Nogmaals: de zwakke plek

DE ARBEIDSMARKT en de sociale zekerheid vormen de zieke plekken in een overigens kerngezonde economie. Aldus de OESO, de club van (sinds kort) vijfentwintig geïndustrialiseerde landen gevestigd in Parijs, in een glashelder rapport over Nederland. Het grootste probleem van Nederland is het onvermogen om de welvaartsstaat te hervormen en starheden in de arbeidsmarkt weg te nemen. Nederland, aldus de OESO-staf, is ver doorgeschoten in de richting van sociale rechtvaardigheid ten koste van economische efficiëntie.

De aanbevelingen van het rapport, dat vorige week uitkwam, sluiten aan bij de studie naar werkloosheid in de industrielanden die de OESO een maand geleden publiceerde. Over de sterke kanten van de Nederlandse economie is de OESO kort. De harde gulden, de lage inflatie, het overschot op de betalingsbalans, de verbetering van de overheidsfinanciën - dat is allemaal in orde. In lijn met de mening van Economische Zaken - en afwijkend van het standpunt van Financiën en De Nederlandsche Bank - maakt de OESO weinig ophef over de vertraagde daling van het financieringstekort, al blijft verdere daling noodzakelijk. De kritiek richt zich op de oorzaken van het achterblijven van de welvaartsgroei in Nederland in de afgelopen tien jaar, vergeleken met de rest van Europa en de OESO-landen, als gevolg van de ontembare herverdeling ten behoeve van de sociale zekerheid en de starheden op de arbeidsmarkt die buitenstaanders buiten houden.

NEDERLAND TELT, aldus de OESO, een “brede werkloosheid” (werklozen, inactieven in de werkzame leeftijd met een uitkering plus mensen in gesubsidieerde banenpools) van 26 procent, vergeleken met minder dan acht procent in 1970. Dat wijst op een dramatische structurele verslechtering van het arbeid-absorberend vermogen van de economie. De directe kosten van deze ruim gedefinieerde werkloosheid bedragen jaarlijks tien procent van het bruto nationale produkt, zo'n zestig miljard gulden, en de arbeidsongeschiktheid maakt veertig procent van deze kosten uit. De OESO verbaast zich er over dat in een land met een uitermate gezonde bevolking bijna een miljoen arbeidsongeschikten voorkomen op een totaal van vijftien miljoen mensen: “Arbeidsongeschiktheid is het meest opvallende aspect van de Nederlandse arbeidsmarkt.” En verder: eenderde van de Nederlandse arbeidsmarkt bestaat uit deeltijdwerkers. Dat levert wel extra banen op, maar niet meer werk. De helft van de mensen in de werkzame leeftijd is economisch niet actief. De OESO: “Dat is extreem hoog naar internationale normen.”

De hoge structurele werkloosheid, de scheefgroei tussen werken en niet-werken in Nederland, heeft drie oorzaken. In de eerste plaats de hoge bruto arbeidskosten, vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt, door de hoge sociale premies. Ten tweede onvoldoende prikkels om te werken als gevolg van het toegankelijke stelsel van sociale zekerheid en de hoge lastendruk op iedere extra verdiende gulden. En ten derde starheden zoals het algemeen verbindend verklaren van CAO's en juridische beperkingen.

HET ZIJN GEEN nieuwe observaties en de OESO stelt vast dat het laatste kabinet wel het een en ander aan het veranderen is geslagen, maar het gaat langzaam en het is uiteindelijk economisch onhoudbaar. Meer marktprikkels in de arbeidsmarkt, terugdringing van de toegang tot de sociale zekerheid, ontkoppeling van het minimumloon en het sociale minimum, hervorming van de uitkeringsbureaucratie, en vooral lastenverlichting. Deze dringende aanbevelingen, waarover de 'paarse onderhandelaars' deze week zijn gestruikeld, zullen inkomenseffecten hebben, erkent de OESO, maar ze brengen op termijn grotere welvaart en een houdbaar sociaal stelsel. Haagse onderhandelaars bij de tweede ronde van de kabinetsformatie, bent U daar? De Engelse samenvatting van het OESO-rapport telt ruim vier pagina's.