Hedenavond helaas geen romantiek

Hoewel nergens op mijn kaartje staat vermeld dat Milano Lambrate het eindpunt is, gaat de trein kennelijk echt niet naar Centrale verder. Het loopt tegen twee uur 's nachts, dus ik moet een hotel zoeken.

Drie straten verwijderd van het stationsplein brandt licht in een cafeetje. Een van de klanten legt uit dat ik halverwege de volgende zijstraat een pension kan vinden.

Aan het begin van de aangewezen straat staat een man in de kofferbak van zijn auto te rommelen. Of er verderop een pension is. “Jazeker”, zegt de man, “Ik moet toch die kant op, gooi je tas maar achterin, dan breng ik je wel even.” Dat is nog eens vriendelijk. En mocht het een onheus voorstel zijn dan ben ik altijd nog twee keer zo groot. 'Alto e biondo', merkt hij bij het instappen over mij op.

Massimo is 35 jaar en elektromonteur bij FIAT, hij heeft twee broers en een zus, deze Golf GTI vorige maand gekocht en vanavond ruzie gemaakt met zijn vriendin. Maar hij is net zo spraakzaam als onoplettend, want met hoge snelheid zie ik aan de linkerkant van de weg de rode neonletters PENSIONE voorbijschieten.

Dat daar was een apart soort hotel, verklaart Massimo als ik om uitleg vraag. Niets voor nette buitenlanders zoals ik. “Prostitute”, verduidelijkt hij. Als ik nu een écht goed hotel wil, kan hij me daar best heen rijden. En, zegt-ie, de weg daarheen voert langs allerhande Milanese bezienswaardigheden. Een goed plan, en wat is trouwens het alternatief?

Na tien minuten toeren door de gure stationsbuurt komen we op een brede, verlaten rondweg. We praten wat over omkoopschandalen in het noorden en over een grote misdaadorganisatie in het zuiden des lands.

“Omosessuali”, roept Massimo plots en maakt een zin niet af. Hij wijst naar een groepje jongens dat zich ophoudt in het oranje schijnsel van een lantaarnpaal. Eén staat in het opengedraaide raam van een stilstaande auto gebogen.

Aids is gedurende twee kilometer rondweg het gespreksonderwerp tot Massimo bij de volgende bezienswaardigheid krachtig op de rem trapt. Als ik weer rechtop zit, zie ik onder een hoge lichtmast een stuk of zeven meisjes staan. Maar, níks meisjes natuurlijk. “Transsessuali”, weet Massimo.

We nemen een afslag. Niet naar het centrum, maar precies de andere kant op. We komen door wat buitenwijken, waarna de behuizing wat schaarser en Massimo wat stiller wordt. Op een stuk terrain vague trekt hij de sleutel uit het contact en het dashboard dooft langzaam.

“Bisessuale”, zegt Massimo gelaten, en wijst met gespreide vingers op zijn middenrif. En of ik misschien de liefde met hem wil bedrijven. In de verte vordert een goederentrein traag over een spoor en het digitale klokje knipoogt de seconden voorbij. Dat lijkt me niet zo'n goed plan. Of ik het dan bezwaarlijk vind als hij achter het stuur het herenwonder even aan zichzelf voltrekt. Ook daar maak ik bezwaar tegen. Is het dan misschien toegestaan als hij buiten de auto eventjes....?

Massimo dringt niet verder aan, start de motor en rijdt zwijgend binnen de kortste keren naar een Pensione. “Non offendo”, vraagt hij nog als ik ben uitgestapt. Non offeso, Massimo.