Grieken slagen in Europa, niet in VS

ATHENE, 30 JUNI. De EU-topconferentie op Korfoe moge dan op een mislukking zijn uitgelopen doordat geen opvolger voor Delors werd aangewezen, het Griekse leed komt niet uit Europa maar uit Amerika. Het nationale voetbalelftal is verreweg de slechtste van de 24 landen die aan de wereldkampioenschappen deelnemen, met twee achtereenvolgende 0-4 nederlagen, en dat na een uitzinnige campagne onder de leus 'Hellas schrijft nog steeds geschiedenis', na grootscheeps bid-vertoon met inschakeling van de orthodoxe aartsbisschop van Amerika, Jákovos, na oefenwedstrijden waarvoor de spelers aanzienlijke premies kregen. Maar ook na homerische ruzies tussen trainer Panagóulias en topspeler Manolás, die mopperde dat hij naar Amerika was gekomen om te voetballen en niet om van receptie naar receptie te worden gesleept.

Panagóulias, die de spelers tijdens de rust van de eerste wedstrijd voor 'bange kippen' uitschold en in de tweede koffie en hete thee naar hen heeft gesmeten, kan nu bij de Grieken geen goed meer doen. Theódoros Pángalos daarentegen, die als minister voor Europese zaken verantwoordelijk was voor de topconferentie en het hele Griekse voorzitterschap dat dezer dagen afloopt, is nog steeds een held. Voortdurend zegt of doet hij dingen die bij de Grieken aanslaan - het laatst het niet de hand drukken van de Italiaanse premier Berlusconi. Panagóulias zal ongetwijfeld na terugkeer in zijn vaderland het veld ruimen. Maar het gekke is dat ook Pángalos bij de grote kabinetsreorganisatie die rond 8 juli wordt verwacht, niet zal aanblijven als minister voor Europese zaken. Voor hem ligt een andere portefeuille, wellicht van onderwijs, in het verschiet.

De Grieken hebben het gevoel dat de Korfoe-top in veel opzichten is geslaagd - zij was, net als die op Rhodos in 1988, ook weer uitzonderlijk goed georganiseerd - en dat het hele voorzitterschap eigenlijk een succes is geworden. Zij werden in deze mening gesterkt door Delors, die tijdens zijn laatste persconferentie, naast Papandreou gezeten, opvallend ver ging in zijn lofbetuiging voor het voorzitterschap en met klem betoogde dat Griekenland niet verantwoordelijk kan worden gesteld voor de niet-aanwijzing van zijn opvolger.

Natuurlijk zijn de uitbreiding van de EU en het met Rusland gesloten verdrag op zichzelf belangrijker dan de ruzie over het voorzitterschap van de Commissie, en het is weer Pángalos die, vooral in de eerstgenoemde aangelegenheid, alle lof heeft gekregen.

Misschien zit er in de lof die Pángalos van alle kanten krijgt toegezwaaid ook een tactisch element. Men wil hem poneren als 'meest Europese Griek', in het besef dat de 75-jarige premier Papandreou niet veel meer voorstelt en dat Pángalos de ambitie heeft hem op te volgen als leider van de socialisten en dus premier. Na de dood van de minister van nationale economie, Jennimatás, is hij de meest populaire politicus binnen de regeringspartij.

Van hem wordt door 'Europa' ook gehoopt dat hij wat meer realiteitszin zal betonen in de kwestie van de naam Macedonië, “een verloren zaak”, zoals hij zelf meermalen heeft gezegd. Het embargo tegen het noordelijk nabuurland, dat Griekenland zo'n belabberde naam heeft bezorgd binnen de EU, is ongetwijfeld nooit een idee van Pángalos geweest en hij heeft dat in zijn contacten met Europese collega's natuurlijk rijkelijk laten merken.

Overigens heeft de leider van de nationalistische oppositiepartij Politieke Lente, Andonis Samarás, op zijn eigen wijze gereageerd op de Europese lof voor het Griekse voorzitterschap. Daaruit blijkt juist, zo zei hij, dat de regering aan onze 'nationale kwesties' - Skopje, Noord-Epirus (Zuid-Albanië), Cyprus - onvoldoende aandacht heeft besteed.