De vreedzame Veluwe in Venezuela; Strijdbaar proza van Fleur Bourgonje

Fleur Bourgonje: Een huis voor het leven. Uitg. Atlas, 157 blz. Prijs ƒ 29,90

De schrijfster Fleur Bourgonje (48) heeft een grillig leven achter de rug. In de zomer van 1968, zo vertelt ze in het juni-nummer van Revista Latina, verlaat ze, geïntrigeerd door het Franse existentialisme, haar geboortedorp op de Veluwe voor een onzeker bestaan in het woelige Parijs. Maar de woelingen die ze daar aantreft - de mei-geest is nog springlevend - zijn voor haar nog maar het begin. Samen met een Nederlandse journalist trekt ze vanuit Frankrijk door naar Chili, waar Salvador Allende aan een veel verder strekkend socialistisch experiment is begonnen. Bourgonje is ooggetuige van zijn gewelddadige val in 1973 en belandt in Argentinië en Venezuela, temidden van ballingen en politieke extremisten. In 1980 komt ze terug naar het nog altijd brave Nederland, waar ze besluit te gaan schrijven. In 1985 debuteert ze met de roman Spoorloos, over een ondernemend meisje uit een Gelders dorp dat na de coup tegen Allende in Chileense verzetskringen verkeert. Daarna volgen de boeken elkaar op: Terugkeer in 1986, Wat het water gaf in 1989, De verstoring in 1991 en De bedriegelijke warmte van vuur in 1993.

Kenmerkend voor haar werk is dat de thematiek aan Bourgonjes ervaringen in Parijs en Latijns Amerika is ontleend. Er komt veel politiek geweld in voor, en er zijn verwijzingen naar Chili en Argentinië. Ook haar stijl is door haar verblijf in het buitenland beïnvloed. Vooral in haar laatste boek Een huis voor het leven strijden de stijlen waarmee ze in de verschillende fasen in haar leven heeft kennisgemaakt om voorrang. Er zijn realistische, Hollandse elementen, die laten zien waar de schrijfster haar wortels heeft. Maar daar komt meteen een grote dosis beschouwelijkheid en reflectie bij, die de invloed verraadt van de Franse cultuur. En daarbovenuit klinkt dan nog een onmiskenbaar Latijnsamerikaans accent. Bourgonje schrikt niet terug voor grote woorden. Haar proza is doordrenkt van poëzie. In het voetspoor van Pablo Neruda, die ze in haar boek nadrukkelijk noemt, is ze op zoek naar de oorsprong van het onrecht en het geluk in de wereld, in de hoop meer greep te krijgen op het menselijk bestaan.

De grote ernst waarmee ze haar zoektocht onderneemt kan wel eens irriteren. Maar tegelijk maakt haar onvoorwaardelijke inzet de kracht uit van haar werk. Het geeft het iets volstrekt eigens, iets obstinaats en strijdbaars dat je bij niet veel andere Nederlandse schrijvers tegenkomt. Bourgonjes verzet zich tegen de onverschilligheid en het vanzelfsprekende. Het is literatuur uit noodzaak.

Staatsgreep

In Een huis voor het leven laat een Nederlandse vrouw van middelbare leeftijd, die sterk aan de schrijfster doet denken, tijdens een psychische inzinking haar leven aan zich voorbij trekken. Op de televisie heeft ze beelden van een staatsgreep in Moskou gezien die, zonder dat ze zich dat bewust is, herinneringen oproepen aan het politieke geweld dat ze in Chili en Argentinië heeft meegemaakt. In dezelfde tijd kondigen haar bejaarde moeder en haar dochter aan te gaan verhuizen.

De zoektochten naar een nieuwe woning waarop de vrouw meegaat, doen haar denken aan haar eigen huizen, aan haar jeugd op de Veluwe, en aan het begin van haar moederschap, toen ze alleen met haar dochtertje in Venezuela woonde. Bourgonje laat de verschillende episoden uit het leven van de vrouw op een geslaagde manier door elkaar lopen. Ze heeft over het algemeen een lyrische, zangerige toon en haar verhaal springt achteloos van het heden naar het verleden, en van Nederland naar Zuid Amerika.

