Oom Jan uit Amerika

“We hebben ons geen moment verveeld bij de film van onze Jan”, menen Rina en Rita, twee zussen van Jan de Bont, cameraman en nu ook regisseur, van de actiefilm Speed. Per bus zijn ze aangevoerd uit het Brabantse, compleet met de 84-jarige moeder De Bont, negen zussen en zeven broers, met aanhang en kroost. “Onze Jan” heeft het maar druk met het begroeten en gedag zeggen van al die familie in een achterafzaaltje van de hoofdstedelijke dancing IT, waar na de voorstelling in Tuschinski het Hollandse premièrepubliek in de grote zaal onwennig naar homo-erotische danceacts kijkt. In de dark room van het etablissement liggen vanavond de loempia's van de catering in het vet.

Het moet in de jaren vijftig geweest zijn dat ik als kind op het achterbalkon van lijn twee een man zag met een cowboyhoed, die met een zwaar Engels accent tegen zijn vrouw zei: “Wat is alles hier small hè moeder, dat is bij ons in de States wel even anders.” De vrouw zweeg, de medepassagiers in de tram, voor wie deze en andere luide statements waren bedoeld, zwegen eveneens. “Die man is een emigrant uit Amerika, die voor het eerst weer terug is in Holland”, fluisterde mijn moeder. Ik herinner me zelfs een liedje over deze psychologische situatie, waarin de achterblijvers in the old country werden geacht zich een beetje kleintjes te voelen tegenover de geëmigreerde landgenoot, die - opperst vertoon van superioriteit - zijn moedertaal al grotendeels was vergeten. 'Oom Piet is weer terug uit Amerika', heette dat liedje.

Nu veertig jaar later Oom Jan als gevierd regisseur zijn eerste Amerikaanse film in Amsterdam in Europese première laat gaan, zijn de situatie en het gevoel onder de achterblijvers niet veel anders. “De laatste keer dat ik hier in Tuschinski op het podium stond, was twintig jaar geleden bij de première van Turks fruit”, zegt Jan de Bont, met krachtig Amerikaans accent, de ovatie na de vertoning van Speed in ontvangst nemend. Veel meer woorden maakt hij er niet aan vuil, ons in de zaal, en later in die dancing aan onze mengeling van afgunst en bewondering ten prooi latend.

Want wij beseffen wel dat Oom Jan het in de States heel wat glorieuzer gewend moet zijn. “Een tonnetje” schatten insiders de kosten van première en feest, die echter kunnen worden omgeslagen over de diverse Europese distributeurs van de film. Wie de raadgeving van de organisatoren ter harte neemt, de ingang van Tuschinski niet langer te blokkeren om prominenten te zien arriveren voor het theater, en in de zaal de beelden van een videocamera volgt, wordt zich pijnlijk bewust van het feit dat glamour de Hollander niet op het lijf geschreven is. Men sluipt te voet schichtig binnen, of laat zich per taxi naar het theater vervoeren - treffende afbeeldingen van het teruggeven van wisselgeld vullen dan het scherm. Pas bij de aankomst van de regisseur zelf begint het een beetje op Hollywood te lijken, met zo'n crèmekleurige, onnodig lange limousine.

Maar met de roem komt ook een zekere kilte, lijkt het wel. Voorafgaand aan de vertoning van Speed wordt een filmpje vertoond waarin een aantal prominenten uit Hollywood zichtbaar vreselijk hun best doen iets aardigs over Jan te zeggen en toch spontaan te lijken: dat Jan “the best” is, en dat hij zoveel “stamina” heeft. Paul Verhoeven, een andere Hollandse filmemigrant in Hollywood, zegt met een gezicht van zure druiven blij te zijn dat “Jan meteen bij zijn eerste film al zo in control is”. Zelfs een gezellig Hollands babbeltje met de regisseur is er niet meer bij, nu iemand in het concern van Columbia Tristar heeft besloten dat een krant als NRC Handelsblad niet genoeg lezers heeft om een praatje met Jan de Bont waardig te zijn. “Dertig miljoen dollar heeft de film gekost, dat is low budget voor zo'n film”, vernemen wij nog net uit de mond van de regisseur, alvorens hij zich weer aan het begroeten van achterneven wijdt. Wij, het premièrepubliek, klappen enthousiast bij de mededeling dat Speed, een zgn. actiefilm over een autobus die zal ontploffen als hij langzamer dan vijftig mijl (tachtig kilometer) rijdt, in de Verenigde Staten in drie weken al vijftig miljoen heeft opgebracht. Niemand zal ons kunnen verwijten dat wij niet zouden weten waarom het echt draait, in de grote wereld.

Milieurisico-ambtenaren