De Biltse zonkracht

Het KNMI voorspelt al ruim een jaar dagelijks de Biltse zonkracht, maar verspreidt het getal niet. De zonkracht is een getal op een schaal van 1 tot 10 en wordt bepaald door de stand van de zon en de dikte van de ozonlaag. De voorspelling zou nog iets kunnen verbeteren door lucht- erontreiniging en vochtigheid erin te verwerken.

Hoe gaat het KNMI te werk? De stand van de zon is geen probleem, astronomen kunnen deze jaren vooruit voorspellen.

De dikte van de ozonlaag berekent het KNMI uit de totale potentiële vorticiteit (TPV), een maat voor de hoeveelheid luchtbeweging in de meetpunten die worden gebruikt voor het opstellen van de meerdaagse weersverwachting. De TPV op een bepaalde plaats geeft weer waar op die plaats de 'grens' tussen de hooggelegen stratosfeer en de lage troposfeer ligt. Die grens kan in hoogte variëren tussen de 7 en 12 kilometer. Hoe lager hij ligt hoe dikker de strato sferische ozonlaag is.

Sinds begin van dit jaar beschikt het KNMI over een Brewer spectrometer die vanaf de grond de dikte van de ozonlaag en de intensiteit van de invallende UV-straling direct meet.

De grondmetingen van het KNMI worden vergeleken met die van de NOAA-weersatellieten die de gemiddelde ozonlaag tussen 30 en 90 graden noorderbreedte meten. Het blijkt dat er plaatselijk grote afwijkingen van het gemiddelde voorkomen. Het 'gat' dat De Bilt in het voorjaar mat, had volgens de meteorologen weinig met afbraak van de ozonlaag te maken, maar gewoon met weersgesteldheid boven Nederland.

Op een kilometer afstand van de Brewer-spectrometer van het KNMI staat op het terrein van het RIVM in Bilthoven ook een UV-stralingsmeter. Deze geavanceerde opstelling meet continu in het UV-gebied. De gegevens leveren na correctie van de gevoeligheid van de huid voor UV-straling (voor UV-B-straling is de huid veel gevoeliger dan voor UV-A) de effectieve dosis die per tijdsperiode binnenvalt.

De bewolking en de vervuiling zijn belangrijkste variabelen voor de UV-instraling na de stand van de zon en de dikte van de ozonlaag. Een egale bewolking verlaagt de UV-dosis met ongeveer de helft, maar bij gedeeltelijk bewolkte hemel kan door reflectie aan wolken de dosis plaatselijk hoger zijn dan bij onbewolkte hemel.

De zonkracht wordt al in enkele landen gegeven. Australië was het eerste land dat ermee begon. De bevolking, die voor een deel afstamt van roodharige Ieren en Engelsen, is gevoeliger voor huidkanker dan in Nederland. Daarnaast ligt het woestijnachtige Australië dicht bij Antarctica, waar in oktober een reëel ozongat verschijnt.

De vragen kwamen van de milieurisico-ambtenaren van Vrom. Die vinden een 'toegevoegd risico' onaanvaardbaar als 1 op de miljoen Nederlanders er jaarlijks aan sterft. Dat uitgangspunt is sinds enkele jaren regeringsbeleid. Zonnestraling is echter een bijzonder fenomeen, vindt ook Vrom, want er is een hoge natuurlijke dosis, waardoor al veel meer dan een op de miljoen Nederlanders sterft. Het beleid blijft niettemin gericht op beperken van toegevoegde risico's. (Bij het bepalen van risico's van kernstraling heeft de Vromse Prinzipienreiterei geleid tot potsierlijke voorschriften. Nederlandse ziekenhuizen moeten, als enige in de wereld, metersdikke muren rond hun bestralingsapparatuur bouwen.)