Instemming Kamer voor terugsturen Vietnamezen

DEN HAAG, 30 JUNI. De Tweede Kamer stemt definitief in met het terugsturen van de uit het voormalige Tsjechoslowakije gevluchte Vietnamese werknemers naar Vietnam. Willen zij niet vrijwillig teruggaan, dan zullen er andere maatregelen worden genomen volgens minister Kosto van Justitie. “De mensen hebben van de eerste dag geweten dat zij hier niet konden blijven”, aldus Kosto. Alleen Groen Links vroeg gisteren nog om uitstel.

Minister Kooijmans van buitenlandse zaken zei in het debat dat de vrijheid van de Vietnamezen in eigen land door een verdrag over terugkeer met Nederland maximaal gegarandeerd is. Zij zullen in eigen land niet worden vervolgd voor hun handelwijze in het verleden. In Tsjechoslowakije waren zij door hun eigen regering te werk gesteld als betaling door de Vietnamese regering van aan Hanoi geleverde wapens.

Het Hoge Commissariaat voor Vluchtelingen (UNHCR) van de Verenigde Naties zal toezien op de leefomstandigheden van de teruggekeerde Vietnamezen. Kooijmans zei dat UNHCR goede ervaringen had met de behandeling door de Vietnamese regering van terugkerende bootvluchtelingen naar Vietnam.

Binnen enkele weken zullen er tussen Hanoi en vertegenwoordigers van UNHCR en van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) besprekingen worden gevoerd over de terugkeer van de 400 Vietnamezen.

Meer dan de helft van de groep heeft nog juridische procedures lopen om hier te kunnen blijven. De afloop daarvan kunnen zij afwachten. De overige Vietnamzen moeten na een voorlichtingsbijeenkomst van de IOM, die over enkele weken zal worden gehouden, binnen een maand kenbaar maken of zij vrijwillig naar Vietnam terugkeren of naar een andere land willen emigreren. In het laatste geval krijgen zij zes maanden de tijd om die emigratie mogelijk te maken. Vrijwillig terugkerende Vietnamezen en en andere uitgeprocedeerde Vietnamezen zullen een maand na de voorlichtingsbijeenkomst vertrekken.