Burger kan veel meer zorg uit eigen zak betalen

Alleen al door de vergrijzing zal de vraag naar gezondheidszorg de komende vier jaar veel groter worden. De nieuwe regering staan miljardentegenvallers te wachten als zij daar onvoldoende rekening mee houdt. L. Koopmans en C.A. de Kam pleiten voor een sober basispakket van zorgvoorzieningen. Wie wil kan zich voor extra voorzieningen bijverzekeren.

Bij het beraad over een nieuw regeerakkoord hebben de 'kabbalisten' in Den Haag het heft meer dan ooit in handen genomen. Van Dale omschrijft hun bezigheden - de kabbalistiek - als gegoochel met cijfers waarvan de zin ondoorzichtig is.

Het is in Haagse kringen gebruikelijk de collectieve uitgaven te begrenzen op een bepaald percentage van het nationaal inkomen. Op zichzelf genomen zijn normen voor de overheidsfinanciën hard nodig. Maar soms is het tamelijk onzinnig om het toelaatbare uitgavenpeil vast te nagelen op een bepaald percentage van het nationaal inkomen. Neem de zorg, onder meer in de vorm van ziekenhuizen en bejaardenoorden, die voor viervijfde deel collectief wordt gefinancierd. Anders dan een uitgavennorm suggereert, bestaat er geen dwingend verband tussen de ontwikkeling van het nationaal inkomen en de kosten van de gezondheidszorg. Wanneer evenwel het nationaal inkomen daalt als gevolg van een tijdelijke economische inzinking, probeert de overheid - om binnen de norm te blijven - extra in de zorguitgaven te snijden. Daarbij worden noodzakelijke voorzieningen niet gespaard. Omgekeerd geldt dat bij een flinke groei van het nationaal inkomen de zorguitgaven - binnen de norm - fors mogen oplopen, ook wanneer objectief gezien met een meer bescheiden uitgavenstijging kan worden volstaan.

De kabbalistische aanpak geeft vooral problemen bij de produktie van overheidsvoorzieningen zoals zorg, cultuur en onderwijs. Bij al deze vormen van dienstverlening groeit de arbeidsproduktiviteit minder snel dan in de landbouw en de industrie het geval is. Stijgen de lonen bij de overheid en in de zorgsector even snel als elders in de economie, dan worden de genoemde, grotendeels collectief gefinancierde diensten in verhouding tot industrieprodukten steeds duurder. Want terwijl loonstijgingen in de industrie worden goedgemaakt door een steeds hogere uurproduktie per werknemer, neemt de uurproduktie in de dienstverlening slechts mondjesmaat toe. De reden is duidelijk: het gaat vaak om handwerk. Het wassen van een patiënt en het spelen van een strijkkwartet van Mozart kunnen in 1994 niet sneller gebeuren dan in het begin van deze eeuw. Wanneer diensten in verhouding steeds duurder worden, zal de vraag in de regel inzakken. Zo zijn in de afgelopen tientallen jaren allerlei eenvoudige vormen van dienstverlening door de hoge loonkosten weggesaneerd, geautomatiseerd of ondergedoken in het zwarte circuit.

Instandhouding van eenzelfde hoeveelheid door de overheid aangeboden dienstverlening vereist dus voortdurend hogere uitgaven en dat betekent een oplopend belasting- en premiepeil. Sinds 1985 is de prijs van de zorg tweemaal zo sterk gestegen als die van de totale nationale produktie. Andere goederen zijn minder dan gemiddeld in prijs gestegen. Hierdoor ontstond in het budget van de burgers ruimte om de hogere kosten van publieke diensten uit eigen zak te betalen. Desgevraagd verklaren consumenten zich ook bereid hogere premies voor hun ziektekostenverzekering te betalen. De premie voor de volksverzekering (AWBZ), het ziekenfonds en de particuliere polis steeg de laatste jaren aanzienlijk. In het algemeen proberen mensen voor die premieverzwaringen echter compensatie te krijgen, door ze op anderen af te schuiven. De vakorganisaties formuleren hun looneisen zo, dat de koopkracht van de werknemers ondanks oplopende premies ten minste in stand blijft. Bij de daaropvolgende loononderhandelingen geven de werkgevers vaak toe. Evenzo proberen zelfstandigen hun prijzen en tarieven aan te passen. Het resultaat is: hogere loonkosten en inflatie. Zij veroorzaken een wereld van ongerief. Nederland verliest concurrentiekracht op internationale markten en er gaat werkgelegenheid verloren.

