Ontdekker nieuwe Java-schedels Don Tyler; 'Er was geen aanklacht, ik ben niet in de gevangenis beland'

Precies een jaar geleden meldde paleo-antropoloog Don Tyler in Leiden de vondst van een unieke Java-schedel. Sindsdien werd de ouderdom hiervan betwist, vond Tyler nòg een schedel en werd zijn naam in Indonesië door het slijk gehaald.

Hij zou clandestien fossielen hebben gekocht. Hij zou de Indonesische archeologie met zijn handelwijze hebben geruïneerd. Ja, hij zou zelfs leider zijn geweest van een internationaal smokkelsyndicaat.

Professor Donald (Don) Tyler, paleo-antropoloog van de Universiteit van Idaho, stond er in Indonesië eind vorig jaar gekleurd op. Door de media beticht van zo ongeveer alles wat laakbaar en verdacht is, zag zijn toekomst als veldwerker op Java er weinig florissant uit. Onder druk van het publicitaire geweld voelden de Indonesische autoriteiten zich genoodzaakt een onderzoek in te stellen, dat echter leidde tot zijn volledige 'rehabilitatie'.

De opmerkelijke wederwaardigheden van Tyler vormden het vervolg van de ontdekking, in Sangiran mei vorig jaar, van wat toen door deskundigen geestdriftig de 'oudste en compleetste Homo erectus-schedel ooit gevonden' werd genoemd. De ontdekking kwam op een zeer fortuinlijk moment, luttele weken voor een herdenkingscongres in Leiden ter gelegenheid van de vondst, honderd jaar geleden, van de eerste Homo erectus-overblijfselen door onze landgenoot Eugène Dubois (1858-1940). De presentatie van de schedelvondst, door Tyler en de Indonesische geoloog prof. Sastrohamijoyo Sartono, vormde het klapstuk van het congres.

Volgens Tyler ging het om een schedel van een vrouw van maar liefst 1,4 miljoen jaar oud, niet veel jonger dus dan de oudst bekende Homo erectus restanten (ca. 1,6 miljoen jaar oud) uit Afrika, het continent waar deze hominide vrijwel zeker is ontstaan en van waaruit hij naar het oosten moet zijn uitgezwermd. Homo erectus (letterlijk 'rechtopstaande mens') vormt in de tijd de tussenschakel tussen de oudere Afrikaanse soort Homo habilis ('handige mens') en de huidige Homo sapiens ('wijze mens'). Waarmee overigens niet is gezegd dat hij ook in genealogische zin een 'missing link' is: niet uit te sluiten valt dat Homo sapiens is ontstaan uit een zijtak die naast Homo erectus heeft bestaan en deze later heeft verdrongen.

Tot Tylers ontdekking vorig jaar werden de oudst bekende overblijfselen van Homo erectus in Azië niet ouder gehouden dan ongeveer 1 miljoen jaar. Als er werkelijk geen Homo sapiens van oudere datum in Azië voorkomt, betekent dit dat de soort pas heel laat, ten minste een half miljoen jaar na zijn ontstaan, in Azië is aangekomen. Tyler heeft zich altijd tegen die notie verzet. Er waren, zegt hij, immers geen onoverkomelijke geografische barrières die de migratie in de weg stonden, en daarom moet het veel sneller gegaan zijn. Een ouderdom van 1,4 miljoen past heel goed in dit beeld.

Vergissing

Helaas, al een week na de triomfantelijke bekendmaking op 1 juli vorig jaar schrompelde de ouderdom ineen van een spectaculaire 1,4 miljoen jaar tot een veel minder opwindende 500.000 à 700.000. Het bleek dat er aan de communicatie tussen Tyler en Sartono nogal wat had ontbroken: Tyler had zich gebaseerd op een 'vergissing' van één van Sartono's studenten in Indonesië en Sartono had vervolgens verzuimd om de incorrecte datum in de concept-publicatie te verbeteren. Ook deed Sartono tijdens het hele congres in Leiden zijn mond niet open, althans niet luid en duidelijk en niet officieel.

Hij deed dat pas toen hij al weer in Indonesië was teruggekeerd en een fax naar Leiden stuurde waarin hij aankondigde zich terug te trekken als co-auteur van het artikel waarin de vondst werd gemeld. In een ingezonden brief aan NRC Handelsblad, mede-ondertekend door zijn collega's Soejono uit Indonesië en Bartstra uit Groningen, was Sartono later in de maand nog onomwondener: de schedel was 'helemaal niet opwindend' en een ouderdom van 1,4 miljoen jaar was 'klinkklare nonsens'.

