Openheid en stijl

DANK ZIJ DE NIEUWE regels en het verlangen naar openheid wordt er voor het eerst in de Kamer gedebatteerd over een mislukte informatie. Dat gebeurde gisteren, met de combine Kok-Van Mierlo versus Bolkestein. Zulke openheid oogt verfrissend. De volksvertegenwoordiger en de kiezer krijgen enig inzicht in de afgelopen onderhandelingsfase. Er wordt enige rekenschap afgelegd en wie kan daar enig bezwaar tegen maken?

Toch was het gisteren een wezensvreemde vertoning. Van Mierlo en Kok met de beschuldigende vingers naar Bolkestein, die hun een kunstje zou hebben geflikt door op het laatste moment met nieuwe eisen te komen. En Bolkestein met ontkenningen en stringente afbakeningen van het politieke conflict.

Wat moet de volksvertegenwoordiger met dit nietes-welles-en-hij-jokt? Om het precies te weten zou hij alle stukken en de notulen van elke bijeenkomst kunnen opeisen, want anders zaait deze nieuwe openheid meer verwarring dan duidelijkheid. Maar tegelijkertijd maakt zoiets elke informatie onmogelijk, want onderhandelingen zonder vertrouwelijkheid verschaffen nooit een basis van vertrouwen en zonder zo'n basis kan geen coalitie functioneren.

BLIJFT HET VERWARRENDE feit dat het debat gisteren eerder leek op een botsing aan de vooravond van verkiezingen dan aan de vooravond van een kabinetsformatie. Een geur van ongeloofwaardheid stijgt op wanneer drie mensen zes weken lang vertrouwelijk debatteren en minzaam tafelen om vervolgens binnen 48 uur met porselein te smijten. Alleen, ongeloofwaardigheid van wie of van wat? Van de 'paarse' formatie? Van een of meer hoofdrolspelers? Van de openheid? Een open debat over de klippen na een zes weken durende flirt is wellicht ook gewoon een kwestie van leren, van stijl en maatgevoel.