Extravagante experimenten

In Riga is de laatste jaren een heel eigen invulling van het begrip mode ontstaan. Op de onlangs gehouden Untamed Fashion Assembly was het verschil met het Westen duidelijk te zien.

De Olympische Spelen van de mode', dat zou volgens organisator Bruno Birmanis zijn modefestival in de toekomst moeten worden; een culturele uitwisseling tussen mode-ontwerpers uit Oost en West. Sinds 1990 organiseert Birmanis in Riga, de hoofdstad van Letland, ieder jaar een Untamed Fashion Assembly, een modeweek met presentaties van professionele ontwerpers, seminars en een modewedstrijd voor studenten uit Europa.

“Met untamed”, legt Birmanis uit, “bedoelen we mode die vrij is van alle commerciële of politieke bemoeienissen, mode als pure creatieve expressie van een kunstenaar.” Op de show kwamen dan ook de meest fantastische en poëtische sprookjes tevoorschijn en de experimenteelste bouwwerken uit Oekraïne, Letland, Litouwen, Estland en Armenïe. Vrouwelijke kabouters met een stoffen huisje in een buidel op de rug bijvoorbeeld (Stuckle, Letland) en elfachtige wezens in naïef beschilderde theemutsen (Redita Tumenaite, Litouwen). De visie op kleding is ontwapenend vrij en origineel; zo liet Vitoline Lusite uit Letland haar modellen olieverfschilderijen dragen en Maria Cigal (Rusland) creaties van oude grammofoonplaten.

Argeloze studenten uit Duitsland en Italië raakten door deze theatrale uitbundigheid in verwarring. Zij besloten hun experimentele creaties, bedoeld voor de schoolpresentaties en hun voor de wedstrijd gemaakte modieuze ontwerpen om te wisselen, uit vrees dat hun draagbare stukken tussen al deze extravagantie zouden wegvallen als wel erg 'gewoontjes'.

Uiteindelijk verbleekten alle presentaties bij het spektakel van de Rus Andrej Bartenev. “Een indrukwekkende synthese tussen gigantomania, technologische verspilling en een doordacht concept” noemde de Letse krant Diena zijn optreden. Als een mengeling van Keith Haring en Fabiola liep hij door de straten van Riga, de ene keer in een strak gebreide kokerjurk met een koker die een meter boven zijn hoofd uittorende, een andere keer in een tenue dat van hoed tot broek was volgenaaid met knopen.

Bartenev, een schilder, bouwt tableaux vivants van karton die hij beplakt met kleurrijke verpakkingen als Pamperzakken, Barbiedozen en Mickey Mousekaarten. Deze gevaartes zijn zo immens dat de modellen er via een stellage in moeten klimmen en vaak niet meer door de deur van de kleedkamer kunnen. Of zoiets nog onder de noemer mode valt of eerder tot beeldende kunst gerekend moet worden bleef een week lang de meest gestelde vraag bij jury, pers en publiek.

“Er is maar één criterium voor mode en dat is creativiteit”,protesteerde Birmanis toen de jury, onder leiding van Paco Rabanne, het voorstel deed om twee categorieën te onderscheiden: één voor het beste modegevoel, één voor het creatiefste idee. De origineelste deelnemer - daarover bestond geen twijfel - was Andrej Bartenev. Maar de hoofdprijs, een modestudie op de Franse Esmod-school, gevolgd door een maand stage bij Paco Rabanne, en een stage bij het embroideriehuis Lesage, zou gaan naar iemand die een carrière in de mode ambieert. Paco Rabanne, de man van de revolutionaire metalen jurken in de jaren zestig en zelf van huis uit architect, bedacht een genereuze oplossing. Via een speciale juryprijs zou hij Bartenev persoonlijk onder zijn hoede nemen en introduceren bij galeriehouders en revuetheaters in Parijs. De 'echte' modestudente Redita Tumenaite kreeg de hoofdprijs.

