Gerrit Jan Zwier

Gerrit Jan Zwier: Kampvuren in de dessa. Uitg. De Prom, 172 blz. Prijs ƒ 29,90.

“Na de zoveelste struikelpartij op het trottoir van de Nevski Prospekt weet ik ineens heel zeker dat ik geen zin heb in deze reis.” Zo begint het eerste verhaal van Gerrit Jan Zwier in de bundel met de quasi-romantische titel Kampvuren in de dessa. Aan het woord is een mislukte en gedesillusioneerde antropoloog die goed voorbereide studiereizen heeft ingeruild voor snelle verslagen in glanzende tijdschriften van oppervlakkige tochtjes. Erg gelukkig is de man niet met zijn nieuwe status. Hij reist tegen wil en dank en bezint zich, als hij niet reist, op een beter levensperspectief, maar hij heeft niet de fut om zijn lot in eigen hand te nemen. En dus laat hij zich, na Sint-Petersburg, naar IJsland sturen, op weg naar nieuwe ontgoochelingen.

Waarschijnlijk heeft Zwier met zijn landerige anti-reisverhalen een satire op het genre voor ogen gehad. Maar hij is geen groot satiricus. Dat blijkt vooral uit het armzalige en rancuneuze verhaal 'De receptie', dat zich afspeelt in een uitgevershuis aan een Amsterdamse gracht. In dit sleutelverhaal laat hij enkele bekende reizigers opdraven om afbreuk te kunnen doen aan hun reputatie. Er wordt gnuiverig gedaan over de eiland- en vuurtorengekte van Halewijn Hoek (Boudewijn Büch), gesneerd over het plagiaat en de herenmanieren van Constantijn Mulder (Adriaan van Dis) en ook Philip de Roode (Cees Nooteboom) moet het ontgelden omdat hij de laatste jaren vooral lippendienst zou bewijzen aan 'de filosoof van het Leidseplein'. Zijn geestig bedoelde uithalen naar de Nederlandse reisjournalistiek zijn te banaal en te kleinzielig om enig ander doel te kunnen treffen dan Zwier zelf.