Wallen doen dienst als open urinoir

De zomerzon weekt de urinelucht op de Amsterdamse Wallen los. De scherpe geur die uit stegen, nissen en hoeken opstijgt maakt duidelijk dat de blazen van de wallenbezoekers even vol zitten als de terassen. Op het Oudekerksplein meldt een wegwijzer dat de dichtsbijzijnde urinoir op 25 meter afstand is. Veel te ver, te oordelen naar de man die zijn gulp openritst en zijn blaas tegen de paal leegt.

De bewoners van de woningen rondom de Oude Kerk durven de plassende mannen amper nog tot de orde te roepen - bang voor een grote mond of bedreigingen. 'Het stinkt toch al naar pis, dus wat zeuren jullie nou', zo luidt vaak het verweer. Liters lisol en bleekmiddel helpen niet. De bewoonster van nummer 19 gaat nu een hoge houten schutting plaatsen. Haar buurvrouw hing pas geleden uit wanhoop een douchekop buiten. Zodra iemand haar gevel voor een toilet aanzag, draaide ze de kraan open. Tot die keer dat een getroffen urineerder een steen door haar ruit gooide. Nu heeft ze een oplossing zo eenvoudig, dat ze er zelf nog steeds verbaasd over is. Voortaan staan permanent twee fietsen tegen haar muur. Het ontmoedigt de eerste plasser en daarmee allen die na hem komen, zegt ze. “Vreemd genoeg plassen ze alleen op plaatsen waar een ander heeft gestaan.”

De overlast is gigantisch, zegt G. Kalkoen, directeur van de Stichting Oude Kerk. “Het ammoniak en het zout in de urine maken de muren poreus en het voegsel wordt er gewoonweg uit gepist.” Bij een huis dringt de urine bijna door de muur naar binnen en een paar deuren verder wordt de brievenbus regelmatig als urinoir gebruikt, aldus Kalkoen. Om iets aan de overlast te doen, stortte de dienst Stedelijke Beheer onlangs in een hoekje van de Oude Kerk rivierkeien “voor een hoog spat-effect”. Het helpt, de hoek is urinevrij. “Al worden de andere hoeken ongetwijfeld vaker gebruikt nu”, aldus Kalkoen. De Amsterdamse politie staat machteloos, erkent politiewoordvoerder Klaas Wilting. “Een heterdaadje is moeilijk. Het is lastig bewijzen wie bij die natte plek op de muur hoort.” (MS)