Toch was er op de Assembly meer te zien dan alleen extravagant experiment. Waren in voorgaande jaren Vivienne Westwood, Sandra Rhodez en Orson & Bodil al eens van de partij, nu was Abe Hamilton de winnaar van de Engelse Avant-garde Award in Riga. Maar ook sommige Litouwers, Russen en Letten presenteerden collecties die wel degelijk voldeden aan het criterium modieus. En dat is opmerkelijk; want hun collecties komen vanuit een wezenlijk andere traditie, met veel beperkingen, tot stand.

In de Baltische landen wordt men op speciale scholen al vanaf het twaalfde jaar onderwezen in het modevak, voornamelijk handwerk- en naaitechnieken. Ontwikkelingen en modestijlen komen er niet aan de orde. Hoewel de Westerse mode steeds prominenter oprukt - het afgelopen jaar openden er twee zaken van Benetton in Riga, een van Adidas en een van Pierre Cardin - is er in geen enkel Baltisch land een modeblad te krijgen en kunnen studenten slechts af en toe via een Russische tv-zender een glimp van de Parijse shows opvangen. Een gebrek aan informatie, dat niet als probleem wordt ervaren.

“Het gevoel voor de tijdgeest en kwaliteit is overal hetzelfde”, vindt Ingrida Drazniece die al sinds 1975 in het modevak werkt en een naam opbouwde via de modefestivals. Zij ontwierp voor het staatsbedrijf Riga Fashion House en bezocht tweemaal per jaar in Moskou de twee staatsstylisten die naar Parijs mochten reizen om de laatste ontwikkelingen in de mode te vernemen. Inmiddels heeft ze in Riga een goedlopend commercieel modebedrijf met connecties op de Europese kledingmarkt.

Het tekort aan stoffen ervaren de meeste ontwerpers wel als een probleem. Behalve de degelijke wol, katoen en ribfluweel uit het Sovjetregime is er nauwelijks iets verkrijgbaar. Sandra Straukaite, juist afgestudeerd aan de Akademie in Vilnius, maakte bijvoorbeeld een jurk van een oude zijden japon van haar moeder en een jasje van een oude deken; de soepelvallende wol van de avondjurk was een cadeau van een Noorse vriendin. Wat op het podium overkomt als een hesje van fijne wol, blijkt van dichtbij gebreide wasdraad. Al improviserend maakte Straukaite een wat Belgisch aandoende materialenmix met een surrealistisch gevoel voor humor; bijvoorbeeld in een avondjurk met één brutaal ontblote borst die een ooglapje heeft. Zo weet bijna iedereen het gebrek aan middelen om te zetten in een voordeel. Mickey uit Litouwen heeft de prachtigste stoffen omdat zijn oma die speciaal voor hem geweven heeft volgens klassieke Litouwse technieken.

Zonder uitzondering ervaren alle deelnemers The Fashion Assembly als een inspirerende en levendige manifestatie, die twee totaal gescheiden mode-werelden bij elkaar brengt. De ontwerpers uit de voormalige Sovjet Unie zijn nieuwsgierig naar de verfijnde kwaliteitsstoffen en technologische technieken die de Europeanen meebrengen; de Europeanen verbazen zich over artistieke vrijheid en de goed geconserveerde authentieke cultuur, maar ook over het vakmanschap en de handwerkkunst. De intentie van Birmanis is daarmee geslaagd, maar het is de vraag hoe lang dat zo zal blijven.

Het modefestival moet tegenwoordig gefinancierd worden met sponsorgelden en daarmee is de commercie binnengeslopen. Ook Paco Rabanne was niet louter uit ideële motieven afgereisd naar Riga. In zijn kielzog reisden functionarissen van alle grote parfum- en cosmeticabedrijven mee.

Bang dat de markt nu alleen maar overspoeld zal worden met Westerse produkten, zonder dat er investeringen in de locale bedrijven volgen is Birmanis niet. Hij hoopt dat het jaarlijkse festival Westerse fabrikanten stimuleert om technologische kennis en hoogwaardige produktietechnieken naar Riga te brengen. Zodat de ingezakte textielindustrie nieuw leven wordt ingeblazen. En de stad weer net als voor de Russische bezetting opbloeit tot het modieuze hart van het Oosten.