Een vinnig debat

In het Kamerdebat over de mislukte formatie van een paarse coalitie ontstond gistermiddag een vinnige woordenstrijd tussen hoofdrolspelers W. Kok (PvdA) en F. Bolkestein (VVD):

W. Kok: “Mijnheer Bolkestein, u hebt zondagmiddag nieuwe eisen, nieuwe wensen en nieuwe voorstellen op tafel gelegd. (..) U kunt u, bij het beoordelen van de berekeningen van het CPB, niet beroepen op het maken van voorbehouden. Dat is letterlijk onwaar.”

F. Bolkestein: “Ik ben die zondag niet met nieuwe eisen komen aanzetten. Iedereen wist dat ik bezwaar heb aangetekend tegen de korting op Verkeer en Waterstaat en op Defensie. Ik heb bezwaar aangetekend tegen de generieke korting op de rijksoverheid, ten slotte ten belope van 5,76 miljard gulden. Ik wilde meer op het gebied van de sociale zekerheid, in het bijzonder wat betreft de WW en de WAO.

W. Kok: “Nu heeft de heer Bolkestein op het allerlaatste moment als een duveltje uit een doosje de mededeling gedaan dat die vele miljarden op geen enkele wijze op de rijksbegroting zouden mogen worden gevonden. Nee, ze moesten extra in rekening gebracht worden bij de lager betaalden.

Ik verwijt de heer Bolkestein (..) een gebrek aan politieke duidelijkheid op een moment waarop collega Van Mierlo en ik daar recht op hadden.''

F. Bolkestein: “De heer Kok wilde in de periode tot 1998 de kortingen aangebracht zien op de punten waartoe het dan zittende kabinet zou besluiten. Ik kon daar niet mee instemmen, omdat ik ervoor pas om het komende kabinet op te zadelen met een problematiek tot een bedrag van 5,7 miljard. (..)”

W. Kok: “U wilde die problematiek oplossen door af te spreken dat mensen met een sociale uitkering vier jaar lang op nul zouden blijven staan.”

F. Bolkestein: “Ik herinner de heer Kok eraan dat het huidige kabinet de uitkeringen in de afgelopen twee jaar ook heeft bevroren.”

W. Kok: “En dat is dan voor u een reden om op het allerlaatste moment, om één minuut voor twaalf, te zeggen dat vier jaar de nullijn aangehouden moet worden, terwijl u tot het allerlaatste moment bij de doorrekening door het planbureau net als de heer Van Mierlo en ik hebt gekozen voor een halve koppeling? Ik vind dit een buitengewoon flauw argument.”

F. Bolkestein: “Wij vonden en vinden datgene wat nu ter tafel ligt onvoldoende. Dat is geen blijk van politieke moed, het is geen blijk van gebrek aan politieke moed, het is een blijk van de wens om de problemen nu op te lossenen niet door te schuiven naar de toekomst.”

D66-leider H. van Mierlo valt Kok vervolgens bij: “Mijnheer Bolkestein, ik wist wel dat u vond dat die sociale uitkeringen kleiner moesten worden. Wat ik niet wist en wat de heer Kok ook niet wist, was dat u op het laatste moment zou zeggen: 'en die vijf miljard moet uit de sociale sector komen'. Dat wist niemand. Dat is een overval.”