Zonnen onder de ozonlaag

Iedereen, zelfs de Gezondheidsraad, verbindt huidkanker aan de afname van de ozonlaag. Maar om huidkanker in de volgende eeuw te vermijden is het belangrijker om nu minder te zonnen.

Door de bossen, door de heide door het zomerdronken land over heuvels en rivieren windgekust en zonverbrand

Zingend trokken de stadse bleekneusjes in de jaren dertig de natuur in. Buitenlucht sterkte de mens en zonlicht symboliseerde het einde van het benauwde Victoriaanse tijdperk, met zijn preutse moraal, nauwe steegjes en vervuilde stadslucht.

De hygiënisten, progressieve en liberale artsen uit de tweede helft van de vorige eeuw, vochten voor verbetering van de woonomstandigheden van de arme bevolking. Hun opvolgers in de 20ste eeuw boekten uiteindelijk succes - de huizen werden ruimer, er kwam riolering en waterleiding. De ideeën van de hygiënisten, die inspiratie opdeden bij de Duitse medische gymnastiek en bij de achttiende-eeuwse filosoof Jean-Jacques Rousseau, werden in de naoorlogse jaren tenslotte gemeengoed - licht en lucht werden synoniem voor gezond.

Maar nu, veertig jaar nadat ouders hun kinderen met de beste bedoelingen de zon instuurden, krijgen steeds meer Nederlanders huidkanker. Tussen 1975 en 1988 steeg het aantal gevallen van huidkanker met 25 tot 50% (de percentages hangen af van de soort huidkanker). Volgens de Nederlandse Kankerbestrijding werd vorig jaar bij 20.000 mensen huidkanker vastgesteld. Zo'n 400 mensen overleden eraan, waarvan 300 aan melanoom. Voor dermatologen staat uit proefdieronderzoek en epidemiologisch onderzoek zo goed als vast dat de drie soorten huidkanker toenemen door grotere blootstelling aan UV-straling.

Huidkanker ontstaat, net als de meeste kankers, traag. Blootstelling aan veel UV-straling in de jeugd verhoogt het risico op huidkanker op latere leeftijd aanzienlijk. De hausse in zonnebaden, naturisme en zonnebanken van de laatste twintig jaar is daarom nog maar nauwelijks zichtbaar in de toename in huidkanker van de afgelopen jaren.

Strand op loopafstand

De waarschuwingen voor de gevaren van teveel zonnebaden klinken nu een jaar of tien. Maar veel effect hebben deze waarschuwingen niet. Voor de grote touroperators is het hotel op loopafstand van het strand nog steeds een verkoopargument. Het tourisme naar de Canarische eilanden vanuit Nederland is de afgelopen 15 jaar verdubbeld tot 230.000 bezoekers. 2,2 miljoen landgenoten vertoeven jaarlijks onder de Franse zon, een miljoen meer dan 15 jaar geleden. Zelfs op de stranden van Bali en Florida zonnen Nederlanders.

Maar soms slaat toch de paniek toe. Het ozongat. Voor het derde achtereenvolgende jaar was aldus het KNMI in maart de ozonlaag dunner en vielen er meer UV-stralen op aarde dan normaal in die tijd van het jaar. De ruime publiciteit ging gepaard met waarschuwingen voor de toename van huidkanker, want een dunnere ozonlaag laat meer UV-straling toe.

Een nieuwe golf van onrust spoelde over het land toen enkele weken geleden het KNMI aankondigde klaar te zijn om op zonnige dagen de zonkracht - maat voor de UV-instraling op het aardoppervlak - in het weerbericht op te nemen.

Mensen die in maart uit angst de voorjaarszon meden, wisten ongetwijfeld niet dat in september, als de zon net zo hoog aan de hemel staat als in maart, de ozonlaag gemiddeld 20% dunner is dan in maart. De ozonlaag boven Nederland vertoont seizoensvariatie en is in maart gemiddeld het dikst, overigens met forse dagelijkse fluctuaties. Het maartse ozongat is dus in werkelijkheid een afgevlakte top.

