Fellini-kostuums: geesten aan het strand

Tentoonstelling: Fellini: kostuums en mode. Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat 13, Amsterdam. T/m 18 september.

Eigenlijk zou iedereen schoenen en sokken of kousen moeten uittrekken om de zalen van het Stedelijk Museum te mogen betreden waar de tentoonstelling Fellini: Kostuums en mode is ingericht. Bij het fijne witte zand langs de uitgezette paden horen blote tenen, want alleen barrevoets zal men zich in Fellini's voetsporen kunnen wanen, aan het strand van Rimini. Daar werd de cineast Federico Fellini geboren en hoe Romeins hij ook werd, met die provinciale badplaats bleef hij verbonden - in veel van zijn films verwees hij ernaar, op voorziene en onverwachte momenten.

Zo'n tachtig kostuums uit de films van Federico Fellini (1920-1993) werden verzameld uit de collecties van ateliers en ontwerpers en zijn nu uitgestald in het witte zand tussen de strandpaadjes. IJle geestverschijningen lijken het, aan het Adriatische strand waar hun Dompteur ze bedacht. Pas in zijn films schonk hij ze lichaam en geest, wat wij in het museum aantreffen zijn schimmen.

In kleine clubjes zweven ze rond, weelderig van stof en snit en stuk voor stuk uitingen van liefderijk kleermakerschap: de rij mannenkostuums van Casanova! Van roze tot zwart, van lindegroen tot kastanjebruin, met hun kragen, hun mouwen, hun kantjes, hun randjes, hun honderden vouwen en plooitjes.

De kostuums werden geordend naar thema's uit Fellini's films. Zo fladdert het kwasi-zedige zwarte jurkje met pastoorshoedje-met-kwast dat Piero Gherardi, geïnspireerd op het priesterhabijt, ontwierp voor Anita Ekberg in La Dolce Vita, samen met de angstaanjagende rode kardinalen-gewaden van Danilo Donati voor Il Casanova di Fellini en met Donati's priester- en paus-couture van de uitbundige roomskatholieke modeshow uit Roma. In de naar Fellini's voorliefde voor het circus verwijzende afdeling 'Het grootste spektakel van de wereld' zien we onder meer vele clownskostuums uit verschillende films, de op de films met Fred Astaire en Ginger Rogers doorgedachte danstoiletten (van Donati) voor Ginger e Fred en het treurige pakje - muisgrijs manteltje, gestreept zeemanshemd met rafels, mottig bolhoedje - van Giulietta Masina in La strada.

In de zalen waar sprake is van astranter obsessies van Fellini schiet de thematische aanpak tekort. Zo is er een hoofdstuk 'Verleiding', met een macht aan klassiek-romeinse gewaden uit Satyricon en met de zwartfluwelen japon en het witte bontje van Anita Ekberg op de vliegtuigtrap in La dolce vita. Maar niet met het burgerbettige, tijdloos kokette, zwartgekraagde rode manteltje waarin La Gradisca door de sneeuw trippelde in Amarcord (ontwerp: Donati). En helaas ook niet met het kokette roodsatijnen corsetje annex heuphoepeltje (weer van Donati) voor de hitsige jonge non met wie Il Casanova tekeer ging op de orgelende klanken van een vogelspeeldoosje.

Omdat er werd vastgehouden aan Fellini's veronderstelde belangstelling voor mode, ontbreken er de meest belangrijke stukken. De mens is wat hij aanheeft, wat Fellini betrof. Wat er gedragen werd, was onderdeel van het filmverhaal. Zonder film bestond er niks, geen trend, geen mode. Doordat de samenstellers van Fellini: kostuums en mode daar wel naar zochten, kon het gebeuren dat in de zaal die gewijd is aan De Vrouwen van Fellini, jammerlijk de gescheurde jurk van La Saraghina ontbreekt, de imposante zwerfster uit Otto e mezzo, die aan de rand van de zee de Rumba danst op verzoek van ademloze schooljongens. Van gelijk belang en eveneens afwezig zijn de pluizige strakke rok en de angorawollen pullover van de voluptueuze sigarettenverkoopster uit Amarcord: de jonge hoofdpersoon van die film ziet zich gedwongen haar over zijn schouder op te tillen. Fellini toonde zijn ontstelde gezicht dat zich ondanks schrik en schaamte genietend aandrukt tegen het brede middel van de vrouw. De handen steunen haar enorme achterwerk en je wist: hier wordt een herinnering geboren. Altijd wanneer de man die uit deze jongen groeit angorawol ziet of geruwde katoen voelt, denkt hij terug aan dat truitje, aan die rok, aan die opwinding over warmte, gewicht van vrouwenvlees en -geur.

Desgevraagd liet het Museo Luigi Pecci in Prato, dat deze tentoonstelling oorspronkelijk liet samenstellen, weten dat dit kostuum niet te achterhalen was geweest. Truitje noch rok werden speciaal ontworpen voor Amarcord, het waren de eigen kleren van de vrouw die Fellini had uitgezocht om de tabakswinkelierster te spelen.

Kleding, wat het zegt, wat het oproept, wat het teweegbrengt, was belangrijk voor Fellini. Mode op zich zou hem een zorg zijn. Mode en modeontwerpen hadden slechts zijn belangstelling als teken van de tijd, als sleutel tot gedrag.

Wrang is dan ook de zaal met de toiletten van gevestigde modeontwerpers die zich lieten inspireren door Fellini. Zijn films kennen ze klaarblijkelijk nauwelijks, ze hebben vooral belangstelling voor wat zij hoogstpersoonlijk aankonden met het vaak misbruikte bijvoeglijk naamwoord 'Felliniaans'. Allerlei uitzinnigs bedachten ze, net of de films van Fellini uitsluitend bevolkt zijn met geile pauwen. Zelfs de arme Saraghina moest eraan geloven, met een transparante, van haar en haar Rumba afgeleide jurk boven een belachelijk opgevuld corselet. Er zit strass op de rok en op het bijbehorende kroontje - La Saraghina zou het krijsend naar de lommerd brengen. De enige uitzondering is Valentino, met twee strikt in grijs en zwart en wit gehouden, ontwerpen, sierlijk, bijzonder en eigen - hommages aan Fellini's filmstijl, niet aan zijn personages.