Het mooie is daarbij is dat ze de tegenstrijdige gevoelens in de hoofdpersoon en haar verbrokkelde identiteit nu tot een hoofdthema van het boek heeft gemaakt. De overvloed aan beelden en gedachten versterken het verhaal daardoor alleen maar. De vrouw probeert nadrukkelijk uit te vinden hoe het komt dat ze als meisje uit een schijnbaar vreedzaam Veluws dorp zo werd aangetrokken door het onrecht aan de andere kant van de aardbol. Wat is het verbindende element in haar reacties op haar omgeving in de verschillende delen van de wereld? “De strijd tegen de onderdrukking trekt haar aan. Welke onderdrukking. De kleine en de grote, de zichtbare en de onzichtbare, de morele en de politieke, de echte en soms de vermeende. Het is een gevecht uit overtuiging maar ook uit temperament, uit verontwaardiging met terugwerkende kracht.” De verschillende sferen in Nederland en Latijns-Amerika waarin ze heeft verkeerd zet ze soms in één alinea achter elkaar. Wat geografisch ver van elkaar ligt wordt in haar hoofd met elkaar verweven.

Het is een aspect van de fascinatie voor de Derde Wereld die naar mijn weten nog maar sporadisch is onderzocht. In de arme boerenbevolking die de vrouw in Venezuela ontmoet, herkent ze iets van de dorpsgenoten uit haar Gelderse jeugd. Als ze duizenden kilometers van haar geboorteland vanuit een kabelbaan uitkijkt over een diep ravijn, schrijft Bourgonje: “Tussen het dorp en de Pico Bolivar zit de helft van de aarde. Toch meent ze, als ze na lang turen, haar ogen sluit, een lijn te zien die van het erf naar de savannen leidt en van het beekje naar de ondergrondse stroom.”

De ambivalente gevoelens die het boek ondanks zijn kwaliteiten soms oproept zijn inmiddels vertrouwd. Er komen, net als in Bourgonjes vorige boeken, hier en daar nogal naïeve en stijve gedeelten in voor, met te veel mooie woorden en weinig zeggende abstracties. Vooral de stukken over Chili hebben af en toe iets houterigs. Maar dat wordt elders door zoveel prikkelende en meeslepende fragmenten goedgemaakt dat mijn eindoordeel over Een huis voor het leven volledig naar de positieve kant doorslaat. Kijk bijvoorbeeld eens hoe in een vrij formele passage over het verloren gaan van de boerenmoraal in het Gelderse dorp (“Maar de moraal boet in aan kracht. Bij wat voorheen verraad heette, wordt nu een vraagteken geplaatst ...”) plotseling een prachtige, rake beschrijving voorkomt van de gecompliceerde verhouding tussen de boeren en de nieuw gearriveerde forensen: “Ze proberen zich geliefd te maken door zo gewoon mogelijk te doen (-) wíj moeten ons in alle bochten wringen, onszelf oppoetsen en opblazen, wij moeten op onze tenen lopen om in hun steden geaccepteerd te raken en zíj maken zich in ons dorp juist klein, zo klein als wij.”

Dat is literatuur die duidelijk maakt waar het om gaat, geschreven op het scherp van de snede.

UIT: FLEUR BOURGONJE, EEN HUIS VOOR HET LEVEN.

Ze ziet wat ze als kind zag vanaf het heuveltje waarop haar geboortehuis was gebouwd, vanaf de glooiing van nog geen halve meter, de verhoging waar de autoped zo moeilijk tegenop had gekund. Ze ziet haar wereld. Ze ziet het landschap van haar leven dat in het dorp uit een erf, een beekje, een zandweg, weilanden en een landlopersbos bestond, en hier uit hooggebergte en uitgestrekte savannen, uit ravijnen, boven- en ondergrondse rivieren, snelwegen en onbegaanbare paden, spelonken, oerwouden en een woestijn.

Tussen het dorp en de Pico Bolivar zit de helft van de aarde. Toch meent ze, als ze na lang turen haar ogen sluit, een lijn te zien die van het erf naar de savannen leidt en van het beekje naar de ondergrondse stroom. Maar wanneer ze haar ogen opendoet omdat de kabelbaan haar terugbrengt naar de werkelijkheid beneden, breekt de lijn bij de horizon af.