Eerste deel van Russisch privatiseringsprogramma wordt vandaag afgerond; 'Vouchers' vormen twijfelachtig succes

MOSKOU, 30 JUNI. Deel één van het 'grootste privatiseringsprogramma in de geschiedenis van de mensheid' loopt vandaag in Rusland ten einde, maar de discussie over het resultaat zal nog wel even duren. Het Staats Privatiserings Centrum, dat de operatie leidde, meent dat de communistische staat met succes is veranderd in een land van aandeelhouders. Maar zelfs president Jeltsin heeft toegegeven dat hij zijn 'voucher' helemaal niet heeft gebruikt om aandelen te kopen. Hij heeft 'm weggegeven aan zijn dochter.

De voucher is het papiertje dat elke man, vrouw en kind eind 1992 van de regering kreeg om een stukje van de Sovjet-industrie aan te schaffen. De regering hoopte met de voucher-privatisering de herstructurering van de ineffectieve staatsbedrijven te versnellen. Door elke burger te laten deelnemen hoopte de regering bovendien een brede klasse van eigenaren te creëren, die de economische hervormingen onomkeerbaar zou maken. Vandaag is officieel de laatste dag dat de voucher kan worden omgeruild tegen aandelen.

De privatisering wordt in binnen- en buitenland doorgaans gezien als het meest geslaagde onderdeel van de economische hervormingen. Het Privatiserings Centrum heeft deze maand cijfers bekendgemaakt om deze opvatting te ondersteunen. Twaalfduizend bedrijven zijn tot nu toe geprivatiseerd, waardoor nu 60 procent van de arbeiders in de particuliere sector werkt. Dankzij het voucher-systeem telt het land thans 40 miljoen aandeelhouders.

Een heel ander beeld schetst Stanislav Sjatalin, de econoom die onder Gorbatsjov verantwoordelijk was voor het nooit uitgevoerde '500 dagen-plan' voor de hervorming van de economie. “Het belangrijkste doel van privatisering, de toename van effectiviteit, is niet bereikt”, schrijft hij in een rapport dat morgen wordt gepresenteerd. “Ik ken niet één groot bedrijf dat beter werkt sinds de arbeiders een deel van de aandelen in handen hadden gekregen, het management een ander deel, de staat een derde deel en buitenstaanders, ten slotte, ook nog een deel.”

Sjatalin doelt op de voorrang die het personeel van staatsbedrijven heeft gekregen in deze eerste fase van de privatisering. De regels van het programma van de afgelopen anderhalf jaar waren zo, dat werknemers en management met hun vouchers eenvoudig een meerderheidsbelang in hun eigen bedrijf konden verwerven. Deze meerderheid werd het doorgaans op 'aandeelhouders-vergaderingen' vlot eens over de prioriteit van het bedrijf: behoud van hun baan. Dat heeft niet geholpen bij het in gang zetten van de herstructurering. De econoom en politicus Javlinksi noemt het proces dan ook niet privatisering maar 'collectivisering'.

Niet alleen willen veel geprivatiseerde mammoet-bedrijven hun werkwijze nauwelijks veranderen, ze kúnnen het vaak ook niet. Privatisering waarbij het personeel de aandelen in handen werden gegeven in ruil voor papieren vouchers heeft namelijk niet het kapitaal opgeleverd waarmee ondernemingen kunnen worden gemoderniseerd. En dan hebben we het nog niet over de gevolgen van de 'spontane' privatisering, die tegelijk met het officiële voucher-programma is uitgevoerd. Er zijn fabrieksdirecteuren die, voordat 'hun' bedrijf wordt geprivatiseerd, nog even snel de interessantste onderdelen ten eigen bate elders onderbrengen.

Bij kleine bedrijven heeft het particuliere eigendom soms wel tot veranderingen geleid. Zo zijn er in Moskou tegenwoordig bakkers die vers brood verkopen. “Vroeger leverde de fabriek het brood meestal tegen sluitingstijd, zodat het de hele nacht oud stond te worden”, vertelt Natalia Pelenitsina, eigenaar van broodwinkel nummer 755. Dit jaar is ze er in geslaagd de fabriek te overreden 's morgens te komen. Pelenitsina heeft haar personeel ook gevraagd klanten niet langer af te snauwen, zoals in veel winkels nog gebruikelijk is. Nu verkoopt ze zo'n 5.000 broden per dag, 3.000 meer dan drie jaar geleden.

De tweede doelstelling van de voucher-privatisering, het creëren van een brede klasse van eigenaren, lijkt eveneens slechts gedeeltelijk te zijn verwezenlijkt. Uit een onderzoek van het tv-programma Itogi blijkt dat 30 procent van de vouchers niet door hun ontvangers is geïnvesteerd maar verkocht. De prijzen op straat varieerden van een pak suiker of een lootje tot 40.000 roebel, gisteren zo'n 20 dollar. Een kwart van de ondervraagden had zijn voucher weggegeven of er niets mee gedaan, eenvoudig omdat lang niet iedereen is duidelijk geworden hoe en waarin men eigenlijk aandelen kon kopen. Van de overige 46 procent hadden degenen die geen aandeel in hun eigen bedrijf hadden genomen, het document ondergebracht bij een van Ruslands 650 jonge investeringsmaatschappijen. En deze laatste hebben het vertrouwen in het kapitalisme eerder aangetast dan versterkt.

Op de televisie verschijnen bijna dagelijks kleine beleggers die hun voucher aan investeringsmaatschappijen hebben toevertrouwd die niet blijken te bestaan. Deze maand nog bleek het Olie en Diamant Fonds niet meer te zijn dan een onbewoond adres, hoewel Russen het fonds na een flitsende reclame-campagne toch voor meer dan 3,5 miljoen dollar aan vouchers in handen hadden gegeven. De oprichters van het fonds waren met de noorderzon (en de vouchers) vertrokken. Andere fondsen bestaan nog wel, maar de beloften waarmee zij investeerders lokten - auto's, koelkasten, 1.000 procent rendement - zijn zelden waargemaakt.

Investeren is echter een zaak van lange adem en daarom is het wachten nu op de tweede fase van het programma. Bij de verkoop van de resterende zesduizend staatsbedrijven die voor privatisering zijn aangewezen zal, als het aan minister van privatisering Tsjoebais ligt, voorrang worden geven aan grote (buitenlandse) investeerders. Hij wil het hen makkelijker maken meerderheidsbelangen te kopen en greep te krijgen op de bedrijfsvoering. Fase twee had op 1 juli moeten beginnen, morgen dus, maar Tsjoebais plan is nog altijd geen officieel regeringsbeleid. En de lobby van fabrieksdirecteuren die willen dat het ook nooit beleid wordt, duurt voort.