Schone tijden voor oppositie in India

NEW DELHI, 4 AUG. De Indiase oppositie beleeft schone tijden. Vervuld van nobele verontwaardiging keerden de parlementariërs van de oppositie dinsdag het parlement en masse beledigd de rug toe. Had de regering van premier Narasimha Rao de volksvertegenwoordiging immers niet als een voetveeg behandeld, klonk het verwijt uit de mond van de oppositie. Rechtgeaarde democraten als zijzelf pikten dat uiteraard niet. Ook binnen Rao's eigen Congrespartij, die op een kleine meerderheid kan rekenen in het parlement, bestaat er onvrede over de handelwijze van de regering.

De woede van de oppositie was gewekt door een rapport van de regering vorige week, waarin ze aangaf welke stappen ze heeft ondernomen sinds het parlement begin dit jaar uitvoerig debatteerde over een onderzoek naar een enorm beursschandaal in 1992, waarbij 1,3 miljard dollar werd verduisterd. Uit het rapport bleek dat er bijzonder weinig is ondernomen. Bovendien liet de regering zich laatdunkend uit over de parlementaire commissie die de zaak vorige jaar had onderzocht.

Vooral dit laatste was tegen het zere been van veel parlementariërs, omdat de commissie destijds met de grootste zorg was samengesteld en het rapport rond de jaarwisseling met veel instemming was begroet. Toen de regering vasthield aan haar standpunt, besloot de oppositie eendrachtig zich voor de resterende weken van deze zitting uit alle commissies terug te trekken. Zelfs in de annalen van het Indiase parlement, waar oppositiepartijen uit protest geregeld schuimbekkend het parlement verlaten voor de vergadering is afgelopen, was dat niet eerder vertoond.

De affaire over het rapport is koren op de molen van de steeds verder versplintererende Janata Dal Partij en ook op die van de communisten. Maar het meest welkom is de kwestie bij de radicaal hindoeïstische Bharatiya Janata Partij (BJP). Het biedt de grootste oppositiepartij eindelijk een kans zich nadrukkelijk te profileren in een concrete zaak. Dat kan de partij uitstekend gebruiken, want ze heeft zware tijden achter de rug.

Bij verkiezingen in de belangrijkste deelstaten van Noord-India verloor de BJP, die tot dan toe aan een onstuitbare opmars bezig leek, vorige herfst aanzienlijk. De kiezers bleken niet erg geïnteresseerd meer in een partij, die slechts op één thema hamerde: de zaak van de omstreden moskee in Ayodhya, die zou hebben gestaan op de plek waar volgens hindoes hun god Ram was geboren.

Daarop belandde de BJP in een diepe identiteitscrisis. Verschillende facties gaven elkaar de schuld van het verkiezingsdebacle. BJP-leider Lal K. Advani, die tot dan altijd het hoogste woord had gehad, hield zich plotseling opvallend rustig. Velen in de partij beseften dat ze een nieuw coherent programma nodig hadden. Maar het viel niet mee de verschillende stromingen op één noemer te brengen. Moest de partij, die de reputatie had vooral op te komen voor de hogere kasten, zich meer richten op de lagere kasten en kastelozen? Of moest ze zich op volle kracht keren tegen het liberale economische beleid van de regering, hoewel veel potentiële aanhangers daar nu juist van profiteerden? De partij heeft wat dit betreft nog altijd geen knopen doorgehakt.

De parlementaire crisis biedt de BJP een prachtkans de gelederen, althans tijdelijk, te sluiten en zich te profileren als de enige ware bewakers van de democratie in India. Advani en zijn mensen zullen dan ook niets nalaten om zoveel mogelijk munt te slaan uit deze affaire. Ze zijn inmiddels druk bezig grote demonstraties te organiseren.

Toch zal premier Rao, die over een opmerkelijk vermogen beschikt om crisissituaties geduldig uit te zitten, vermoedelijk niet wakker liggen van de niet eerder vertoonde actie van de parlementariërs. Binnen de Congrespartij is zijn positie op het ogenblik onaantastbaar en in het parlement beschikt hij, of de oppositie zich daar nu laat zien of niet, over een meerderheid.

Het lijkt bovendien onwaarschijnlijk dat de BJP erin zal slagen over de tamelijk technische kwestie van het parlementaire rapport grote volksmassa's op de been te brengen. Verder weet ook de BJP dat een kwestie als deze even soelaas biedt maar op termijn geen oplossing biedt voor het fundamentele identiteitsprobleem waarmee de partij al maanden worstelt. De harde les van vorige herfst was immers dat een partij met slechts één thema uiteindelijk door de kiezers wordt gestraft.