Een sommetje

Dan kom je op een boerderij en dan zie je een eenzaam nagekomen kalfje staan, dat wil zeggen: je loopt over het erf en kijkt in het voorbijgaan in een schuur. De deur staat altijd open, mede met het oog op zwaluwen. Het kalf kijkt schichtig terug. Het is er nog geen week. Het heeft je voetstap in het grint gehoord. Het ziet je langs het deurgat gaan. Het weet niet goed wat de bedoeling is.

“Je hebt daar nog een kalf”, zeg ik een tijdje later tegen Cees.

“Maar die moet weg”, zegt hij.

“Is het een stiertje dan?”

“Een kuiskalf. Maar ik heb al kalfjes zat.”

“Dan had-ie maar eerder geboren moeten worden”, zeg ik.

“Dan had-ie maar eerder geboren moeten worden”, zegt Cees.

Tweederde, schat hij ongeveer. Tweederde van zijn kalveren wordt van de hand gedaan.

Je staat er niet zo gauw bij stil, maar je kunt het op je vingers narekenen. We houden in Nederland 1,8 miljoen melkkoeien. Om melk te geven moeten ze allemaal een kalfje krijgen. Op grond van hun levensverwachting mag je aannemen dat jaarlijks een vijfde van deze koeien moet worden vervangen. Dus plaats voor 0,4 miljoen kalveren. Wat er 1,4 miljoen overtollig maakt. De korte weg naar de slagerij. Een onlosmakelijke band van melk met vlees.

Afijn, ik zou het over oren hebben, de oren van de koe.