Tragikomische Derby der Lage landen

Het was alsof een bende vandalen de politieke antennes in Europa had afgebroken. Op de top in Korfoe dit weekeinde ontdekten de regeringsleiders dat zij geen flauw vermoeden hadden van de uitersten waartoe de collega's bereid waren te gaan. De diplomatieke inlichtingendiensten in de verschillende hoofdsteden hadden gefaald òf er is sprake geweest van een algemene weigering aan de top om slecht nieuws op te nemen. Zo leverden het diner waar de opvolging in het voorzitterschap van de Europese Commissie had moeten worden geregeld en de ochtendzitting op zaterdag uitsluitend onaangename verrassingen op. Wat de lanceerinrichting had moeten zijn voor een vernieuwde en uitgebreide Unie bleek onvoorzien een zachte berm waarlangs het gezelschap definitief van de weg raakte.

Doordat de algemene aandacht wekenlang geabsorbeerd werd door de tragi-komische Derby der lage Landen tussen Lubbers en Dehaene is de feitelijke confrontatie op de achtergrond geraakt, die tussen twee politici met zorgen, kanselier Kohl en premier Major. Voor beiden staat de factor tijd in het middelpunt. Kohl wenst 'verdieping' van de Unie, vastlegging van zoveel mogelijk terreinen in Europese instellingen en regelgeving. En hij wil op afzienbare termijn ook de gebieden ten oosten van Duitsland aan de Europese Unie binden. Op die manier immers zou Duitsland, om een Duitse waarnemer te parafraseren, aan zijn oostgrens nog steeds het Westen aantreffen. Een in Europa geïntegreerd Polen versterkt zo de Duitse Westbindung.

Waar de kanselier een logisch verband ziet tussen verdieping en uitbreiding, zijn deze begrippen in de ogen van de Britse premier meer en meer een tegenstelling gaan vormen. Noodgedwongen vermoedelijk. Tenslotte begon Major zijn premierschap met de goede bedoeling de fouten van zijn voorgangster niet te herhalen. Voor een kort moment scheen Major zich zelfs te willen oriënteren op het succes van de Soziale Marktwirtschaft der Duitse christen-democraten. De toetreding van de Conservatieve Europarlementariërs tot de fractie van de Europese Volkspartij wees eveneens een tijdlang in de richting van een uiteindelijke Britse verzoening met Europa. Maar de groeiende weerstand onder de Tories tegen 'Brussel' heeft Major steeds meer de handen gebonden. Zozeer zelfs dat premier Lubbers in Maastricht zijn in de hoek gedreven ambtgenoot met een extra 'opting-out' in het nieuwe verdrag terzake van de sociale paragrafen te hulp moest komen.

Sindsdien dwarsbomen de Britten Europa. Het aanvankelijke Deense verzet stimuleerde hen 'Maastricht' een tijd lang te traineren. Het vertrek van het pond sterling uit het Europese wisselkoerssysteem ging gepaard met zware verwijten aan de partners. Uitbreiding van de Gemeenschap/Unie is in Britse ogen welkom zolang die leidt tot verdunning van de Europese samenwerking, het tegenovergestelde van wat Kohl nastreeft. Toen het ging om de toetreding van vier nieuwe lidstaten, verbond Major aan zijn instemming de eis de Europese procedures een halve slag terug te draaien. Een korte maar hevige crisis was het gevolg. Nu is er dan het veto tegen Dehaene die volgens de Britse premier als Commissie-voorzitter te zeer een averechtse koers zou willen sturen.

Had deze zoveelste botsing kunnen worden vermeden? Of wordt er bewust op een conflict aangestuurd dat de Britten geheel en al doet afhaken? Weliswaar heeft een Franse staatssecretaris onlangs een plan gelanceerd dat voorziet in de mogelijkheid van uittreding uit een eventuele nieuwe vorm van Europees samengaan. Maar het Verdrag van Rome en de uitwerking daarvan, het Verdrag van Maastricht, voorzien nu eenmaal niet in die mogelijkheid. Een breuk met het Verenigd Koninkrijk zou een inbreuk op de verdragen betekenen en daarmee het einde van de Europese samenwerking zoals die sinds 1952 met het ontstaan van de Kolen- en Staal-Gemeenschap is gegroeid. Het dwingende, onomkeerbare karakter zou aan de integratie worden ontnomen, een kwalijk precedent zou zijn geschapen. Welk land zou volgen, zou slechts een kwestie van tijd en opportuniteit zijn. Zoals met de Vrijhandelszone rondom Groot-Brittannië het geval is geweest.

Niets wijst erop dat Kohl een zo negatief doel voor ogen heeft gehad. Alleen al niet omdat Duitse belangen en beginselen zich daartegen verzetten. De Frans-Duitse as mag het kernstuk heten van de Duitse Europa-politiek, daarmee is het Duitse zicht op Europa en op de buitenwereld nog niet identiek aan het Franse. Mèt de Britten is Bonn bijvoorbeeld een tegenstander van het blokkeren van 'natuurlijke' handelsstromen en voorstander van een zo groot mogelijk en open Europa. De Fransen hebben andere prioriteiten.

Evenwicht in Europa's interne en externe relaties staat in Bonn centraal. In de onderhandelingen met de Amerikanen over verruiming van de agrarische handel weigerden de Duitsers voor de Fransen te buigen, maar ze waren evenmin bereid de Fransen in naam van de Atlantische belangen op de knieën te dwingen. Voor die houding kon ten slotte in Washington erkenning en begrip worden opgebracht. Ook ten aanzien van de Britten wil Kohl, zoals hij al heeft aangeduid, niet tot het uiterste gaan.

Waarom in Bonn dan toch zo weinig inlevingsvermogen is gedemonstreerd in de zwarigheden waarmee Major worstelt, heeft waarschijnlijk meer met humeuren dan met politieke tactiek te maken. Major is tijdig in kennis gesteld van Kohls voorkeur voor Dehaene, maar de kanselier heeft zich vervolgens niet van de wijs willen laten brengen door de in Londen geuite politieke bezwaren tegen de persoon van de Belgische eerste minister. Van zijn kant heeft de Britse premier voor Korfoe onvoldoende duidelijk willen maken hoezeer het water hem aan de lippen stond. De irritatie in de onderlinge betrekkingen veroorzaakt door voorgaande crises heeft een gesprek tussen doven veroorzaakt waarvan de uitkomst wel fataal moest zijn.

Kohl is een politicus die zich steeds weer weet te herstellen van de slagen die hem treffen, Major beoefent nog slechts de vlucht naar voren. Bij zijn terugkeer uit Maastricht speelde de Britse premier met enige overtuiging de overwinnaar, zijn veto in Korfoe kon slechts de totaal verblinden aan het thuisfront tot gejuich bewegen. Omdat de kanselier het sterkst staat en nog kan manoeuvreren, zal hij de oplossing van de moeilijkheden moeten aandragen. Het evenwicht in Europa verplaatst zich weliswaar, maar het mag niet verloren gaan.