Wonder

Italië. Bovenop de Montallegro bij Rapallo verscheen, ik geloof in 1533, de Heilige Maagd aan een oude man. Een prachtige berg van meer dan 600 meter hoog. Als je daarboven op het pleintje voor de kerk staat die ze ter ere van Maria en die oude, verbaasde man hebben neergezet, heb je een prachtig uitzicht op de baai van Rapallo, met rechts San Michele en verderop het schiereilandje waarachter Portofino ligt. Santa Margherita er tussenin, maar verscholen achter de wollig beboomde heuvels met hun pijnbomen en cypressen. (August Strindberg: “Een schelp geeft de nabijheid van de zee weer, één cypres op het toneel en zie: Italië.”)

Nu schrijf ik wel dat die kerk gebouwd is 'ter ere van', maar kijk, tenslotte was die verschijning al eeuwen tevoren geschied en het is natuurlijk geen toeval dat de kerk verrezen is na het kassucces van bijvoorbeeld Lourdes, of niet soms? Er werd zelfs een kabelbaan aangelegd die de krakkemikkige genezingzoekers konden benutten om naar boven te komen. Maar een krukken en wijwatercircus is het gelukkig nooit geworden. Dus geen muren vol voeten, benen, gelige windsels en bindsels.

Het verhaal dat ik uit het Italiaans heb kunnen ontcijferen is niet spectaculair. Werfel had er nooit een roman over geschreven: een boer is aan het hooien en daar, op een rotspunt, staat ineens de Moeder Gods. In al haar glorie zoals we dat gewend zijn. Gouden kroon. Blauwe, met goud bestikte mantel en een echte kanten sluier om. De handen niet gevouwen zoals het hoort, want ze heeft een schilderijtje, een 'quadretto miracoloso', van zichzelf bij zich dat ze de oude baas aanreikt. (Bijna liet hij het vallen. De diepte in, want hij stond natuurlijk te trillen op zijn benen van de zenuwen.) Het schilderijtje hangt in de kerk. Een vreemd stukje Byzantijnse kunst zo te zien. Bij een opgebaarde Maria staat een Jezus met twee hoofden. Verder een heilige met een baard (Sint Nicolaas?), nog wat devote mannen en twee engeltjes. Heel mooi, met veel goud en geheimzinnigheid.

Toen Maria weer uit het gezicht verdwenen was, ontsprong er heilig, geneeskrachtig water uit de rots en werd er een eenvoudig heiligdommetje gebouwd.

In een zijportaal hangt de Italiaanse uitleg. Drie oudere dames lazen elkaar hardop de wonderbaarlijke gebeurtenis voor. Door elkaar. Een vrolijk, aandoenlijk gekwebbel. Alsof elk van hen het wonder zelf had meegemaakt. Maria is bij de Italianen toch vaak een vertrouwde vriendin. Die niet op een wondertje links of rechts kijkt. Ook nu weer. Om met zo'n prachtig, duur schilderijtje te komen aanzetten: die Maria van ons kan er wat van.

Een broer van mijn vader was kunstschilder. Dat deed hij heel secuur. Ik heb een stilleventje van hem. Een vaasje met witgele roosjes er in. Het vaasje is echt glas en de rozen bijna rozen. Ik weet zeker dat hij ze zelf geplukt heeft van de klimroos op het plaatsje achter zijn huis. Ik heb er een foto van met mijn vader er op die toen met iemand anders verloofd was dan met mijn moeder en mijn oom met zijn kale kop staat er ook bij. (Die is wel bij zijn eigen vrouw gebleven, toch is het niet goed met hem afgelopen.) Hij schilderde kruiswegstaties. Slecht betaald op koude steigers. Daar heeft hij waarschijnlijk zijn reumatiek opgelopen. Een vreselijke ziekte. Hij leed veel pijn en kon het niet verwerken dat hij zijn kunst en broodwinning zou gaan kwijtraken. Op een dag ontdekte zijn vrouw dat hij een revolver had aangeschaft. In Lourdes ontving hij de 'genade der berusting'. Mooi meegenomen maar de pijn werd er niet minder door. Hij heeft nog jaren op een primitieve manier paneeltjes geschilderd. In bed, met een heleboel kussens in zijn rug. Streekje voor streekje. Geen grote kunst. 't Is een beetje een rooms verhaal geef ik toe, maar zonder aanstellerij: toch ben ik trots op die doorzetter en ben ik blij dat ik naar hem ben genoemd.

Op de berg in Rapallo heb ik een flinke zwengel aan een pomp gegeven die tegen de kerk van Maria en die oude meneer is aangelegd. Het water heb ik door beide neusgaten opgesnoven. Ik had een chronische neusholte-ontsteking. Twee penicillinekuren. Niets hielp. En nu? Ik ben er mooi van af. O, zo!