Claims wegens falend vakmanschap rijzen de pan uit

DEN HAAG, 8 AUG. De beoefenaars van zogenoemde vrije beroepen, zoals notarissen, accountants en medisch-specialisten, moeten komend jaar beduidend meer gaan betalen om zich in te dekken tegen falend vakmanschap. De premies die verzekeraars vragen voor verzekeringen tegen beroepsaansprakelijkheid stijgen met 25 tot 30 procent, zo voorspelt mr. P. Kamp, onderdirecteur van verzekeraar Nationale-Nederlanden, de grootste BA-verzekeraar in Nederland.

Verzekeraars leggen al enkele jaren toe op BA-polissen. Het verlies van Nationale-Nederlanden op deze portefeuille bedroeg vorig jaar “enkele tientallen procenten”. Kamp sluit niet uit dat zijn bedrijf behalve de premie ook het eigen risico verhoogt. “Daarmee stimuleren we de kwaliteit van de dienstverlening van onze polishouders.”

Verzekeraars kampen bij de aansprakelijkheidsverzekeringen met steeds hogere claims. Uit de nieuwste cijfers van het Verbond van Verzekeraars blijkt dat in de periode 1988-1993 het uitgekeerde schadebedrag met gemiddeld 40 procent is gestegen. Kamp verwacht dat die trend zal doorzetten.

Kenmerkend voor een een BA-polis is volgens Kamp dat deze schade dekt die direct voorvloeit uit falend vakmanschap. Het gaat daarbij om beroepsfouten van onder meer notarissen, advocaten, accountants, organisatie-adviseurs en medisch specialisten. Omdat het bij BA om een relatief klein aantal polissen gaat “is risico-spreiding moeilijk en dreunen hoge claims hard door”, zegt Kamp.

Volgens penningmeester mr. A. Jansen van de Koninklijke Notariële Broederschap (KNB) zijn alle aangesloten 1160 notarissen en 1300 kandidaat-notarissen verzekerd voor beroepsfouten. De broederschap verplicht de notarissen via een richtlijn zelf de eerste miljoen gulden te verzekeren. Daar bovenop komt dan een via de KNB afgesloten collectieve verzekering die de totaal verzekerde BA-som per notaris op 10 miljoen gulden brengt.

In het aantal claims van minder dan 1 miljoen gulden heeft de broederschap volgens haar directeur, mr P. Kole, geen inzicht. Dat heeft de KNB wel in de claims die de miljoen te boven gaan. Hoewel ze de laatste jaren toenamen, waren het er volgens Kole in 1993 minder dan 10. “Van die claims boven de 1 miljoen gulden is er nog nooit een toegekend”, stelt KNB-penningmeester Jansen genoegzaam vast.

Binnenkort kan dat wel eens veranderen. De KNB is “behoorlijk geschrokken” van een claim van 29 miljoen gulden, die loopt tegen één van de notarissen van de gefailleerde Tilburgse Hypotheek Bank (THB). Die zou volgens curator mr. H. Gerritse in de fout zijn gegaan door het verscheidende malen op een dag laten passeren van aktes voor een en hetzelfde pand. Daarbij kon door een keten van koop en verkoop binnen een kleine kring van handelaren de waarde van zo'n pand binnen enkele uren oplopen van 5 naar 10 miljoen gulden. De claim van de curator, volgens wie de notaris had moeten weten dat hij “aanzienlijke schade” veroorzaakte, werd door het Hof in Leeuwarden gedeeltelijk toegewezen. De notaris ging daartegen in cassatie bij de Hoge Raad en loopt nu opnieuw het risico 29 miljoen gulden te moeten betalen. De Hoge Raad spreekt zich daarover pas volgend jaar uit, verwacht Gerritse.

Notarissen passeren jaarlijks onder meer tienduizenden koop- en hypotheekakten, testamenten, huwelijksvoorwaarden, samenlevingscontracten, boedelscheidingen en schenkingsakten. Daarmee ligt hun jaaromzet op circa 1 miljard gulden. De kans dat er in al dat papierwerk “weleens iets mis gaat, is natuurlijk niet ondenkbeeldig”, vindt Jansen. Bovendien wordt het rechtsverkeer naar zijn mening steeds ingewikkelder en de belangen groter. De notaris is een aantrekkelijke partij om op een fout aan te spreken, weet Jansen. “Want hij is goed verzekerd.” Het premiebedrag dat een notaris daarvoor betaalt, schommelt volgens hem tussen de 10 en 20 duizend gulden per jaar.

