Chagrijn beheerst uniek debat over paarse mislukking

DEN HAAG, 30 JUNI. Bittere verwijten tussen de voormalige 'paarse' onderhandelaars weerkaatsten gistermiddag in de grote zaal van de Tweede Kamer. Volgens D66-leider Van Mierlo pleegde VVD-voorman Bolkestein “een overval”. PvdA-fractievoorzitter Kok beschuldigde de liberale voorman er onomwonden van de onwaarheid te spreken. Bolkestein zelf verweet zijn voormalige 'paarse' partners dat zij niet goed naar hem geluisterd hadden.

Het door GroenLinks-fractievoorzitter P. Rosenmöller aangevraagde debat over de mislukte poging een 'paars' kabinet te formeren, was op deze wijze de bezegeling van die mislukking. Of, zoals Rosenmöller zei: “Drie maanden geleden was je krankjorum als je voorspeld had dat er een 'paarse' coalitie zou komen, nu ben je ook krankjorum als je voorspelt dat die coalitie er de komende drie maanden komt.” Bovendien bleek uit de woordenwisselingen dat een andere mogelijke coalitie die op dit moment onderzocht wordt door informateur Tjeenk Willink, namelijk CDA, VVD en D66, ook niet erg waarschijnlijk is. Van Mierlo beschuldigde Bolkestein er immers van zijn 'paarse' geesteskind om zeep geholpen te hebben.

Overigens waren tijdens het debat ook de oud-informateurs Van Aardenne, Vis en De Vries aanwezig om antwoord te geven op 'informatieve vragen'. Dat gebeurde voor de eerste maal in de parlementaire geschiedenis. Rosenmöller sprak van een unicum, en oud-informateur De Vries complimenteerde Kamervoorzitter Deetman met deze “concrete staatsrechtelijke vernieuwing”.

GPV-fractievoorzitter Schutte relativeerde aan het begin van het debat echter het belang van deze gebeurtenis. Informateurs verrichten hun taak in opdracht van de koningin en hoeven zich ten opzichte van de Kamer niet te verantwoorden. “Een gesprek met de informateurs kan niet veel meer inhouden, dan een persconferentie ten overstaan van Kamerleden”, aldus Schutte.

Veel relevanter was het dat de voormalige onderhandelaars hun 'paarse' chagrijn jegens elkaar kwijt konden en dat de overige partijen in de Kamer de gelegenheid hadden een oordeel te geven over de voorbije weken.

Algemeen waren de niet-betrokken fracties van mening dat de 'paarse' poging veel eerder had kunnen worden afgeblazen. CDA-fractievoorzitter Brinkman, die zich overigens voornamelijk op de vlakte hield, vroeg bijvoorbeeld “waarom de sociaal-economische hobbels niet eerder waren beklommen”. Rosenmöller viel Bolkestein aan omdat deze volgens hem de andere onderhandelaars te lang aan het lijntje heeft gehouden. Waarom werkte de VVD-leider bijvoorbeeld mee aan het laten doorrekenen door het Centraal Planbureau van verschillende pakketten met maatregelen. Bolkestein: “De output, het resultaat van die berekeningen leek goed te zijn, maar was op drijfzand gebaseerd, omdat de input, datgene wat naar het Planbureau toeging, niet deugde.” Dan was dat dus tijdverspilling, concludeerde Rosenmöller: “Ik weet niet veel van die CPB-modellen af, maar als je daar drijfzand instopt, komt daar zeker ook weer drijfzand uit.” Waarom had Bolkestein niet “geknokt” voor een pakket dat níet was gebaseerd op drijfzand? Toen Bolkestein zei dat hij dat juist had gedaan afgelopen zondagmiddag, maar dat het toen misging, interrumpeerde Kok hem: De VVD-leider had “nieuwe eisen” op tafel gelegd. En als hij nu beweert dat hij altijd al voorbehouden had gemaakt dan “is dat letterlijk onwaar”.

Pag.3: Van Mierlo krijgt kritiek op aanpak van formatie

Bolkestein verweerde zich later in het debat door erop te wijzen dat “niets akkoord was totdat alles akkoord was”. Dat hadden immers ook de informateurs Van Aardenne en Vis gezegd. Met andere woorden: Bolkestein hield zich het recht voor “om alles nog op te brengen totdat de laatste zinsnede akkoord was verklaard”. Op de publieke tribune schudde FNV-voorzitter Stekelenburg het hoofd over deze redenatie. De gevolgde wijze van onderhandelen bij de paarse formatie is rechtstreeks afkomstig uit de vakbondswereld, maar zoals Bolkestein hem heeft toegepast werkt dat niet, aldus Stekelenburg. “Alles blijft onderhandelbaar maar je kunt niet tegen het eind nieuwe elementen inbrengen, ga nou gauw.”

In het debat werd ook Van Mierlo onder schot genomen door verschillende woordvoerders. Waar waren nu die beroemde politieke vernieuwingen en die openheid waar D66 altijd voor pleit? Brinkman: “Intussen heeft collega Van Mierlo vaak aangedrongen op nieuwe omgangsvormen in de politiek gekenmerkt door openheid en verbetering van de contacten met de samenleving vanuit het Binnenhof, liefst slagvaardig in gang gezet door een formateur.” En de CDA-voorman vroeg fijntjes hoe het de drie informateurs bevallen was.

Rosenmöller pakte Van Mierlo wat later harder aan met de opmerking “het totale label D66 ontvalt op het moment dat het onderdeel van de macht wordt”. Van Mierlo antwoorde getergd: “Dat label bestond al voordat u het kon lezen.” Waarop Rosenmöller riposteerde: “Dat hij mijn vader had kunnen zijn, kan de heer Van Mierlo mij niet verwijten.” De manier waarop D66 had meegedaan aan de onderhandelingen was volgens GroenLinks “oubollig”.

SP-fractievoorzitter Marijnissen manifesteerde zich uitdrukkelijk in het debat. Met Kok kreeg hij het aan de stok over de in het bijna-akkoord over paars geplande ingrepen in de sociale zekerheid, en Van Mierlo probeerde hij uit zijn tent te lokken door alsnog te vragen om alle onderliggende akkoorden die gedurende de onderhandelingen zijn bereikt. Oud-informateur Van Aardenne liet daarop het elektronisch spreekgestoelte nog een maal verrijzen en blokkeerde de behendige manoeuvre van Marijnisse. Wanneer het nieuwe kabinet er zit, belanden alle stukken die met de formatie te maken hebben bij het departement van algemene zaken. Achteraf kan men dus trachten daarin inzage te krijgen.

Rosenmöller concludeerde dat het debat “veel verliezers” opleverde. De VVD heeft verloren want “wie breekt betaalt. D66 verloor omdat naar de mening van Rosenmöller met het inzetten van informateurs zelfs “een stap terug” is gezet. De PvdA heeft verloren doordat deze partij heeft ingestemd met een veel groter ombuigingspakket dat in het verkiezingsprogram stond. En: “Eens gegeven blijft gegeven.” Ten slotte is volgens Rosenmöller ook het parlement verliezer omdat de schimmige informatie steeds belangrijker wordt, ten koste van de formatie.