In 1993 was de ozonlaag in maart 10% dunner dan gemiddeld in die maand. Dit jaar scheelde het nog maar een paar procent, net als in 1992. Voor de totale jaarlijkse UV-instraling maakt die paar procent in maart niet zoveel uit. De zon staat dan niet al te hoog aan de hemel, zodat de UV-straling schuin door de atmosfeer en ozonlaag valt en verhoudingsgewijs weinig UV-straling de aarde bereikt.

In juni, wanneer de zon overdag hoog aan de hemel staat, is er veel meer reden om uit ozonoverwegingen de kinderen binnen te houden en zelf een zonnebril en breedgerande hoed op te zetten. Door normale seizoenvariatie is er gemiddeld 10% minder ozon dan tijdens het diepste gat ooit boven Nederland gemeten.

Vakantiegangers die het vliegtuig naar Spanje of de Canarische eilanden pakken, of per auto de caravan naar Zuid-Frankrijk slepen, leveren vrijwillig een procent of tien beschermende ozonlaag in. Naar de evenaar toe is er altijd minder ozon in de stratosfeer dan op noordelijke breedten. Op 1 juni was de ozonlaag boven De Bilt 347 Dobsoneenheden dik, boven de Franse Rivièra hingen er 300 en boven de Costa del Sol 285.

De zonkracht die het KNMI in Nederland bepaalt op grond van de dagelijks fluctuerende ozonlaagdikte en de stand van de zon, kan in Nederland hoogstens de waarde 9,5 op de KNMI-zonkrachtschaal bereiken. De zon staat dan op zijn hoogst (21 juni) en de ozonlaag is tijdelijk erg dun (250 Dobsoneenheden). Onder die omstandigheden vangt de zonaanbidder in Zuid-Frankrijk bijna 10% meer UV-straling (zonkracht 10,3), in Zuid-Spanje heerst zonkracht 11,2 en op Tenerife zonkracht 11,7. Een uitstapje naar de Canarische eilanden levert, zelfs bij een gelijk aantal zonnedagen als in Nederland, 15% meer UV-straling op dan een Hollandse strandvakantie.

Pinatubo

Angst voor huidkanker door het maartse gat in de ozonlaag is misplaatst. Over een lange reeks van jaren meldde het KNMI dit jaar voor het eerst een statistisch significante afname met enkele procenten van de gemiddelde dikte van de ozonlaag. De Belgische weerdienst KMI in Ukkel, die altijd betere ozonmetingen deed, zegt sinds kort dat de grens van de statistische afwijking over een meetreeks sinds begin jaren zeventig is bereikt. Maar de verstoring die de uitbarsting van vulkaan Pinatubo op de Filippijnen sinds 1992 heeft veroorzaakt speelt daarbij een rol.

'De toename van huidkanker zal op zijn hoogst voor tien procent verklaard worden door de afname van de ozonlaag,' zei dermatoloog prof.dr. J.C. van der Leun, emeritus hoogleraar van de Rijksuniversiteit Utrecht onlangs tijdens het symposium 'Gezond in de Zon' in het RIVM te Bilthoven.

Van der Leun was voorzitter van een commissie van de Gezondheidsraad die enkele weken geleden het rapport 'UV-straling uit zonlicht' uitbracht. Dit behandelt rapport uitsluitend de dreiging van toenemende UV-instraling als de ozonlaag afneemt. Van der Leun: 'Er staat een enkele opmerking over het zongedrag in, maar inderdaad, we gaan sterk in op de ozonproblematiek - omdat we de vragen van de minister hebben beantwoord.'

Milieurisico-ambtenaren

De vragen kwamen van de milieurisico-ambtenaren van Vrom. Die vinden een 'toegevoegd risico' onaanvaardbaar als 1 op de miljoen Nederlanders er jaarlijks aan sterft. Dat uitgangspunt is sinds enkele jaren regeringsbeleid. Zonnestraling is echter een bijzonder fenomeen, vindt ook Vrom, want er is een hoge natuurlijke dosis, waardoor al veel meer dan een op de miljoen Nederlanders sterft. Het beleid blijft niettemin gericht op beperken van toegevoegde risico's. (Bij het bepalen van risico's van kernstraling heeft de Vromse Prinzipienreiterei geleid tot potsierlijke voorschriften. Nederlandse ziekenhuizen moeten, als enige in de wereld, metersdikke muren rond hun bestralingsapparatuur bouwen.)

