Horns aantreden leidt al snel tot dooi in relaties met buren

De regering van Gyula Horn zit in Boedapest nog geen maand in het zadel, maar nu al is een duidelijke verbetering te bespeuren in de betrekkingen met de buurlanden Roemenië en Slowakije. De relaties met deze buren zijn al jaren problematisch wegens de positie van de Hongaarse minderheden in die landen, de 600.000 Hongaren in Slowakije en de twee miljoen in Roemenië.

Horn maakte al voor zijn aantreden duidelijk dat een betere verstandhouding met Slowakije en Roemenië de belangrijkste prioriteit op het gebied van het buitenlands beleid zou worden, naast de Hongaarse toetreding tot NAVO en EU. Onder de vorige Hongaarse regering, die werd gedomineerd door het conservatief-nationalistische Hongaars Democratisch Forum (MDF), waren de relaties met Bratislava en Boekarest flink verslechterd: MDF-premier Antall had al bij zijn aantreden in 1990 gezegd zich als “premier van alle Hongaren” te beschouwen - dus ook van de in Slowakije en Roemenië levende Hongaren. Dat schoot de regeringen in (toen nog) Praag en Boekarest in het verkeerde keelgat en hun relaties met Boedapest zijn sindsdien op hun best koel en afhoudend geweest. Dat gold in nog sterkere mate na de Tsjechoslowaakse deling, toen in het nieuwe Slowakije de nationalist Meciar aan de macht kwam.

Inmiddels heeft Meciar plaatsgemaakt voor de veel gematigder Jozef Moravcik en is in Boedapest Gyula Horn aan de macht gekomen, de man die in een duidelijke verwijzing naar de politieke blunder van Antall bij zijn aantreden op 15 juli fijntjes opmerkte zich “als premier van alle burgers van Hongarije” te beschouwen.

Vorige week bracht Horn een bezoek aan Slowakije. Veel concreets heeft het niet opgeleverd. Het gesprek concentreerde zich vooral op de positie van de Hongaarse minderheid in Slowakije en op het slepende conflict rond de stuwdam van Gabcikovo in de Donau. Beide conflicten werden niet opgelost. Hongarije staat op gemeenschapsrechten en op autonoom zelfbestuur voor de Hongaarse minderheid in Slowakije. De Slowaken voelen daar niets voor. Zij konden er pas in mei, na maandenlange druk van de Europese Veiligheidsconferentie en de Raad van Europa, toe komen eindelijk in te stemmen met de registratie van Hongaarse namen en ze zijn er nog altijd niet toe gebracht tweetalige straat- en plaatsnaamborden in etnisch gemengde gebieden toe te staan. Vrijwel alle Slowaakse politieke partijen - die van de Hongaarse minderheid uiteraard uitgezonderd - zijn mordicus tegen concessies aan de Hongaarse minderheid. Een invloedrijke culturele organisatie als Matica Slovenska ziet tweetalige borden op straat zelfs als “een bedreiging van de Slowaakse soevereiniteit en een herinnering aan de Hongaarse bezetting”. Bestuursautonomie en collectieve rechten voor de minderheid zijn zo goed als onbespreekbaar in Slowakije.

Ook ten aanzien van de dam van Gabcikovo werden Horn en Moravcik het niet eens. In 1977 besloten de Tsjechoslowaken en de Hongaren tot de bouw van een stuwdam in de Donau. In 1989 stapte het toen nog communistische bewind in Hongarije, deels uit financiële maar meer nog uit ecologische overwegingen, uit het project. De Slowaken hebben het sindsdien alleen voortgezet. Zij eisen nog steeds van Hongarije dat het zijn deel van het project uitvoert en, zoals in 1977 afgesproken, een eigen stuwdam bouwt in Nagymaros. De zaak is inmiddels voorgelegd aan het Internationale Hof van Justitie in Den Haag.

In Bratislava werden Horn en Moravcik het er vorige week over eens dat ze het ook over de dam niet eens konden worden en dat het beter is de uitspraak van het Haagse Hof af te wachten. Die uitspraak wordt overigens niet voor 1997 verwacht.

Horn en Moravcik besloten wel binnen enkele maanden een “basisverdrag” te ondertekenen waarin de principes van de bilaterale betrekkingen zijn vastgelegd. Of dat lukt is nog maar de vraag, want veel Slowaakse partijen willen de ondertekening van zo'n verdrag met Hongarije liever uitstellen tot na de verkiezingen in september. En de kans is niet uitgesloten dat die verkiezingen de nationalist Vladimir Meciar weer aan de macht helpen.

Maar al zijn de concrete resultaten van Horns bezoek aan Bratislava mager, er is wel duidelijk sprake van een klimaatwisseling in de Hongaars-Slowaakse relaties: er is meer goede wil en er is een veel betere verstandhouding. Dat is vooral het resultaat van de nieuwe benadering van Horn. Hij gaat ervan uit dat betere betrekkingen met de buurlanden leiden tot een verbetering van de positie van de Hongaarse minderheden. Het vorige Hongaarse bewind draaide die volgorde om: het wilde de positie van de minderheden verbeteren en aldus tot betere relaties met de buurlanden komen - een recept dat duidelijk niet heeft gewerkt.

Ook in de altijd gevoelige betrekkingen met Roemenië is de lucht opgeklaard. Zowel de Roemenen als de Hongaren zijn tevreden over de kwaliteit van de dialoog, die begon met een korte ontmoeting van Horn met de Roemeense minister van buitenlandse zaken, Melescanu, tijdens de Midden-Europese top in Triest, in juli. Onder het vorige Hongaarse bewind was die dialoog geheel vastgelopen. Vorige week noemde Melescanu een basisverdrag tussen beide landen “dringend noodzakelijk voor de stabiliteit in Europa”.

Maar ook hier zijn de concrete resultaten - afgezien van overeenstemming over de opening van een nieuwe grensovergang - gering en blijft het vooralsnog bij een klimaatverbetering. Horns pogingen tot een verzoening met Roemenië worden gefrustreerd door de onophoudelijke provocaties van extremistische nationalisten als de Hongarenvreter Gheorghe Funar, de burgemeester van Cluj. De Roemeense regering treedt niet of nauwelijks op tegen die provocaties, ten dele omdat de regerende sociaal-democraten zelf niet vrij zijn van chauvinistische trekjes, ten dele ook omdat de minderheidsregering in Boekarest in het parlement afhankelijk is van de steun van de ultra-nationalisten.

Daarbij komt dat ook de Hongaarse minderheid in Roemenië zelf weinig bijdraagt tot een ontspanning in de relaties met de Roemenen. Een week geleden schreef een van de leiders van die minderheid, bisschop Laszlo Tökés - de man bij wie in december 1989 in Timisoara de Roemeense revolutie begon - Horn een brief waarin hij vaststelde dat het “een tragische misvatting is te denken dat de omstandigheden voor een historische verzoening tussen Hongarije en zijn buren rijp zijn”, een opmerking die de verzoener Horn maar wijselijk heeft genegeerd.