Britten Hongkong: mieren die een boom willen ontwortelen

Een hoge Chinese functionaris zei onlangs te hopen dat het nieuwe vliegveld van Hongkong in 1997 echt klaar is “zodat het gouverneur Chris Patten kan dienen bij zijn vertrek”. De ruzie tussen Peking en Londen over de toekomst van de kroonkolonie gaat op deze manier door, met steken onder water over en weer.

PEKING, 10 AUG. China en Groot-Brittannië ruzieën weer over een eenzijdige actie van de Britten in Hongkong. Ditmaal gaat het om algemene ouderdomsvoorzieningen die de assertieve Britse gouverneur Chris Patten tijdens zijn laatste drie ambtsjaren tegen het traditionele denken in Hongkong wil doorvoeren. Volgens het Chinees-Britse verdrag van 1984 moet Engeland China raadplegen over alle zaken die lange termijn gevolgen hebben, maar dat is in deze kwestie niet gebeurd.

Patten zette vorige maand, vlak na het aannemen door de Wetgevende Raad van Hongkong van zijn door China fel betwiste democratisch hervormingsprogramma in een reeks kranteninterviews uiteen dat bij de twee jaar en elf maanden die hem nog resten een sterke innoverende leider in Hongkong wil zijn. Verdere democratisering was geen doel op zich maar een middel om nog een aantal controversiële vernieuwingen door te voeren, zoals milieu-wetgeving, AOW en hardere strijd tegen corruptie die toeneemt naarmate de invloed van China groter wordt.

Pattens plan voor een algemene pensioenregeling is populair bij de middenklasse in Hongkong, voor wie het een steeds grotere last wordt om voor bejaarde ouders op te draaien, omdat de helft of meer van de - overigens zeer hoge - inkomens aan flathuur wordt besteed, doorgaans zeker 5.000 gulden per maand.

Maar de ouderdomsvoorziening, waaraan werkgevers en werknemers gelijkelijk moeten bijdragen, valt bij het zakenleven slecht en paradoxaal genoeg verwoordde China, sinds 1949 beschermheer van het proletariaat bij uitstek, in klassiek kapitalistische termen de bezwaren: “Dit pensioensysteem is het slechtste van alle opties. Het plan volgt oude Amerikaans-Europese ideeën van uitkeringen voor iedereen en zal er toe leiden dat Hongkong de laissez-faire-kwaliteiten waarop het zo trots is verliest”, schreef het speciaal op Hongkong gerichte Chinese persbureau CNA onlangs.

De permanente Chinese onderhandelaars in de Chinees Britse Joint Liaison Group hebben gisteren geklaagd dat zij nog steeds niet meer informatie over het plan hebben dan een brochure die algmeen circuleert. Die kregen zij echter pas nadat de publiciteit al in volle gang was.

Een woordvoerder van de regering van Hongkong heeft daarop geantwoord dat pas in oktober na het voltooien van een volksraadpleging via de wijkraden besprekingen met China over het plan zullen beginnen. De reden dat China niet eerder ingeschakeld is, is waarschijnlijk dat dat tot een zelfde situatie zou kunnen leiden als met het vliegveld, een eindeloos nietes-welles-spel en geen akkoord tot op de dag van vandaag toe.

Aan Britse zijde bestond een maand geleden de hoop dat China, nu de climax in het conflict over Pattens politieke hervormingen voorbij was, China een coöperatievere houding zou aannemen en tot de orde van de dag kon worden overgegaan. Het bereiken van overeenstemming over de overdracht van militaire bases en installaties door Chinese en Britse onderhandelaars, juist op de dag van aanvaarding van het controversiële wetsontwerp, sterkte deze overtuiging.

Het was de eerste overeenkomst van betekenis sinds het drama op het Plein van de Hemelse Vrede, in juni 1989. Er werd druk gespeculeerd dat er nu ook snel een nieuw akkoord zou worden gesloten over de financiering van het omstreden supervliegveld. De Chinese minister van buitenlandse zaken Qian Qichen had in zijn functie van voorzitter van het 'voorbereidend werkcomité voor de speciale administratieve regio' de regering in spe na 1997, eind mei gezegd: “Hoewel de Chinees-Britse onderhandelingen over de verkiezingen in Hongkong in 1994 en 1995 zijn afgebroken, hopen wij toch op samenwerking met de Britten op andere gebieden.”

