Cuba's kansen

De eerste echte 'onlusten' in de geschiedenis van de Revolutie zijn natuurlijk onmiddellijk neergeslagen. Een politieke demonstratie die niet is bedoeld om Fidel Castro toe te juichen, heeft in Havana geen kans. In de beste traditie van de ouderwetse volksdemocratie zijn daarna de getrouwen met duizenden de straat opgegaan om hun aanhankelijkheid te betuigen. In de ouderwetse volksdemocratie is een ouderwets toneelstuk opgevoerd. Maar als Castro nu zou sterven, zou dat zeker andere dramatische gevolgen hebben dan de dood van Kim Il Sung.

Nog een paar jaar na het einde van de Koude Oorlog is Cuba het land geweest waar het werkend model van een 'socialistische staat' te bezichtigen viel. Nadat Gorbatsjov een eind had gemaakt aan de hulp uit de Sovjet-Unie, is het geleidelijk geworden tot de vrij te bezichtigen op één na laatste volksdemocratie in verval. Noord-Korea wordt de laatste en is niet gastvrij voor de toeristen, als ze er al heen zouden willen.

In alle communistische landen is de opheffing van het regime en de daarmee verbonden economische en andere organisatorische verhoudingen op een andere manier verlopen. Maar hoe verschillend ook, in de overgang van de commando-economie naar de vrije markt - zeker even belangrijk als het herstel van de parlementaire democratie en de vrijheid van meningsuiting - zijn gemeenschappelijke trekken te herkennen. Met het herstel van de vrije markt krijgen niet alleen de van ondernemingslust vervulde, de wet respecterende aanstaande steunpilaren van de nieuwe maatschappij hun kans. De vrije markt betekent ook het entree van een horde profiteurs, opportunisten en kleine en grote gangsters. Moskou laat zien wat er dan kan gebeuren.

Hun kansen zijn des te beter omdat het in de overgangstijd tussen de gepolitioneerde commando-economie en een goed werkende vrije markt ontbreekt aan een overtuigend in de loop der jaren gegroeid politiek gezag en een kader in het bedrijfsleven en de economie dat weet hoe de vrije markt werkt. Corruptie en bureaucratie zijn overal, maar nergens is hun toekomst zonniger dan in de overgangstijd die een voormalig communistisch land nodig heeft om tot een georganiseerde democratie te komen.

Alle verschillen in aanmerking genomen, lijkt het Cuba van nu het meest op Roemenië in de laatste dagen van Ceausescu. Het centraal gezag is gevestigd in één man die van geen politieke compromissen wil weten; de economie is op sterven na dood maar als die toestand 'onlusten' veroorzaakt, staat de volgende dag een massale claque gereed om de onsterfelijkheid van de leider te bevestigen. In het Cubaanse geval is er nog de strohalm van doelmatigheid: het toerisme dat harde valuta moet brengen. Maar het is een ontspoord toerisme omdat de bezoekers, zoals in volksdemocratieën gebruikelijk is, worden opgeborgen in de grote hotels, en daar al louter door hun aanwezigheid meer de corruptie bevorderen dan dat ze de betalingsbalans vooruit helpen. De grote hotels zijn getto's waaromheen zich een ring van treurigheid ontwikkelt.

Als de vrije markt werkelijk haar intrede doet zal dat ook in Cuba, volgens het patroon van de bevrijding, niet voor het hele volk een onverdeelde bevrijding zijn. Is er een econoom die met behulp van de ervaring, verzameld uit de overgangstijd van andere volksdemocratieën, een scenario voor Cuba na Castro zou kunnen opstellen? Bijvoorbeeld antwoord kan geven op de vraag wat een radicale privatisering (niet te vermijden met Miami op een half uur vliegafstand) zal betekenen in combinatie met de radicale opheffing van een van de meest geperfectioneerde verzorgingsstaten (niet te vermijden wegens onbetaalbaarheid)?

Het valt ook zonder economische deskundigheid wel te voorspellen: een ramp. Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat er - weer min of meer volgens het Roemeense model - een grotere kans is op gewelddadige afrekeningen van de Florida-Cubanen met de Castro-Cubanen, en een strijd tussen wat zich in Florida verder aan politieke kongsi's ophoudt, in afwachting van het einde.

Het Cuba van nu heeft alles van een tragedie in wording. De partijen hebben zich ingegraven. Castro is niet van plan het systeem te veranderen en er is geen kans dat het Amerikaanse Congres een voorstel tot ook maar verzachting van de blokkade in overweging wil nemen. Het Cubaanse drama in wording is nog niet zo ver gevorderd dat het veel tijd op de televisie in beslag neemt. Er zijn geen duizenden doden, geen taferelen van massale honger, er is geen ethnic cleansing, er is een bescheiden rel met één dode. Er is niets telegenieks in dit voorspel tot een waarschijnlijk niet te ontlopen drama.

Bij de meeste drama's die typerend zijn voor de overgangstijd na de Koude Oorlog - Bosnië, Somalië, Rwanda, ieder op zijn eigen manier - is het de vraag hoe de enorme schade nog kan worden beperkt en inmiddels de hulp georganiseerd. Vergeleken daarbij is Cuba op twee manieren in het voordeel. Als daar een ramp op til is - veel wijst erop - dan kan die nu nog worden voorkomen. Dat moet ook voor de overbelaste 'internationale gemeenschap' een belang zijn. En het land heeft vrienden van vroeger die er toen, vijfendertig jaar geleden, een voorbeeld van rechtvaardigheid in zagen - Régis Debray die nog met Che Guevara in de jungle heeft gevochten - en die nu misschien de aanvechting zullen voelen de gevolgen van de mislukking te helpen temperen. Op zulke vrienden hebben de Bosniërs en de Rwandezen niet kunnen rekenen.