Nederland en het Vaticaan

Het hoofdartikel 'De opvolging van Muskens' in NRC Handelsblad van 25 juli heeft mij onaangenaam getroffen. De schrijver weet blijkbaar niet, of verzwijgt opzettelijk dat alle Westeuropese landen behalve Engeland, Ierland en Scandinavië een honorair ambassaderaad voor kerkelijke aangelegenheden ter beschikking hebben. En terecht; gedurende de ruim vijf jaren van mijn ambtsuitoefening te Rome zou ik diens voorlichting mede op het gebied der kerkgeschiedenis niet hebben willen missen. In die zin hadden zijn antwoorden op mijn vragen invloed op de diplomatieke rapportage aan het departement. Het hoofdartikel insinueert een geheel andere invloed: het opwekken van begrip of zelfs bewondering voor het beleid van de Curie. Van zodanige invloed is nimmer sprake geweest.

De functie van Muskens aan Hr Ms ambassade is dus in het geheel geen 'vreemde constructie' en moet zeker gehandhaafd blijven. Gewoonlijk (is dat 'traditie'?) wordt die functie toebedeeld aan de rector van het Nederlands priestercollege, maar zeker niet omdat hij daar rector van is. Volledigheidshalve zij opgemerkt dat deze rector geen Curieprélaat is en evenmin werkzaam ten Vaticane, zoals het artikel losjes maar suggestief voorspiegelt.

De vergelijking met een communistische infiltrant bij de ambassade te Moskou (waar ik ook gewerkt heb) is beledigend en te kwader trouw. Twee protocollaire fouten in het artikel betreffen: de ambassade bij de Heilige Stoel is niet van minister Kooijmans maar van Hare Majesteit; de Nederlandse ambassadeur is geaccrediteerd bij de Heilige Stoel en niet 'bij het Vaticaan'.