In die context zou de Britse onderminister van buitenlandse zaken belast met Hongkong, Alastair Goodlad, medio juli Peking bezoeken en proberen een nieuw laatste, positief hoofdstuk in de door Hongkong gekwelde Chinees-Britse betrekkingen te openen. Een belangrijke kwestie die noch politiek, noch economisch is vraagt dringend om een oplossing, namelijk nationaliteit.

Bijna de helft van de 6 miljoen Hongkong-Chinezen heeft de Britse nationaliteit zonder recht op ingezetenschap in Engeland. Een aanzienlijk aantal mensen probeert nog steeds om Britse of andere buitenlandse paspoorten te krijgen en tegelijkertijd hun recht op domicilie in Hongkong te behouden. Lu Ping, de directeur van het Bureau voor Hongkong- en Macau-zaken van de Staatsraad zei eerder dit jaar dat moet worden overwogen of mensen die hun nationaliteit veranderen het recht op domicili kunnen behouden. De in 1990 aangenomen Basiswet laat toe dat twintig procent van de leden van de Wetgevende Raad een buitenlands paspoort mogen hebben, dus twaalf mensen, maar aangezien dit in meerderheid grote zakenlieden zijn die uit eigen belang pro-China zijn, is dat geen probleem.

Maar onder de 'hogere' middenstand zijn er meer dan 500.000 mensen met een buitenlands paspoort. Dit zijn hogere bankemployé's, juristen, artsen, en technische specialisten die na 1997 'extra-territoriaal' zijn en als zij problemen hebben door het Britse of een ander Westers consulaat beschermd worden. Dat is onaanvaardbaar voor China en Brits-Chinees overleg hierover is essentieel.

Goodlad kreeg meteen na aankomst in Peking een koude douche. Qian vertelde hem dat China nooit had gezegd dat de twee landen politiek en economie van elkaar konden scheiden. Hij benadrukte dat China uitzag naar “alomvattende samenwerking”. Op het Britse programma voor het bezoek stond een ontmoeting met directeur Lu Ping, maar Lu weigerde Goodlad te zien evenals hij tijdens zijn bezoek aan Hongkong in mei Pattens herhaaldelijke verzoeken om een ontmoeting afwees.

De Britten waren vernederd maar hielden hun gezicht in de plooi en de Chinezen zeiden dat een afspraak nooit bevestigd was. Daags na Goodlads vertrek uit Peking verweet Ta Kung Pao, een van de communistische kranten in Hongkong, Patten van belastering van de Chinese regering in de media. Patten had China onder andere in The International Harold Tribune beschuldigd van het ondermijnen van het vertrouwen in Hongkong en zei dat de respectabiliteit van China als grote mogendheid afhangt van de wijze waarop het zich in Hongkong gedraagt.

Hij verweet Peking kortzichtigheid en onwetendheid en zei dat de vernietiging van de politieke structuur zoals hij die aan het opbouwen is daags na de soevereiniteitsoverdracht op 30 juni 1997 China niet populair zal maken onder de bevolking van Hongkong. Hij heeft wel gelijk, maar om dat een intolerant, overgevoelig communistisch regime publiekelijk in te peperen op het moment dat een andere Britse politicus in Peking is om de relaties te verbeteren is op zijn minst inopportuun.

Patten beseft dat verzoening met China en met het grote Hongkong-Chinese en internationale zakenleven, dat schade leidt onder de slechte verhoudingen, nodig is. Hij neemt hier en daar dan ook wel gas terug om de Chinezen niet helemaal in de gordijnen te jagen en daarmee maakt hij weer vijanden onder de democratische activisten in Hongkong. Hij weigert bijvoorbeeld een lokale 'commissie voor de mensenrechten' in te stellen die op naleving van Hongkongs 'Bill of Rights' moet toezien en ook na 1997 aan de Verenigde Naties zal rapporteren.

Ook weigert hij prominente Chinese dissidenten in ballingschap in Hongkong toe te laten om anti-China propaganda te maken, maar voor China is dat te weinig en te laat. Sarcasme is aan de orde van de dag. Directeur Lu Ping zei onlangs dat hij hoopte op een spoedig nieuw vliegveld-akkoord “zodat het nieuwe vliegveld Patten kan dienen bij zijn vertrek op 30 juni 1997”. Britse unilaterale actie is nu minder dan drie jaar houdbaar en is daarom “als een mier die een reusachtige boom wil ontwortelen”. Zo luidt het favoriete aforisme waarmee China's media nu Patten beschrijven.