Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Bouw

Endurance, rijden tegen de grenzen

WASSENAAR/DEN HAAG, 6 AUG. Om 5.45 uur hangt de ochtendnevel nog over de velden. Er heerst een chaotische bedrijvigheid rond de renbaan Duindigt, gistermorgen het toneel van het WK-endurance. Deelnemers met rugnummers op besteden hun energie nog aan het heen en weer lopen. Verzorgersploegen hollen rond. Officials lopen als akela's hun vrijwilligerstroepen te inspecteren.

De meeste deelnemers beginnen op te stijgen. Sommigen rijden meteen energiek rond, alsof hun paard nog niet genoeg heeft aan 160 kilometer. De tienjarige bonte Bobby bokt eens flink en gooit zijn Britse amazone bijna uit het zadel. Het publiek stuift opzij als de zevenjarige Lord eens flink uithaalt met de achterbenen. Brook Sample, een mager Australisch paard, maakt nog eens een handgalopje voordat de startauto de renbaan opdraait. De rode bol van de opgaande zon zorgt voor een prachtig sfeervol beeld bij de start. Voor de buitenlanders vormt het typisch Nederlandse strand- en duingebied een extra uitdaging. Aan bergen en rotsen zijn zij gewend. Maar boulevards en stranden? Dat is een geheel nieuwe ervaring.

6.30 uur: De startauto rijdt weg. Sommigen volgen onmiddellijk, voortvarend in galop. Anderen proberen rustiger te vertrekken. De start blijft een kwartier open en zij willen hun eigen wedstrijd rijden, niet gehinderd door nerveuze collega-deelnemers. De Noorse deelnemers met nummer 112 en 37 stappen nog eens ontspannen voor het publiek langs, dat inmiddels is begonnen met Zweedse volksliederen en een Braziliaanse yel. De rustige start zal nummer 37 niets helpen: om 13.00 uur eindigt haar wedstrijd op het Malieveld. Een helikopter is in de lucht. Deze zal de paarden de hele dag blijven volgen.

8.10 uur: Een kopgroep van een dertigtal paarden passeert Noordwijk over het strand. Een half uur later komen de eerste paarden al weer terug en rijden richting Katwijk, naar de eerste vet gate. Op kop twee schimmels, nummer 108 en 77, met in het zadel twee Amerikaanse amazones. Hardlopers zijn soms doodlopers, blijkt in Katwijk. Voor nummer 77, Stagg Newmann, is het einde oefening. De hartslag van zijn paard is niet binnen een half uur na aankomst onder de 65 slagen per minuut gekomen. Nummer 108, Melissa Crain, gaat alleen verder. Een groep Italianen passeert. Zij hebben kennelijk afgesproken bij elkaar te blijven en voor de teammedailles te rijden.

Om 8.46 uur passeert de drievoudige wereldkampioene Becky Hart het Noordwijkse strand richting Katwijk. Haar paard in een economische galop, zelf een flauw handje opstekend naar het applaudisserende publiek. In Katwijk wordt haar zeventienjarige R.O. Sultan gedurende de gehele rusttijd bij de vet gate stevig bij zijn bilspieren en achterbenen gemasseerd. Kennelijk vreest men voor verstopping. De hulptroep houdt televisiecamera's en fotografen op een minimale afstand van drie meter. “Alstublieft, Sultan heeft zijn rust nodig”, zegt een meisje met zachte dwang. Sultan eet wat duingras en kijkt geïnteresseerd om zich heen, terwijl hij de behandeling laat welgevallen. Maar de derde vet gate zal Sultan niet meer probleemloos passeren.

Het is druk en rommelig wanneer twee Nederlanders binnen komen, Geert Jan de Boer en Jannet van Wijk. De Oranje-ploeg wordt met gejuich begroet. Hier gaat het nog goed, maar tot zijn volslagen verrassing ligt De Boer bij de check op het Malieveld uit de wedstrijd. Zijn veertienjarige Farah kwam met een hartslag van zeventig binnen en heeft die hartslag na een half uur nog. “Ik begrijp het niet”, zegt hij, verslagen tegen een boom zittend. “Ik heb haar in haar eigen tempo laten lopen en ze gaf geen enkel teken van vermoeidheid. En het is ook nog veel minder warm dan was voorspeld!” Er is een opstootje rond Caro, het paard van Tomasso Lonfernini. Dit paard is zo oververhit dat het een infuus nodig heeft. Een onterend gezicht. De disciplinemanager Schreurs probeert het paard van nieuwsgierige ogen af te schermen. Tevergeefs.

De Frans-Amerikaanse kopgroep van zes deelnemers bij de Waalsdorpervlakte om 11.30 uur, dunt een half uur later op het Malieveld met de helft uit. En dan is de wedstrijd na 76,6 kilometer nog maar halverwege. Het erkende kritieke punt ligt pas rond de 130 kilometer. Dan wordt er pas echt tegen vermoeidheidsgrenzen gevochten.

19.36 uur in het Zuiderpark: Een moment om koud van te worden. De 48-jarige Amerikaanse amazone Valerie Kanavy galoppeert het stadion binnen, in een handgalopje. Ze heeft er 160 kilometer opzitten met haar schimmel Peraz. Wat een kameraadschap. Onmiddellijk staat de verzorgploeg klaar. Door tien handenparen wordt de schimmel geaaid, met flessen water overgoten, lovend toegesproken en beklopt. Vijf minuten later finisht de zilveren-medaillewinnaar, de Fransman Dennis Pesce. Net als Kanavy hoorde hij om 11.30 uur op de Waalsdorpervlakte al tot de kopgroep.

Voor de Nieuwzeelandse Paulette Stannard is de laatste veterinaire keuring er een te veel. Zij heeft net te veel risico genomen. Dit is niet alleen de sport van de snelste, maar ook die van de fitste. Haar paard herstelt onvoldoende en de bronzen medaille gaat naar Stephane Fleury. Zijn broodmagere Franse paard komt met hele grote ogen van de opwinding binnen. Endurance: een kwestie van karakter.