Gelukkig huwelijk Stravinsky en Immendorff in Salzburg

SALZBURG, 4 AUG. Vitale, verontrustende kunst wil Gerard Mortier, die sinds 1991 de Salzburger Festspiele leidt, brengen. De 'levenloze rituelen' uit een vorige periode wil hij bijgezet zien. Dat dit niet zo makkelijk is, hebben de afgelopen dagen de vaak gemengde reacties op de nieuwe Don Giovanni, of de theaterprodukties van toneelleider Peter Stein aangetoond. Maar dat het ook honderd procent lukken kan demonstreert de uitvoering van Stravinsky's The Rake's Progress. Zelfs de zuurste tegenstanders van Mortier moesten toegeven dat de opera een succes was. Het festivalpubliek stond te juichen van enthousiasme.

Toch had Mortier voor een riskante aanpak gekozen. Stravinsky raakte tot de opera geïnspireerd door de serie gravures van William Hogarth uit 1733, waarin het leven van een ambitieuze jongeman die voor de verleidingen van het liederlijke Londen capituleert, wordt weergegeven. W. H. Auden en Chester Kallmannn schreven het scenario. De wereldpremière vond in 1951 in Venetië plaats.

De opera, met zijn aanvankelijk zuivere hoofdpersoon Tom, die de liefde heeft weten te winnen van Anne Trulove, maar die door de duivelse influisteringen van Nick Shadow het slechte pad opgaat, is steeds opgevat als een moderne Faust, als een 20ste-eeuwse versie van een van de grote mythes die, zoals de Britse filosoof en literatuurcriticus George Steiner het bij de opening van de Festspiele schetste, door het post-klassieke Europa zijn geschapen.

Voor The Rake's Progress van dit jaar nodigde Mortier de in 1945 geboren Duitse schilder Jörg Immendorff uit om decor en kostuums te ontwerpen. Immendorff, die in 1986 een Electra aankleedde, hoort met Baselitz en Lüpertz tot de vaders van de 'Neue Wilde Malerei'. In de jaren zestig schokte hij Eindhovense theaterbezoekers door stukjes van het podium af te hakken en die onder het publiek te verdelen, maar sindsdien heeft hij zich tot een van de belangrijkste neo-figuratieve schilders van Duitsland ontwikkeld. Een jaar geleden begon hij schetsen te maken voor de Stravinsky-opera. Ze zijn nu te zien in de Kast-villa in Salzburg.

Met Immendorff haalde Mortier het risico in huis. Want de decor-ontwerper ontwierp bijna een nieuwe mythe rondom de wildebras die pure liefde versmaadt en voor geld en bordeel kiest. Voor Immendorff is Tom een schilder, wiens zelfverwerkelijking moet worden uitgebeeld. Eerst in het ontdekken van de lichamelijke liefde, daarna in de poging zich van de sensualiteit te genezen door met een kermisartieste met paard te trouwen en tenslotte in een goed bedoelde, maar infantiele liefdadigheidsactie. Uiteindelijk bevrijdt Tom zich van al deze mislukkingen en stijgt hij op naar nieuwe picturale vergezichten, waar hij het puin van zijn leven in kunst nieuwe vorm gaat geven.

Dit opstijgen doet de rekel met een vliegtuig dat de hele opera door al als een symbool van vliegen en vluchten op het podium staat. Apen (al bij Hogarth zijn dieren present bij de liederlijkheden) garneren het beeld als toeschouwers, hulptroepen en begeleiders. Seksuele symbolen verluchten de decors. Immendorff laat heel wat zien bij de aankleding van de opera. De bijdrage van de regisseur Peter Mussbach, zelf in het verleden vaak in het nieuws door revolutionaire theatervernieuwingen, raakte er door op de achtergrond.

Dit geldt niet voor de muziek. Stravinsky's vaak wat oneffen partituur wordt in Salzburg zo uitgevoerd, dat van een intens gelukkig huwelijk met Immendorffs kleurrijke aanpak gesproken kan worden. Sylvain Cambreling dirigeert met precisie en de zangers, van wie er een aantal zijn uitgedost als de schilders Joseph Beuys of Markus Lüpertz, staan hun mannetje. Boven alle lof verheven is de Amerikaanse sopraan Sylvia McNair, die voor Salzburg werd ontdekt door Seiji Ozawa als Ann Trulove. Naast haar stem, haar muzikaliteit en presentie op de planken verbleken alle anderen.

1994 zou voor de vernieuwde Salzburger Festspiele een beslissend jaar worden, heeft Mortier gezegd. Met The Rake's Progress is hem in elk geval een schot in de roos gelukt en heeft hij laten zien dat de kruisbestuiving van beeldende kunst, muziek, theater en literatuur tot spannende produkties kan leiden en de Festspiele tot iets meer kunnen maken dan traditionele kunstconsumptie op hoog kwalitatief niveau.

Nog een andere Stravinsky: l'Histoire du Soldat in een circustent uitgevoerd door leden van het Mozarteum-orkest en een kleine toneelgroep onder leiding van Barbara Mundel en Veit Volker, versterkt Mortiers visie. Als typisch armeluistheater is de produktie een contrapunt tegenover de grote spektakels in het Festspielhaus. Heroïsch spartelen de acteurs in de turfmolm bij temperaturen die het publiek doen wegsmelten. Maar het verhaal van de arme soldaat die zijn viool aan de duivel geeft in ruil voor een boek dat hem rijk moet maken, dat Stravinsky in 1918 als een opmaat voor The Rake's Progress componeerde, wordt overtuigend getransponeerd naar (Russisch) emigrantenleed. Een staccato van pantomine, toneelspel, balladeska, acrobatiek en ballet-persiflage noemde de Oostenrijkse krant Der Standard de opvoering met veel waardering.

Nog steeds hoort bij de Salzburger Festspiele Hugo von Hofmannsthals Jedermann. Mortier heeft ook geprobeerd dit fameuze, maar enigszins versteende relict uit de begintijd van het festival 1920, dat Max Reinhardt aan Hofmannstals pen ontlokte en daarna produceerde op het plein voor de Domkerk, te moderniseren. Zonder succes. De schrijvers Peter Handke en Botho Strauss werden door de stof die tenslotte uit de middeleeuwen stamt, niet geïnspireerd. Regisseurs als Jürgen Flimms en Peter Stein bleken niet bereid de oude enscenering van Jedermann te vernieuwen. Dit jaar gaat het stuk dan ook nog in de oude versie. Desondanks is het een veel besproken produktie, omdat naast Helmut Lohner als Jedermann de beeldschone Italiaanse vriendin van Peter Stein Maddalena Grippa haar liefde voor de veelgeplaagde hoofdpersoon van het stuk zo warm over het Domplein weet uit te stralen dat het eigenlijk onbegrijpelijk is dat niet zij, maar de deugd aan het end van het toneelspel mee de dood in gaat.

Volgend jaar komt er toch een nieuwe enscenering, heeft Mortier aangekondigd. Maar een regisseur lijkt hij nog niet te hebben. Zelf heeft hij overigens al gezegd ook best iets te zien in een ander religieus stuk in plaats van Hofmannsthals niet echt geniale tekst. Lucifer van Vondel bij voorbeeld of l'Annonce faite à Marie van Claudel.