Omdat Sartono als geoloog als geen ander deskundig was op het gebied van de stratigrafie en de datering, restte Tyler geen andere keuze dan zich bij de lagere ouderdom neer te leggen. De schedel leek in één klap een stuk minder interessant geworen, te meer omdat ook de vormgelijkenis met de veel oudere Afrikaanse schedels in twijfel werd getrokken. Zaak gesloten, zo leek het, weer een overspannen claim de wereld uit.

Afgietsel

Maar de zaak was niet gesloten. Integendeel, hij zou nog veel verder escaleren. Nadat Don Tyler de betrekkingen met zijn samenwerkingspartner Sartono had hersteld (een noodzakelijke voorwaarde voor verder veldwerk op Java), reisde hij in oktober opnieuw af naar Indonesië. “Ik wilde in het laboratorium van Sartono in Bandoeng verder werken aan de in mei gevonden schedel,” zegt de professor, die onlangs op bezoek was in Leiden. “Deze schedel is uitermate fragiel en valt bij de minste of geringste aanraking uit elkaar. Hij moest nodig worden schoongemaakt en gestabiliseerd, opdat er een afgietsel van kon worden gemaakt.”

Dat werk was nog in volle gang toen Tyler bij wijze van onderbreking samen met een medewerker van Sartono afreisde naar Sangiran om de vindplaats te inspecteren. Tyler: “We brachten daar een paar dagen door, toen er een boer kwam vertellen dat er dicht in de buurt opnieuw een schedel was gevonden. Ik dacht: 'Dat zal wel, we hebben er net in mei nog een gevonden en in een eeuw tijd zijn er hier in totaal maar acht te voorschijn gekomen'. Maar we gingen naar dat dorp en we troffen een huis aan waar ze bij graafwerkzaamheden inderdaad een andere, behoorlijk complete Homo erectus schedel hadden ontdekt.”

De aangezichtsbeenderen ontbraken weliswaar, maar de rest bleek aanwezig en behoorlijk gaaf ook. Tyler: “Het werd tamelijk laat in de avond. Mijn assistent, die Javaans sprak, zei tegen de dorpelingen dat ze de schedel aan de autoriteiten moesten overdragen. Maar de man die de schedel had gevonden dacht dat hij een lot uit de loterij had gewonnen en wilde hem voor duur geld verkopen. Uiteindelijk wist mijn assistent hen ervan te overtuigen dat de schedel verloren zou gaan en van nul en generlei waarde zou zijn als hij niet zou worden overgedragen. Toen waren ze erg teleurgesteld.”

Tyler besloot tot een compromis. “Ik had voor ongeveer 400 dollar aan roepia's in mijn zak, bijna een miljoen. Dus ik stelde voor dat ik een schenking aan het dorp zou doen uit erkentenis voor de medewerking. Zoiets is in de paleo-antropologie heel gewoon. Ik heb vele jaren veldwerk gedaan in China en dit was daar de standaardprocedure. Als het dorp jou helpt, help jij het dorp.”

Tyler en zijn assistent namen de schedel mee naar hun hotel. Daar kregen ze al gauw telefoontjes van verslaggevers, die gehoord hadden dat de geleerde een schedel bemachtigd had en deze mee wilde nemen naar de Verenigde Staten. Tyler: “Onzin natuurlijk, we legden uit dat we hem alleen maar wilden overbrengen naar het laboratorium van Sartono.”

Inderdaad brachten Tyler en assistent de schedel mee naar Bandoeng en borgen de schedel op in een kluis, waarna Tyler doorreisde naar Djakarta voor het bijwonen van een paleo-antropologisch congres. Tyler: “Vanaf dat moment begon de situatie te verslechteren. Een groepje archeologen praatte op me in. Ze zeiden dat ik alles verpest had, dat ik de hele archeologie in Indonesië had geruïneerd en dat iedereen voortaan zou verwachten te worden betaald voor vondsten. De pers was ook aanwezig en vroeg mij uit over zowel de schedel van mei als over de nieuwe vondst.”

Na de conferentie keerde Tyler terug naar Bandoeng, maar inmiddels verschenen er in de kranten allerlei berichten als zou hij in schedels handelen en leider zijn van een smokkelorganisatie . Volgens Tyler moeten deze 'idiote' berichten zijn ingefluisterd door jaloerse collega's van Sartono, in het bijzonder een zekere professor Jacob. “Ik ken hem niet, maar hij is al dertig jaar gewikkeld in een controverse met professor Sartono.”