Onderdirecteur Kamp van Nationale-Nederlanden schat dat het claimrisico voor notarissen en advocaten niet voor elkaar onder doet. Bij de medisch specialisten ligt het volgens hem over de hele linie hoger. De grote accountantskantoren, die Nationale-Nederlanden niet tot haar klantenkring rekent, spannen volgens hem qua riscoprofiel de kroon. Zij sluiten hun BA-verzekeringen meestal af bij buitenlandse verzekeraars, onder meer in Engeland bij Lloyds en assurantiemakelaar Minet Holdings PLC.

Kamp noemt voor het toenemend aantal hoge claims diverse oorzaken. In de eerste plaats ziet hij het laatste decennium een verschuiving in het consumentengedrag. “Mensen nemen er geen genoegen meer mee dat je een keer pech kunt hebben. Ze zoeken massaal naar compensatiebronnen, waar die ook te vinden zijn.” Dit afwentelingsmechanisme leidt volgens hem tot steeds hogere premies, want “wat aan de schadekant eruit gaat, moet in het verzekeringsbedrijf aan de premiekant binnenkomen”.

De neiging tot afwentelen wordt volgens Kamp verder gevoed door advocaten en regresbureaus, die in het indienen van claims een boterham zien. Verder leidt de schaalvergroting in de economie ertoe dat een advocaat of notaris steeds grotere belangen onder handen krijgt. “Vergeleken met vroeger worden foutjes daardoor minder snel met de mantel der liefde bedekt”, meent Kamp.

Ook de rechterlijke macht en de wetgever zijn volgens hem debet aan de steeds hogere claims. Het causaliteitsbeginsel dat traditioneel voorschrijft dat de indiener van een claim moet aantonen dat zijn schade is veroorzaakt door degene die hij aanspreekt, wordt door de rechter in toenemende mate versoepeld. “De wetgever vervangt steeds vaker schuld- door risico-aansprakelijkheid. Het is dan niet meer van belang of er sprake is van schuld, maar voldoende is dat een schade inherent is aan een bepaalde activiteit”, legt Kamp uit.

“Wat ronduit vervelend is dat rechter en wetgever verzekeraars met terugwerkende kracht opzadelen met onvoorzienbare risico's”, vindt Kamp. Het gaat hem daarbij onder meer om de dreigende miljarden-claims voor bodemsanering en asbest-zaken. Schades die zijn ontstaan in de vijftiger en zestiger jaren. Dat fabrikanten nu daarvoor een beroep zouden doen op hun verzekeraar, vindt Kamp niet vreemd. De “makkelijkste consequentie” daarvan is volgens hem dat de premies omhoog gaan. De kern van het probleem is “dat je als verzekeraar je risico's niet meer kunt incalculeren als nu getornd wordt aan de normen waarop je destijds premie, dekking en eigen risico hebt afgestemd. Dan werkt de wet van de grote getallen niet meer en raakt een verzekeraar van het pad af”.

Volgens Kamp kan het niet langer zo doorgaan. “We roepen steeds dat we hier geen Amerikaanse toestanden krijgen, maar het is in sommige opzichten bijna zover.” De wetgever en de rechter zouden zich volgens hem daarom “eens achter de oren moeten krabben”. Een mogelijkheid om de trend om te buigen is wettelijke limitering van schadebedragen. Het eind 1992 ingevoerde Nieuw Burgerlijk Wetboek biedt daartoe naar Kamps mening voldoende mogelijkheden. Het is ook niet nieuw, zo verzekert hij “want als er een vliegtuig neerstort, is het schadebedrag al per slachtoffer gelimiteerd”.

De KNB vindt dat “geen onzinnige gedachte”. De notarissen staan volgens KNB-penningmeester Jansen aan het begin van een discussie, waarin ze onder meer ook advocaten en fiscalisten willen betrekken, of, en zo ja hoe, hun BA kan worden beperkt. De broederschap moet overigens nog onderzoeken of dat juridisch mogelijk is. Jansen geeft er de voorkeur aan dat de overheid het voortouw neemt bij het limiteren van schadebedragen.

De notaris verkeert bovendien in een bijzondere positie. Hij is tegelijk een door de Kroon benoemt ambtenaar én vrije beroepsbeoefenaar. Die ambtelijke status zou limiteren volgens Jansen kunnen bemoeilijken. De wetgever heeft immers bepaald dat alleen een notaris aktes kan opmaken, zegt de KNB-penningmeester. “Het lijkt me dan redelijk dat als hij daarin een fout maakt, zijn cliënt weet dat de notaris daartegen afdoende is verzekerd.” Maar aan de andere kant verplicht de wetgever de notaris zijn diensten te verlenen, schetst Jansen een dilemma. “Mag hij dan misschien zijn risico binnen de perken houden?”