Verbazing over 'paars' plan voor studiebeurs

ROTTERDAM, 9 AUG. Onder leiding van formateur Kok hebben De fractievoorzitters van PvdA, VVD en D66 gekozen voor de ingrijpendste wijziging van de structuur van het Nederlandse hoger onderwijs sinds de invoering van de Twee-fasenstructuur in 1982. Toen werd de voordien vrijwel onbeperkte studieduur beperkt tot vier jaar, nu wordt hij verder verkort tot drie jaar.

“Bizar en triest”, zo luidde vanmorgen de verbaasde reactie van de vereniging van universiteiten VSNU op de plannen van 'paars' met het hoger onderwijs. “Bizar, omdat men het hele stelsel omgooit om te kunnen bezuinigen op de studiefinanciering”, legt de VSNU-woordvoerder uit, “en triest, omdat bij zo'n gigantische verandering kennelijk geen onderwijskundige criteria zijn gehanteerd. Zijn er dan echt geen eenvoudigere manieren om te bezuinigen?”

Na jarenlange discussies over de structuur van het hoger onderwijs hebben PvdA, VVD en D66 afgelopen week in een paar dagen de gordiaanse knoop doorgehakt. Om het afgesproken miljard aan bezuinigingen op de studiefinanciering te behalen wordt niet de hoogte van de studiebeurs verder verlaagd, maar wordt de studieduur verkort.

Met de invoering van een driejarige zogenoemde bachelor-opleiding voor alle studenten in het hoger onderwijs worden HBO en universiteit in feite gelijkgeschakeld. De bacheloropleiding moet een beroepskwalificatie bieden. Het vorig jaar ingezette beleid van de PvdA-bewindslieden Ritzen en Cohen om universiteit en HBO juist scherper van elkaar te onderscheiden, wordt daarmee aan de kant gezet. “We zien wel waar het naar toe groeit”, aldus een van de betrokken Kamerleden. In totaal moet de stelselwijziging in 1998 anderhalf miljard gulden opleveren: één miljard bezuiniging op de studiefinanciering en de 500 miljoen gulden die door Kok was ingeboekt voor 'hogere efficiency' van HBO en universiteiten.

Tijdens de nieuwe driejarige 'bachelors-opleiding' gelden volgens 'paars' de oude plannen van het vorige kabinet met de studiefinanciering, wat neerkomt op een geleidelijk verlaagde basisbeurs tot zo'n vierhonderd gulden in 1998, een aanvullende beurs voor de lage inkomens en uitgebreide leenvoorzieningen voor iedereen. De tempobeurs blijft hetzelfde, alleen wordt de basisbeurs nu eerst als lening verstrekt en pas bij voldoende studiepunten omgezet in een beurs. Nu is dat nog andersom. Voor de student maakt dit trucje weinig verschil, maar voor de regering kunnen de uitgaven een jaar later worden ingeboekt.

Pag.3: Slechts deel studenten kan doorstuderen

Een ingrijpender wijziging is dat het recht op een studiebeurs wordt beperkt tot de officiële studieduur van drie jaar. Nu nog kan de student een jaar langer studiefinanciering krijgen dan de officiële lengte van de (nu nog vierjarige) studie. Die verandering komt neer op verkorting van het recht op studiefinanciering van vijf naar drie jaar en levert dus veel geld op.

Na deze 'bachelor'-studie van drie jaar komt er voor een nog onbekend deel van de studenten een ongeveer twee jaar durend vervolg in de vorm van een masters-opleiding. Deze opleiding geeft recht op de doctarandus-titel. De lengte van de studie zou per opleiding moeten kunnen variëren. Tijdens die 'masters-studie' zal de studiefinanciering vooral uit leningen gaan bestaan. Het plan is de uitvoering van dit 'leenstelsel' in handen te geven van de hogescholen en universiteiten, in nauwe samenhang met de variabele studieduur. Voor het huidige HBO zal er een 'professional masters' komen en voor de universiteit een 'scientific masters'. In dit deel van het hoger onderwijs zou dus wel een scherp verschil kunnen ontstaan tussen HBO en universiteit, maar voor het HBO is het toch een bevordering omdat de masters-opleiding van het HBO ook een titel zal opleveren. HBO-raadsvoorzitter Van der Hek zegt vandaag in een vraaggesprek met NRC Handelsblad blij te zijn met de mogelijkheid van een masters-opleiding voor het HBO, maar wil dat “iedereen de mogelijkheid krijgen om een masters-opleiding te volgen”. Dat is echter niet de bedoeling van 'paars', al is er nog geen 'percentage doorstromers' bekend.

Dat op het hoger onderwijs zou worden bezuinigd leek de laatste jaren onvermijdelijk. Het beleid van het vorige kabinet was al dat basis- en voortgezet zo veel mogelijk moesten worden ontzien. Voor de economie is hoge 'kennisintensiteit' belangrijk, maar de noodzaak om zoveel mogelijk studenten zo lang mogelijk op te leiden neemt af naarmate de werkloosheid van de afgestudeerden toeneemt en naarmate de noodzaak van bijscholing op het werk toeneemt. Het recente advies van de Adviesraad voor het Onderwijs (ARO) over het hoger onderwijs wees op de noodzaak van 'ontscholing van het hoger onderwijs': minder colleges in de klaslokalen en meer praktijkervaring. En in een vraaggesprek in deze krant over het probleem van de 'overscholing' van de jeugd gaf de huidige minister van onderwijs, Ritzen, toe dat het maatschappelijk rendement van lang hoger onderwijs afneemt. “Die laatste jaren - het vijfde jaar, het zesde, het zevende en het achtste - brengen ontzettend veel minder op voor het individu dan wat je kunt bereiken in bijscholing en volwasseneneducatie.” 'Paars' lijkt nu de grens bij drie jaar te hebben gelegd.

“Een onrijp plan” oordeelt een Haagse ingewijde die anoniem wil blijven, over de paarse hoger-onderwijsplannen. De onderhandelaars hebben de richting aangegeven, maar de nieuwe minister van onderwijs mag het allemaal verder uitwerken, als anderhalf miljard bezuiningen maar wordt gehaald. De nieuwe minister zal moeten beslissen welke opleidingen een 'masters'-vervolg van twee jaar zullen krijgen en welke toelatingseisen voor die voortgezette hogere opleiding zullen gelden. Een andere cruciale vraag is wat de paarse plannen betekenen voor de voorgenomen veranderingen in de hoogste klassen van HAVO en VWO. De vraag is of een strikte scheiding tussen HAVO en VWO nog nuttig is als pas in de masters grote verschillen ontstaan tussen HBO en universiteit.

Dat deze plannen in 1998 anderhalfmiljard gulden zullen opleveren, verwachten ook de 'paarse ingewijden' niet. De schatting ligt momenteel op zo'n 800 miljoen in 1998. Alle opleidingen in het HBO en het wetenschappelijk onderwijs zullen hun studieprogramma's ingrijpend moeten wijzigen. In kringen rondom de formateur valt te beluisteren dat het vooral Kok is die vasthoudt aan de bezuinigingen. Alle andere betrokken zouden niet verwachten dat het mogelijk is de ingrijpende veranderingen snel genoeg door te voeren. “Om zoiets tot een succes te maken zal goed overleg met het onderwijs moeten worden gevoerd”, aldus een Kamerlid.