Toename van UV-straling als gevolg van een dunnere ozonlaag veroorzaakt door spuitbusdrijfgas is een toegevoegd risico dat bovenop een veel groter bestaand risico door bestaande UV-stralingsbelasting komt. In afwijking tot achtergrondkernstraling is de achtergrond-UV-straling echter grotendeels vermijdbaar - met kleding en zonnehoeden.

De Gezondheidsraad voorspelt 33 doden per jaar door een 10% dunnere ozonlaag (die nog moet optreden, zo erg is het nog niet). Dat zijn er 2 per miljoen inwoners. Naar schatting overlijden nu al jaarlijks 10 tot 20 per miljoen Nederlanders aan overmatige zonblootstelling. Aan dat vrijwillige gedrag wijdt de Gezondheidsraad vrijwel geen woord in het rapport 'UV-straling uit zonlicht'. Dat is geheel in lijn met de Vrom-opstelling die van buitenaf komende milieurisico's niet wenst te verwarren met de vaak veel grotere risico's die mensen lopen door eigen keuzen of maatschappelijke eisen. De kans om in het verkeer om het leven te komen is jaarlijks 1 op 12.000, onvergelijkbaar veel groter dan de 1 op 1.000.000 die VROM voor een toegevoegd milieurisico aanvaardbaar vindt.

Scheiding van risico's

De Gezondheidsraad conformeert zich kennelijk geheel aan de scheiding van risico's en schrijft onder de neutrale titel 'UV-straling uit zonlicht' een oproep om kinderen niet in de zon te laten verbranden, zelf niet te fanatiek te zonnen en als het kan tussen 11 en 15 uur zoveel mogelijk uit de zon te blijven, zonder aan het onverantwoorde zongedrag van de Nederlanders te refereren. Er staat: 'De commissie verwacht, gezien de ervaringen in Australië, dat het met een goede voorlichting mogelijk is om verandering in het gedrag van de bevolking te bewerkstelligen. Daarmee zouden de effecten van een toename van de hoeveelheid UV straling als gevolg van de vermindering van de ozonlaag op de mens meer dan gecompenseerd kunnen worden.' De argeloze lezer kan uit het rapport niet opmaken waarom een uit modellen berekend risico dat wellicht in de toekomst ontstaat nu al in de dagelijkse praktijk meer dan gecompenseerd moet worden.

Gaatje in het hoofd

'De toename van huidkanker heeft naar mijn idee weinig te maken met het gat in de ozonlaag, maar vooral met het gaatje dat sommige mensen in hun hoofd hebben.' Drs. K. van Koppen, voorlichter van de Nederlandse Kankerbestrijding, citeerde 'een op Benidorm werkende Nederlandse huisarts die hij enkele jaren ontmoette'. Maar menige UV- en ozononderzoeker of Vrom-ambtenaar kan zich de opmerking aantrekken.

De Kankerbestrijding lanceerde afgelopen week een nieuwe publiekscampagne tegen overmatig zonnen. De 'Kijk uit voor je Huid' affiches zijn binnenkort op de reclameborden te zien. In de folders komt het woord ozon niet voor. In een brochure schrijft de Kankerbestrijding dat - als de ozonlaag al dunner wordt - dit op zijn vroegst ergens in de volgende eeuw gevolgen voor de huidkanker heeft.

Niet over ozon, maar over zonnebanken, zonvakanties en kinderen in de volle zon, maakt de Kankerbestrijding zich zorgen. Vier van de vijf volwassen Nederlanders vindt dat een lekker bruin kleurtje bij de zomer hoort. Een op de vijf landgenoten gaat zo vaak mogelijk buiten in de zon liggen of zitten en gaat op vakantie om te bruinen.

