Ortolaan

In NRC Handelsblad van 4 juli maakte de bioloog Boena van Noorden een verslaggever deelgenoot van de rouw over het verdwijnen van de ortolaan. Van Noorden ging in een kille meimaand op zoek, tussen de aspergebedden in Grubbenvorst. Tegen beter weten in want hij zei: “De omstandigheden zijn verre van ideaal; de ortolaan is juist een thermofiel, hij komt pas in de loop van de dag zingend tevoorschijn, mits het warm genoeg is”. Het aantal broedplaatsen is in 25 jaar tijds als gevolg van landbouwingrepen gereduceerd tot twee: Blerick en Grubbenvorst, en in '93 werden de laatste broedpaartjes gezien, aldus Vogels.

De ortolaan is echter gesignaleerd, na twee weken on-Nederlands zomers weer, in dat andere zanderig uiterste van Nederland. 's Middags om twaalf uur kwam hij aan-orgelen, een zweem van volkse mahleriaanse weemoed in zijn lied, maar tropischer en hij streek neer op de duindoorn. De weerschijn van de zon op het zand deed de kaneelkleurige buik opgloeien als een matte oranje-rode abrikozewang. Een fractie van een seconde later volgde zij, valer, zwijgend en iets lager, zoals het hoort in het dierenrijk, een paartje, hij zong en samen vlogen ze weg. Het nest was enkele dagen eerder ontdekt, even boven de grond in een glooiend mandje van helmgras en duindoorn, toen de ondergaande zon erin scheen. Maar we houden de plek geheim, net als Maarten 't Hart in het boekenweekgeschenk 'De Ortolaan' uit 1984. De ortolaan vliegt, zingt, paart en broedt nog in Nederland; na Grubbenvorst en Blerick, de Achterhoek en op een kerkhof bij Leiden nu in West aan Zee.