Een boek waar alles in staat

Levende talen. Maandblad van de Vereniging van Leraren in Levende Talen. Themanummer Woordenboeken in de praktijk, mei 1994. Losse nummers zijn à ƒ 20,- te bestellen bij het secretariaat van de vereniging in Amsterdam, 020 6739424.

Wat te denken van de volgende zinnen afkomstig uit brieven van middelbare scholieren:

- My new room is nice and social. (gezellig)

- Diesen Himmel im Krankenhaus kann ich nicht ertragen. (lucht)

- J'ai un accord avec le directeur pour quinze heures. (afspraak)

De kenner ziet het ogenblikkelijk: hier is een woordenboek 'geraadpleegd'. Leerlingen moesten kiezen uit niet synonieme vertaalmogelijkheden en waren 'te beroerd' om goed te lezen. Of ligt het aan het woordenboek?

'Een boek waar alles in staat,' omschrijft Michael van de Rotterdamse Scholengemeenschap Melanchton een woordenboek. In het themanummer 'Woordenboeken in de praktijk' van het lerarentijdschrift Levende Talen figureert de mavo-2 leerling in een groepsgesprek dat Kees Houtman en Geramé Wouters met tien leerlingen van het Melanchton voerden. Resultaat: woordenboeken zijn zwaar, leerlingen kunnen zich niet voorstellen dat mensen er voor hun plezier in grasduinen en Hugo (havo-2) zegt een woordenboek als verjaardagscadeau direct van de hand te zullen doen 'en voor dat geld iets te gaan kopen wat ik echt leuk vind'.

De zoekopdrachten die de Melanchton-leerlingen vervolgens hardop denkend uitvoerden, brachten beide waarnemers tot de conclusie 'dat de vaardigheid in woordenboekgebruik over de gehele linie, van mavo tot en met vwo, zeer te wensen overlaat'. Wanneer een woord niet in het woordenboek staat, geeft een leerling snel de moed op. Niemand komt op het idee een synoniem te bedenken en op dát woord te zoeken. Een ander woordenboek raadplegen is teveel moeite. Houtman en Wouters: 'Het is onthutsend te moeten constateren dat sommige leerlingen bij het opzoeken van uitdrukkingen gewoon woord-voor-woord zoeken.'

Al in het basisonderwijs gaat het fout, constateert onderwijspsycholoog Henk Blok. In tegenstelling tot de situatie in het voortgezet onderwijs, zwijgen de kerndoelen daar over woordenboeken. Aan het einde van de basisschool zijn leerlingen, ondanks voorbereidingen voor de Cito-toets, nog maar weinig bedreven in het omgaan met het woordenboek. De aandacht beperkt zich tot alfabetiseren en het opzoeken van een betekenis, interpretaties komen niet aan bod. Blok: 'Leerkrachten zijn zich onvoldoende bewust van de moeilijkheden die woordenboeken voor kinderen bevatten.'

Een thema waarover leraren - en zij niet alleen - nooit uitgepraat raken is de vraag of één- of tweetalige woordenboeken de voorkeur verdienen. Bij een tweetalig woordenboek zijn de aangeboden vertalingen niet totaal synoniem. Stilistisch bestaan er verschillen en de alternatieven zijn niet met dezelfde woorden te combineren. Voor een woordenboek Vreemde taal-Nederlands hoeft dat geen probleem te zijn. De context leidt meestal wel tot de 'beste' vertaling. Anders ligt het bij vertalen uit het Nederlands naar de vreemde taal. De gebruiker kan in dat geval de verschillende mogelijkheden niet uit elkaar houden en dus moet het woordenboek hulp bieden.

De Van Dale Nederlands-Duits, aldus Mike Hannay van de Vrije Universiteit in Amsterdam, doet dat ook:

levendig 0.2[vol leven] lebhaft

Fout gaat het in het SterWoordenboek (Wolters-Noordhoff) Nederlands-Engels:

mooi handsome, fine, pretty, beautiful, lovely

Waarom staat handsome voorop? vraagt Hannay zich af. Waar zijn nice, good en excellent? 'Een Nederlandse leerling die 'mooie cijfers', 'een mooie dag', 'een mooi doelpunt', 'een mooie jongen', 'een mooi verhaal' of 'een mooie vrouw' wil vertalen in het Engels, is dus aangewezen óf op zijn eigen gevoel voor de verschillen in het Engels óf op een ander naslagwerk, zoals een eentalig leerwoordenboek.'

Betekent dit alles dat je beter af bent met een eentalig woordenboek? 'Daar is op zijn minst discussie over mogelijk', vindt Paul Boogaards, verbonden aan de vakgroep Frans van de Rijksuniversiteit Leiden. Een eentalig woordenboek veronderstelt een zeker niveau dat in de vreemde taal bereikt moet zijn. Aan specifieke moeilijkheden voor sprekers van een bepaalde taal wordt voorbijgegaan. Boogaards wijst op beruchte faux amis als eventueel / eventually en milieu / milieu en ook op de polysemie in vreemd / strange-foreign of regel / règle-ligne. En hoe vind je in een eentalig woordenboek woorden die je niet kent?

Het zweren bij eentalige woordenboeken kan soms snobistische trekjes aannemen. Wie slim is gebruikt ze allebei. Commentaar in de vreemde taal alleen kan tot grote verwarring leiden. Zo zegt de Longman dictionary of contempory English over het lemma puff pastry: 'a type of very light pastry made from a special mixture (puff paste) that rises and smells when cooked'. En daarmee mist Longman de kern waar het bij bladerdeeg om gaat.