Met twee handen spreken

Alle hens aan dek, drie videobanden; prijs ƒ32,50 per stuk, verkrijgbaar bij de Gebarenwinkel in Den Haag, tel. 070-3801747

Laatst hoorde ik een groepje kinderen praten over de vraag of ze liever doof of blind zouden zijn. Het rare is dat die vraag altijd weer opduikt. Ik dacht vroeger dat ik - als je dan echt moest kiezen - maar doof zou willen zijn, want dan kon ik tenminste wèl lekker veel lezen. Jammer genoeg is dat niet zo, omdat je lezen eigenlijk pas kunt leren als je - zonder het te merken - al een heleboel van de taal hebt geleerd door hem ongeveer zes jaar lang elke dag om je heen te horen.

Een van de dingen waardoor je het idee krijgt dat lezen leuk is en dat je dat dus nodig moet leren, is voorlezen. Ook dat is bij kinderen die je stem niet kunnen horen heel moeilijk. Sinds kort bestaan er nu videobanden, waarop boeken van bijvoorbeeld Imme Dros, Max Velthuijs, Toon Tellegen, en Sjoerd Kuijper en versjes van Annie Schmidt worden voorgelezen in gebarentaal. Dat is de taal waarin dove mensen met hun handen, hun gezicht en hun hele lijf met elkaar praten. Eigenlijk is het hun moedertaal. Heel lang moesten dove kinderen de taal van de horenden leren, door klanken te imiteren en lip te lezen. De handen mochten niet meedoen: soms moesten kinderen daar in de klas zelfs op gaan zitten. Langzaam maar zeker wordt het voor steeds meer mensen duidelijk hoe belangrijk de gebarentaal is.

Vorige week was er een dag op de Amsterdamse dovenschool, waar dat werd gedemonstreerd. Ik zag een voorlezer aan het werk. Makkelijk heeft die het niet. Hij moet de gebaren van het verhaal uit zijn hoofd kennen, omdat hij het boek niet kan vasthouden en er ook niet steeds in kan kijken. Hij heeft immers steeds zijn ogen en handen nodig. Op de grond lag een soort grote spiekbrief en soms maakte hij een 'vergebaring' en moest opnieuw beginnen. Wanneer het verhaal of versje uit was, wapperde het publiek enthousiast met de armen boven het hoofd. Dat betekent applaus.

Op de videobanden gebeurt nog meer. Naast de gebaren zie je ook de plaatjes uit het boek en gelijktijdig klinkt er een stem die het verhaal vertelt. Zo kunnen horende kinderen ook meegenieten. Het was een ingewikkeld karwei om alles in gebaren te vertalen. Het fluitketeltje van Annie Schmidt bijvoorbeeld heeft als gebaar een plat uitgestoken hand onder de kin en de andere hand die zogenaamd een dikke ronde clownsneus opzet. Het fluiten ziet eruit als enorme poezesnorren die links en rechts uit wangen getrokken worden en voor 'we houden het echt niet meer uit' slaat de verteller in wanhoop de handen voor zijn ogen.

Voor dove kinderen moet het heerlijk zijn om nu ook naar Kikker in de kou te kunnen 'luisteren'. Voor horende kinderen is het spannend dat je al gauw gebaren gaat herkennen. Bovendien zouden alle vaders, moeders, meesters en juffen eens naar deze gebaarders moeten kijken om te zien hoe prachtig een verhaal wordt als je niet alleen maar de woorden hardop leest, maar ook de hele rest van jezelf mee laat 'spreken'. Ik hing niet alleen de lippen van deze voorlezers, maar ook aan hun handen en gezichten.