Natuurkunde

Met interesse hebben we kennis genomen van het interview met prof.dr. N.H. Douben en drs. H.F. van Aalst, naar aanleiding van de presentatie van de visie van de Adviesraad voor het Onderwijs (ARO) op de toekomst van universiteiten en hogescholen (W&O 16 juni).

Helaas zijn in het artikel feitelijke onjuistheden te lezen. Van Aalst beweert dat de studenden natuurkunde in Utrecht maar drie maanden tijdens hun studie ter beschikking hebben om feitelijk onderzoek te doen. De werkelijkheid is dat tot 1992 in het studieprogramma natuurkunde een periode van negen maanden voor eigen onderzoek was ingeruimd en dat deze periode vanaf 1993 is uitgebreid tot minimaal twaalf maanden. De situatie aan de andere faculteiten natuurkunde in het land is niet wezenlijk anders.

Verder is de suggestie onjuist dat de colleges natuurkunde niet door praktizerende fysici gegeven worden. In Utrecht worden veruit de meeste colleges gegeven door docenten die modern onderzoek verrichten. (Overigens is dit ook elders het geval.)

Uit de opmerking over de didactische scholing is ons weer gebleken hoezeer daarover misverstanden bestaan. De Faculteit der Natuur- en Sterrenkunde aan de Universiteit Utrecht heeft bij de voorgenomen invoering van een verplichte didactische scholing voor nieuwe docenten weer eens benadrukt dat onderwijs binnen de Faculteit verzorgd dient te worden door docenten die ook actief onderzoeker zijn. Het is echter niet vanzelfsprekend dat een goede onderzoeker aan het begin van zijn loopbaan ook een adequaat docent is. De gedachte is dat in de beoogde didactische scholing aandacht besteed wordt aan het specifieke karakter van het universitaire onderwijs, zoals dat in de rest van het interview besproken wordt.

Alhoewel de contacten met de Indonesische officals volgens Tyler 'zeer plezierig' verliepen, wisten ze duidelijk niet wat ze met de antropoloog aan moesten. De situatie dreigde zo onoverzichtelijk te worden dat Tyler zich 'een beetje ongerust' begon te maken. Hij nam contact op met de Amerikaanse ambassade, die hem aanraadde om terug te keren naar Djakarta. Aldaar aangekomen kreeg hij het verzoek van de douane-autoriteiten om in Indonesië te blijven totdat het politie-onderzoek zou zijn afgesloten.