Amsterdam eist van Rotterdam 2,6 miljoen

AMSTERDAM, 30 JUNI. De gemeenten Amsterdam en Den Haag spannen een rechtszaak aan tegen Rotterdam om een schadevergoeding van ruim 2,6 miljoen gulden af te dwingen. Het gaat om kosten die de twee steden hebben gemaakt voor de ontwikkeling van een geautomatiseerd bevolkingssysteem.

De gemeenteraad van Amsterdam heeft dit gisteren besloten. De raad van Den Haag zal naar verwachting binnenkort met de juridische procedure instemmen. De zaak speelt sinds 1988 toen de drie steden besloten gezamenlijk een nieuw registratiesysteem voor persoonsgegevens te ontwikkelen. Rotterdam haakte echter na twee jaar af, omdat de gemeente vond dat de kosten te hoog werden en omdat ze vond dat de twee andere steden te vaak veranderingen wilden aanbrengen.

De besturen van Amsterdam en Den Haag vinden dat Rotterdam de overeenkomst uit 1988 niet is nagekomen en mede voor de kosten die sindsdien zijn gemaakt moet opdraaien. Dat komt volgens Amsterdam en Den Haag neer op ruim 2,6 miljoen gulden. Pogingen om tot een schikking te komen leverden niets op.

Nu het tot een rechtszaak komt, zal Rotterdam een tegeneis indienen van 25,8 miljoen gulden ter vergoeding van de voorbereidingskosten die uiteindelijk niets opleverden en het afkopen van de eigendomsrechten van het geautomatsieerde bevolkingssysteem. Volgens directeur bevolkingszaken G. Reussink was Rotterdam bereid van deze claim af te zien als de twee voormalige partners niet de 2,6 miljoen in rekening zouden brengen.

De ontwikkeling van het bevolkingssysteem had tot doel te voldoen aan de wet Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens, die per 1 oktober van dit jaar van kracht wordt. Gemeenten moeten dan persoonsgegevens automatisch met elkaar en andere overheidsinstellingen kunnen uitwisselen. Rotterdam heeft inmiddels een eenvoudiger systeem aangeschaft waarmee ook vele anderen gemeenten werken. In Amsterdam functioneert het bevolkingssysteem sinds juli 1991 en in Den Haag sinds januari 1992.