Vijftig jaar geleden: de doorbraak in Normandië

Op 6 augustus 1944 deden de Duitsers in Normandië een wanhopige poging de bij Avranches doorgebroken geallieerde legers te stoppen. De Duitse eenheden raakten al snel ingesloten en verspeelden in de Falaise-pocket veel van hun materieel. Hun bevelhebber Von Kluge pleegde zelfmoord. Op 25 augustus werd Parijs bevrijd.

Op 2 augustus 1944 weet een Duits verkenningsvliegtuig door te dringen boven de zuidwestelijke sector van het grote geallieerde bruggehoofd in Normandië. Dat is lang geleden. Sinds hun landingen, twee maanden eerder, hebben de geallieerde luchtmachten de Luftwaffe immers uit praktisch het hele Franse luchtruim geveegd. Maar dit toestel, een met straalmotoren aangedreven Arado 234, is de verdammte Mustangs en Thunderbolts nu eens te snel af.

De bemanning van de Arado heeft de opdracht gekregen de omvang van de Amerikaanse aanval in deze frontsector vast te stellen. In het westen schittert de oceaan in de zomerzon, in het zuiden markeren zwarte rookwolken de linies. Diep beneden zich zien ze eindeloze kolonnes Amerikaanse tanks en vrachtwagens zuidwaarts rijden en de ongeschonden bruggen over de glinsterende riviertjes Sélune en Sée oversteken.

De Arado keert, mét het slechte nieuws, veilig op z'n vliegbasis terug. Nog dezelfde dag slaat veldmaarschalk Günther von Kluge, de Duitse opperbevelhebber in Frankrijk, de schrik om het hart. De luchtverkenning heeft zijn ergste vermoedens bevestigd, namelijk dat het Amerikaanse Derde Leger onder generaal George S. Patton bij Avranches inderdaad aan een doorbraak is begonnen. Het Duitse Zevende Leger kan hier na weken zware strijd weinig tegenover stellen. Bretagne ligt er op de Amerikaanse rechterflank bijna onverdedigd bij en niets lijkt een aanval op de Duitse bevoorradingsroutes in het Franse achterland in de weg te staan.

De strijd in Normandië, culminerend in de voor de Duitsers rampzalige doorbraak, verloopt globaal volgens het plan van het geallieerde opperbevel. Zoals beoogd worden de Duitse linies als een deur opengeduwd. Terwijl Britse en Canadese tankdivisies de sterke Panzer Gruppe West aan de 'scharnier' bij Caen bezighouden, dringen de Amerikanen het Duitse Zevende Leger langzaam maar zeker terug.

De Duitse tegenstand is verbeten, maar dat viel te verwachten. Onbespied door luchtverkenners groeit het aantal Amerikaanse divisies op het Normandische schiereiland Cotentin. Op 24 juli zijn ze klaar voor de aanval die de weg naar de rest van Frankrijk moet vrijmaken: Operation Cobra. Honderden zware bommenwerpers lossen hun lading boven de Duitse linies ten westen van het geheel verwoeste St. L<ô. Overigens niet zeer nauwkeurig: ook bij de voorste Amerikaanse eenheden vallen veel slachtoffers.

De bommen richten een enorme verwoesting aan. Generaal Fritz Bayerlein van de hier gelegen Panzer Lehr-divisie zal hierover bij zijn ondervraging vlak na de oorlog nog zijn ontsteltenis uitspreken: “Na een uur leken mijn voorste stellingen op een maanlandschap. Ten minste zeventig procent van mijn troepen was verdoofd, gewond, gesneuveld of krankzinnig geworden.”

De relatief intact gebleven verdediging-in-de-diepte beseft te laat dat ze verkeerd staat opgesteld. Vertrouwend op de ontoegankelijkheid van het bocage-landschap - holle wegen en dichte hagen rondom een lappendeken van akkers en weiden - hebben de Duitse commandanten hun schaarse tanks en kanonnen op de kruispunten van wegen opgesteld. Maar de Amerikanen blijken inmiddels een middel gevonden te hebben om door de heggen te breken. Voorop hun Sherman-tanks hebben zij stalen wiggen gelast, waarmee ze door de begroeide aarden wallen heen kunnen rijden.

Deze Rhino-tanks, zoals ze al snel heten, zijn dus niet meer genoodzaakt om over de obstakels in het landschap heen te rijden, waarbij ze hun kwetsbare onderkant blootstellen aan het beste antitank-kanon van de oorlog, het Duitse 88 mm-kanon, dat overigens was ontworpen als luchtdoelgeschut.

De Duitse tegenstand verkruimelt al snel onder het geweld van de luchtaanvallen en de onaangename verrassing van de onverwachts opduikende Rhino's.

