersporten”, denkt Moen. Hij verwacht dat als er onder de Noren een enquête zou worden gehouden met de vraag wie de grootste sportheld aller tijden is, niet een ski- of schaatsheld zal winnen, maar atlete Grete Waitz. Zij heeft jarenlang samen met collega-langeafstandsloopster Ingrid Kristiansen de Noorse eer in de atletiek hoog gehouden. Nu lijkt de tijd aangebroken voor energieke mannen als Hoen en Moen.