Omdat de verdachtmakingen in de publiciteit zich opstapelden, besloot de plaatselijke politie van het district waarin Sangiran ligt een onderzoek in te stellen. Tyler vloog samen met zijn assistent terug naar Djokjakarta om vragen te beantwoorden en opheldering te verschaffen. Tyler: “Het waren vreemde vragen voor plaatselijke politiemensen, vragen die je alleen kan stellen wanneer je van te voren bent ingeseind. Zo wilden ze alles weten over de schedel uit mei, of ik die meegenomen had naar Leiden en zo meer.”

Alhoewel de contacten met de Indonesische officals volgens Tyler 'zeer plezierig' verliepen, wisten ze duidelijk niet wat ze met de antropoloog aan moesten. De situatie dreigde zo onoverzichtelijk te worden dat Tyler zich 'een beetje ongerust' begon te maken. Hij nam contact op met de Amerikaanse ambassade, die hem aanraadde om terug te keren naar Djakarta. Aldaar aangekomen kreeg hij het verzoek van de douane-autoriteiten om in Indonesië te blijven totdat het politie-onderzoek zou zijn afgesloten.

Tyler: “Om een lang verhaal kort te maken: na tweeëneenhalve week kwam de assistent van de openbare aanklager bij me langs met de mededeling dat ik terug kon keren naar Amerika. Ze waren meer dan tevredengesteld. Er was geen aanklacht, er waren geen beschuldigingen, zoals in de kranten stond. Ik ben niet in de gevangenis beland of zelfs maar gedreigd met een proces. Het was de afsluiting van een ware moddercampagne in de pers, waarvan ik zeker weet dat er Indonesische collega's achter zaten die me onderuit wilden halen.”

Intussen is de wetenschappelijke betekenis van de beide vondsten van vorig jaar bij al deze controverse nog steeds onzeker. Tyler gelooft persoonlijk nog steeds in een overeenkomst van de mei-schedel met de oudste Homo erectus-schedels uit Afrika, en daarmee in een zeer hoge ouderdom. Hij voelt zich hierin gesterkt door de recente datering van de Mojokerto-schedel, een in de jaren dertig gevonden schedel van een jonge Homo erectus. In een artikel in Science van 25 februari jongstleden bepaalden de Amerikaanse onderzoekers Carl Schwisher en Garniss Curtiss van de Universiteit van Californië Berkeley de ouderdom van deze schedel op maar liefst 1,8 miljoen jaar, dus hoger nog zelfs dan de oudste bekende Homo erectus resten uit Afrika.

Opwinding

Deze nieuwe datering heeft onder paleo-antropologen veel opwinding veroorzaakt, mede doordat het Amerikaanse duo een zeer solide reputatie geniet. Daar staat echter tegenover dat de vindplaats van de Mojokerto-schedel niet met absolute zekerheid vaststaat. Tyler: “Bijna alle resten van Homo erectus in Indonesië zijn door plaatselijke boeren gevonden en pas in een later stadium bij paleo-antropologen aangemeld. De inheemse vinders dachten er nooit aan om de exacte vindplaats te markeren, waardoor niet meer is te achterhalen uit welke geologische laag de vondsten afkomstig waren. In het geval van de Mojokerto-schedel zijn er zelfs drie verschillende vindplaatsen geclaimd, zodat de datering door de Amerikanen inderdaad aan twijfel onderhevig is.”

Voor Tyler heeft de ouderdomsbepaling van Homo erectus op Java de hoogste wetenschappelijke prioriteit. “De hele interpretatie van de Aziatische Homo erectus-vondsten hangt erop. Wat dat betreft zouden de vondsten uit Sangiran van vorig jaar wel eens heel belangrijk kunnen worden. Want in tegenstelling tot wat in de pers wel is beweerd, kennen we daar heel exact de vindplaatsen van, dank zij het feit dat we toevallig vlak in de buurt waren toen de schedels door autochtonen werden gevonden.

“In die hele mediacampagne hebben mij het meest geïrriteerd de beweringen als zouden de beide vondsten geen wetenschappelijke waarde vertegenwoordigen, omdat de schedels uit hun oorspronkelijke vindplaatsen zijn verwijderd. In werkelijkheid weten we exact waar die vindplaatsen zijn, niet alleen omdat we er snel bij waren maar ook omdat we er nog andere fragmenten hebben aangetroffen. En dat is uniek sinds de oorspronkelijke ontdekking van Homo erectus door Dubois een eeuw geleden.”