Iedereen zal weten dat Nel er nog bij is

HELSINKI, 9 AUG. Wie vangt 100-meterwinnares Irina Privalova op na haar ereronde? Wie haalt voor de finale rare capriolen uit zodat ze constant de camera op zich gericht krijgt? Zonder Nelli Coo- man wordt er nog steeds geen kampioenschap gelopen. En dat zal iedereen weten ook.

Ze zorgt er wel voor dat ze gezien wordt. Het hoort bij haar show. Want lopen is haar boterham. Hoe meer ze opvalt, hoe beter dat voor haar is. En dat hoeft niet eens met lopen te zijn. Maar in Helsinki doet ze beide. Ze stond voor het EK met haar tijd van dit jaar zeventiende op de ranglijst van de deelnemers, maar eindigt als goede vijfde. “Ik ben een kampioenschappen-loopster”, zegt ze na afloop.

Als haar tegenstanders voor de race achter hun startblok staan, dan zit Nelli er in kleermakerszit voor. Als iedereen zich op de wedstrijd concentreert, dan stapt Nelli op de starter af om hem de hand te schudden. Als de hele Nederlandse ploeg in het atletendorp slaapt, dan heeft Nelli een kamer in een hotel in de buurt van het stadion.

Ze doet wat het beste voor haar is, zegt ze. “Ik hoop dat ik morgenochtend ontbijt op bed krijg van Henk Kraaijenhof. Een goede trainer, hè.”

De lange Kraaijenhof vindt weleens dat Nelli een beetje te veel show maakt. “Maar soms is het functioneel. Dat ze die starter een hand geeft, kan voordeel geven. Zijn blik blijft onbewust toch bij haar hangen. En dan neemt hij haar misschien als maatstaf. Dat kan schelen.”

Nel is Nel, zegt Kraaijenhof. Ze kan niet anders. Ze weet dat er op haar gelet wordt en doet wat ze moet doen. Na afloop van haar eerste 100 meter in Helsinki maakt ze op weg naar de uitgang een prop van haar startnummer en schopt hem als een volleerd voetballer weg. Prompt wordt ze daarover aangesproken. “De mensen moeten weten dat Nederlanders kunnen voetballen, ook in de atletiek.” Ze heeft vijf jaar gevoetbald, bij SV Weena in Rotterdam, vertelt ze. Vandaar die goede traptechniek.

Na de halve finale wijst ze op de sterke Française Girard die verrassend wordt uitgeschakeld. “Waar blijft ze nou met haar 11,11?” Een andere collega vraagt haar na de finale wat ze nu gaat doen. “Holiday, sun, een beetje bruin worden.”

Nel is Nel. Ze kon er niet tegen om niet meer in het middelpunt van de belangstelling te staan, weet Kraaijenhof. Ze kon er niet tegen dat mensen haar uitlachten omdat ze niet goed meer liep. “Ziek van ellende was ze.” Daarom ook wilde de bij de atleten razend populaire trainer Kraaijenhof weer met haar werken. Ze was geladen. Ze was op en top gemotiveerd. Ze vierde haar rentree met een Europese titel in de zaal op de 60 meter en nu met een vijfde plaats in Helsinki.

“Wie beweert nu nog dat ik geen volwaardige 100-meterloopster ben?”, wil ze na de finale weten. Volgens Kraaijenhof zijn haar laatste veertig meter nog steeds niet “je van het”, maar het gaat beter dan vroeger. Hij heeft anders met haar getraind. Hij liet haar niet 110 of 120 meters lopen, maar ze moest juist bij 60 meter stoppen, omdraaien en weer 60 meter lopen en weer en weer. Kraaijenhof noemt deze manier van trainen “vrij brutaal”. Dus hoort het bij Cooman.

Iemand maakt een opmerking over haar grote witte pet. “Moet jij 'm hebben?”, vraagt ze. En ze geeft het hoofddeksel weg. Bij haar volgende 100 meter heeft ze weer een andere op. Er staat een toepasselijke tekst op. It took me 30 years to look this cool. “De oude Nelli Cooman is over”, had ze twee dagen voor de EK-start nog benadrukt. Daarmee bedoelt ze dat ze zich niets meer aantrekt van anderen. “Ik wil gewoon lekker lopen.”

Ze had vooraf opmerkingen dat ze de finale niet zou halen lachend weggewuifd. Ze had zelfs een medaille niet uitgesloten. “Ik ga altijd van het hoogste uit. Wie zegt dat iedereen die een beter persoonlijk record heeft staan dan ik altijd sneller zal lopen? Zo'n kampioenschap is gewoon een gok. En ik ben mentaal sterk. Iedereen is verslaanbaar. In mijn kop denk ik aan een medaille. Ik droom altijd van een plakje.”

Haar echtgenoot, trouwe begeleider en ex-trainer Hans Fiere vertelt over een wedstrijd uit 1989 in Berlijn om de Gouden Roos. Naast Cooman zou onder anderen de op dat moment snelste vrouw ter wereld, Merlene Ottey, meedoen en die zou uiteraard gaan winnen. “Maar”, aldus Fiere, “Ottey zegt een paar minuten voor de race af en Nelli wint die roos. Begrijp je wat ik bedoel? Ik zeg niet dat ik hoop dat anderen geblesseerd raken, maar er kan altijd iets gebeuren.”

In Helsinki hadden er vier atletes ziek of misselijk moeten worden om haar het goud te bezorgen. Dat is niet veel. Daarom wil ze over twee jaar bij de Olympische Spelen in Atlanta weer in de finale staan. Dat zou een absoluut hoogtepunt voor haar zijn. Ze zegt na dertien jaar nog steeds van elke sprint te genieten. “Het geeft me power. Het is de kick, joh.” Ze beweert zelfs al emotioneel te worden als ze over de 100 meter praat. “Kijk, ik tril helemaal.” Dat heeft ze, zegt ze, ook met Rotterdam.

Ze vraagt haar trainer na afloop van de finale om de autotelefoon. “Effe mam bellen.” Ze gaat tegen een pilaar onder de tribune zitten. Het stadion loopt net uit en honderden Finnen trekken langs haar heen en kijken verbaasd naar het meisje in het oranje.

Zonder Nelli wordt er nog steeds geen kampioenschap gelopen.