Na de inname van Avranches krijgt Pattons Derde Leger de ruimte. Door de bres spurten Amerikaanse gemotoriseerde eenheden rechtsaf naar de Bretonse havens en het Duitse opperbevel moet met ongeloof en afgrijzen kennisnemen van de frontberichten: St. Malo ingenomen op 3, Rennes op 4 augustus. Op 7 augustus staan de Amerikanen in de buitenwijken van Brest, op 250 kilometer van Avranches. Het lijkt de Blitzkrieg wel.

De Duitse generaals, die de situatie haast met het uur zien verslechteren, wéten dat een tactische terugtrekking naar de Seine de enige zinnige optie is. Maar Hitler staat het ze vanuit zijn hoofdkwartier in het verre Oost-Pruisen niet toe. Zoveel waarde als de Führer bij het offensief hecht aan improvisatie en snelheid, zo kortzichtig en rigide organiseert hij de verdediging.

Volgens zijn principe van de Starre Verteidigung en de Feste Plätze mag geen meter worden geweken. Von Kluge krijgt zelfs bevel om een tegenaanval uit te voeren. Het gedecimeerde Zevende Leger, een paar schaarse reserve-eenheden en enkele pantserdivisies die zich hiervoor bij Caen aan de gevechten moeten onttrekken, krijgen de opdracht het geallieerde front bij Avranches in tweeën te breken.

Het zit Von Kluge werkelijk niet mee. Hij heeft de samenzweerders tegen Hitler, die op 20 juli hun mislukte bomaanslag pleegden, aarzelend zijn steun toegezegd. Insubordinatie, hoe verstandig die vanuit militair oogpunt ook zou zijn, betekent onmiddellijke arrestatie en de doodstraf. En onvoorwaardelijke loyaliteit aan Hitler betekent een zekere nederlaag.

De geallieerde luchtmacht bespiedt ongehinderd de voorbereidingen voor het offensief, voorraden en verse troepen ontbreken en Pattons tanks bedreigen al Le Mans ten zuidoosten van de Duitse verzamelgebieden.

Onder dit slechte gesternte rollen in de nacht van 6 op 7 augustus 250 Panzer bij Mortain westwaarts. Eén divisie ziet kans zeven kilometer op te rukken, maar de andere eenheden merken dat ook de Amerikanen de bocage goed weten te verdedigen. De Duitsers gooien in de volgende dagen meer divisies in de strijd om nóg een poging te wagen. Terwijl de Duitsers hardnekkig proberen de deur in het westen terug in het slot te krijgen, rammen de Britse en Canadese tanks bij Caen een koevoet in het hengsel. De daar resterende Duitse troepen wijken ten slotte onder grote druk.

Nu dreigt volledige omsingeling: de geallieerde aanvallen uit het noorden en het zuiden dreigen samen te komen in Falaise, achter de Duitse hoofdmacht. Maar zover komt het niet. De Duitse troepen verdedigen de enige uitgang uit de 'Falaise-pocket' ongekend fel. Voor de Typhoons van de Britse Royal Air Force dienen zich meer doelen aan dan ze raketten kunnen afvuren. En vanaf de heuvels die over de steeds smaller wordende ontsnappingsroute uitkijken richt de geallieerde artillerie de lopen op de hulpeloze Duitse bevoorradingskolonnes.

De Wehrmacht maakt veel gebruik van paarden. Van de 100.000 man die gevaar lopen te worden ingesloten slaagt eenderde erin alsnog te ontsnappen, onder wie alle hoge officieren. Hun materieel moeten ze achterlaten.

Von Kluge verbindt zijn lot aan dat van de Duitse legers in Normandië. Hij vreest - terecht - dat in Duitsland bij de ondervragingen van de samenzweerders zijn betrokkenheid is gebleken. Hij wordt op 15 augustus van zijn functie ontheven - en vervangen door veldmaarschalk Walther Model - en teruggeroepen naar Berlijn. Hij vertrekt wel van zijn hoofdkwartier maar hij komt nooit in de Duitse hoofdstad aan. Nog in Frankrijk zet hij zijn stafauto aan de kant van de weg en pleegt met cyaankali zelfmoord.

Voor de geallieerden strekken zich nu de onverdedigde glooiende heuvels en graanvelden tot aan Parijs uit. Pattons eenheden vorderen wel honderd kilometer per dag. Orléans en Chartres vallen op 17 augustus. Op de negentiende begint het Franse verzet een opstand in Parijs. Tegen uitdrukkelijk bevel van Hitler, die de stad vanzelfsprekend tot de laatste man verdedigd wil zien, tekent de Duitse commandant Dietrich von Choltitz een wapenstilstand. En net als vier zomers terug bezegelt de val van Parijs ook het lot van Frankrijk. Alleen, deze keer is het een wending ten goede.