Tijdens de lopende kabinetsformatie speelt de lage produktiviteitsgroei bij collectief gefinancierde zorg en cultuur een belangrijke rol. Blijkens enquêtes van het Sociaal en Cultureel Planbureau geven burgers topprioriteit aan de zorg. Drie van elke vijf Nederlanders noemen een goede gezondheid zelfs het belangrijkste in het leven. Velen wijzen daarom bezuinigingen op de zorg af. Handhaving van een toereikende hoeveelheid zorg vergt de komende vier jaar vermoedelijk een oplopend percentage van het nationaal inkomen, zeker gelet op de vergrijzing van de bevolking. Vooral de verwachte groei van het aantal 80-plussers (de dubbele vergrijzing) stuwt het zorgvolume op. Indien hiermee onvoldoende rekening wordt gehouden, zijn in het nieuwe regeerakkoord op voorhand miljardentegenvallers ingebakken.

Het zich aftekenende kostenprobleem kan voor een deel worden opgevangen door zorgverbruikers te verwijzen naar de goedkoopste voorziening. De commissie-Welschen heeft onlangs berekend dat als gevolg van substitutie van dure door goedkopere voorzieningen de kostenstijging bij de ouderenvoorzieningen tot 2015 in het beste geval ruim 3 miljard gulden lager kan uitvallen. Meer algemeen bestaan talrijke aanwijzingen dat in de zorgsector ondoelmatig wordt geproduceerd. Door een efficiëntere produktie zou dezelfde zorg kunnen worden geproduceerd bij 10 tot 15 procent lagere kosten. Gegeven het huidige zorgbudget van bijna 60 miljard gulden betekent dit dat thans jaarlijks 6 tot 9 miljard gulden wordt vermorst. Een half jaar geleden heeft de commissie-Biesheuvel voorstellen geformuleerd die kunnen leiden tot grotere doelmatigheid bij de zorgproduktie.

Het bestaande stelsel wordt grotendeels collectief gefinancierd. Verzekerden hebben hierdoor slechts een flauw benul van wat de zorg kost. Zorggebruikers ontmoeten nauwelijks financiële drempels, wat een kritisch gebruik van voorzieningen niet bevordert. Wij pleiten daarom voor versobering van het (collectief gefinancierde) basispakket zorgvoorzieningen dat voor iedereen toegankelijk is. Huishoudens kunnen vervolgens zelf beslissen in hoeverre zij zich aanvullend willen bijverzekeren. Een kleine minderheid is daartoe niet in staat, omdat het huishoudensinkomen te laag is. Politici moeten daarom duidelijk aangeven welke zorg essentieel is en dus via het basispakket voor iedereen gegarandeerd toegankelijk blijft.

De verzekerden zullen bereid moeten zijn onvermijdelijke kostenstijgingen in de zorg ten laste van hun eigen koopkracht te nemen. De groeiende welvaart schept voor een duidelijke meerderheid van de Nederlanders ruimte om de hogere zorgrekening voor een groter deel uit eigen zak te betalen. Werkgevers moeten zich daarbij krachtiger verzetten tegen looneisen, die zijn bedoeld als compensatie voor stijgende medische kosten. Is aan deze voorwaarden voldaan, dan krijgt Nederland een doelmatiger geproduceerde zorg, met grotere keuzevrijheid voor de consumenten, zonder dat de nationale economie door oplopende loonkosten en tarieven wordt geschaad.