Lubbers niet opnieuw kandidaat-voorzitter Europese Commissie

DEN HAAG, 30 JUNI. Premier Lubbers wil niet opnieuw kandidaat worden om Jacques Delors op te volgen als voorzitter van de Europese Commissie. “Nee, ik ga niet meer meedoen. Laten we kijken naar andere kandidaten. Wellicht uit Nederland, waarom niet”, zei Lubbers gisteren in het Kamerdebat over de Europese top van Korfoe.

Lubbers vindt het niet goed als weer kandidaten meedoen die de revue al zijn gepasseerd. “Ik constateer dat andere mensen moeite hebben met mij. Dan ga ik niet meer vuurtje aanbranden. Mijn advies: bevorder niet de Nederlandse kandidatuur in mijn persoon”. Lubbers wees daarbij op het “impliciete veto” van kanselier Kohl tegen zijn kandidatuur. Op 15 juli is er wederom een top van regeringsleiders over de opvolging van Delors. Minister Kooijmans vindt echter dat er geen top moet komen als er voordien nog geen consensus is over een kandidaat. Hij wijst het voorstel af dat het Europees Parlement een voorzitter kiest. “Dat staat niet in het verdrag van Maastricht, en zou de chaos alleen vergroten.”

De Tweede Kamer was terughoudend in haar kritiek op de gang van zaken rond de kandidatuur van Lubbers. Op 6 juni steunden de fractieleiders van de grote partijen de kandidatuur van Lubbers in een verklaring en prezen ze hem aan. Er was gisteren wel kritiek op de campagne van de premier om Delors op te volgen. “Die was te hard, te weinig produktief en vaak ongecoördineerd”, aldus E. Woltjer, Kamerlid van de PvdA. Het VVD-Kamerlid F. Weisglas vindt dat er een onderzoek moet komen naar de mislukking van diverse Nederlandse kandidaturen. Vorig jaar mislukte de kandidatuur van ex-minister Braks voor de Wereldvoedselorganisatie FAO, en ex-minister Ruding voor het IMF en de Oost-Europabank. “Het kan niet alleen aan de boze buitenwereld liggen”, aldus Weisglas. “Wat is er mis met ons imago; wat is er mis met onze lobby? Speelt een naar buiten uitgedragen zelfoverschatting hier een rol?”

Lubbers gaf een chronologische weergave van zijn aspiratie om voorzitter te worden van de Europese Commissie. Hij wees erop dat kanselier Kohl hem op 24 augustus 1993 had gevraagd wie hij de beste opvolger van Delors vond. “Ik heb toen gezegd: Wilfried Martens. Dat vind ik ook, antwoordde Kohl, laten we dat dan samen bevorderen”. Kohl vroeg hem daarop of deze functie ook voor hem bespreekbaar was. “Ja, het is bespreekbaar maar ik kan me niet vastleggen”, aldus Lubbers. Kohl werd echter geconfronteerd met het feit dat de Belgische regering Martens niet wilde kandideren en ging daarna op zoek naar een ander. In de Belgische premier Dehaene zag hij daarop zijn kandidaat. “Hij stuitte op de kandidaat die hem paste. Toen hij eenmaal de procedure had gekozen om dat alleen met Parijs te bespreken, wat stuitte op mijn verzet, kwam er een prestige-element kwam in het spel. De toonhoogte werd versterkt.”

Het was voor Lubbers geen verrassing dat er een Brits veto kwam tegen Dehaene op de top van Korfoe. “De Britse premier deed een beroep op Nederland om de kandidatuur niet in te trekken. Maar we konden niet doorgaan. Dat zou het beeld maken van: de Nederlandse kandidaat is een malle man, die gaat maar door. Toen heeft Major gezegd: dat is jammer, dan rest me het veto.”

Lubbers maakte niet duidelijk waarom Kohl grote bezwaren tegen zijn kandidatuur had. “Er was een zeer grote weerstand. Veel landen zeiden: we vinden Nederlandse kandidaat goed, maar we zien dat de kanselier er grote moeilijkheden mee heeft. Als ik vaststel dat hij het echt niet wil, dan moet je besluiten je terug te trekken. Die bezwaren waren kennelijk zo stevig dat het geen zin meer had. Maar het is niet het einde van de wereld.”

Volgens vice-premier Kok zorgde de bespreking van de kandidatuur tijdens het diner op Korfoe voor gespannen verhoudingen. Er was slechts een presentatie van kandidaten geweest maar geen discussie. “Ik zei de volgende dag dat ik me bitter voelde dat er niet echt een debat over de personen was. De zaak stond op scherp. Het was een non-bespreking die niet goed past bij een Europa dat transparent is. Met besluiten die worden voorgekookt op andere plekken gaat Europa de verkeerde kant op.”