Zonnebanken

Vooral sinds er zonnebanken zijn die vooral UV-A en weinig UV-B-straling afgeven, denken veel mensen dat ze het jaar rond bruin kunnen blijven zonder de kans op huidkanker te vergroten. Een op de drie volwassen Nederlanders gaat wel eens op of onder de zonnebank. 40% van de ondervraagden denkt dat bruinen onder de zonnebank het verbranden in de echte zon voorkomt, een derde denkt dat UV-A-straling van de zonnebank veiliger is dan die van de zon. Van UV-A-straling verbranden we inderdaad minder snel dan van UV-B-stralen. Maar om van UV-A bruin te worden is een dosis met 5.000 maal hogere energie nodig. De UV-A-zonnebanken leveren die dan ook - en daarmee is het risico op huidkanker weer vrijwel net zo hoog als bij zonnestraling.

Een belangrijk nadeel van de UV-A straling is dat het tweede verdedigingsmechanisme tegen zonnestraling - het verdikken van de huid - nauwelijks op gang komt. Daarom helpt een kuur op de zonnebank voorafgaand aan een zonnevakantie nauwelijks tegen verbranding.

Helpt zonnebrandcrème dan misschien? Dermatoloog Van der Leun: 'Zonnebrandcrème beschermt tegen zonnebrand, niet tegen huidkanker. Als ze al beschermen wordt het effect misschien weer ongedaan gemaakt doordat mensen zich insmeren om langer in de zon te blijven zitten. Het proefdieronderzoek met zonnebrandcrèmes is ook niet erg veelzeggend. Dat gebeurt met protocollen die bijvoorbeeld aangeven dat je 2 milligram crème moet aanbrengen op iedere vierkante centimeter huid. Zoveel smeert bijna niemand. Het ontstaan van plaveiselcelcarcinoom is dosisafhankelijk. Hoe langer je tijdens je leven in de zon zit, hoe groter is de kans dat je dat huidcarcinoom krijgt. De eenvoudigste boodschap is: hoe meer je bruint, hoe meer kans je hebt op huidkanker.'

Na een dagje zonnen zijn er per huidcel 200.000 tot een miljoen beschadigingen aan het DNA aangebracht. Vooral de basecombinaties Cytosine-Thymine (CT) en Cytosine-Cytosine (CC) worden door UV beschadigd. Dr. F.R. de Gruijl, fysicus bij de afdeling fotodermatologie van de Universiteit Utrecht: 'De meeste schade wordt weer hersteld door DNA-reparerende enzymen. Reparatie is na bruinen en huidverdikking het derde verdedigingsmechanisme tegen UV-schade. Maar soms blijft een foutje zitten. Het oncogen p53, dat bij beschadiging kanker veroorzaakt, is bij veel soorten kanker betrokken. Er zijn zeer veel mutaties in het gen die tot kanker leiden, maar in huidkanker zien we vrijwel uitsluitend C naar T mutaties.'

'De zongebruinde huid is aanzienlijk ongezonder dan hij er uit ziet. Wellicht is bruinen alleen een verdedigingsmechanisme tegen schadelijke effecten,' zei dr. H. van Loveren op het symposium. Van Loveren onderzoekt op het RIVM bij proefdieren de afname van de weerstand tegen infectieziekten na blootstelling aan zonlicht. Geheel in strijd met de gangbare opvatting blijkt onze weerstand juist af te nemen in de zon. In de winter zijn we weliswaar vaker verkouden, maar dat komt doordat we binnenshuis leven en elkaar gemakkelijk besmetten. Daar staat tegenover dat mensen met een koorts-lip hun verminderde weerstand al na een enkel zonnebad ervaren. Kennelijk vermindert de effectiviteit van het immuunsysteem.

Het eenvoudigste recept tegen zonnebrand en huidkanker leverde de aan het academisch ziekenhuis in Leiden verbonden dermatoloog dr. J. Bouwes Bavinck. 'Als uw schaduw korter is dan uzelf, moet u oppassen' - staande wel te verstaan.