Alphen aan den Rijn: 'In zo'n rotkampje wil ik niet wonen'

Dat de 'integratie' van woonwagenbewoners niet goed lukt, ligt niet aan de hoeveelheid vierkante meters, zo blijkt in Alphen aan den Rijn. “Kampers willen vrijheid.”

ALPHEN A/D RIJN, 30 JUNI. Zes caravans staan midden in de nieuwbouwwijk Kerk en Zanen: het woonwagenkamp Burmapad in Alphen aan de Rijn. Het ligt ingesloten tussen achtertuinen, schuttingen en muren. “Dit is geen kamp, maar een hofje”, zegt wagenbewoner A. Versluis (64), “We zitten ingesloten. Ze hebben ons weggeduwd. Hier komen alleen nog mensen langs als ze verdwaald zijn in al die nieuwe straten.”

Provincie en gemeente proberen de woonwagenbewoners te 'integreren'. Maar de kampbewoners van het Burmapad praten niet met hun buren uit de Japanstraat of de Aziëlaan. “Ze kijken ons met de nek aan”, zegt Heleen Massing (25) van het woonwagenkamp, “Maar ze schreeuwen wel vanuit hun achtertuin dat de muziek zachter moet.” Het ongenoegen is wederzijds. “Toen we hier pas woonden, zei ik nog wel eens hallo tegen die mensen. Maar er kwam nooit een reactie”, zegt H. Verkuijt, die naast het woonwagenkamp woont.

Ruzies verpestten de sfeer rond het kamp al vanaf het begin, twee jaar geleden. De bewoners van het kamp scheurden in hun oude auto's met 120 kilometer per uur over de stoep het Burmapad op, zeggen de omwonenden. Dat leidde zelfs tot vechtpartijen tussen huis- en woonwagenbewoners. De politie werd erbij gehaald. Uiteindelijk sloot de gemeente de toegang af. Nu is het woonwagenkamp nog maar aan één kant bereikbaar.

De buurtbewoners klagen. Voordat zij in de wijk kwamen wonen, tekenden zij een verklaring waarin stond dat ze wisten dat het kamp er was. De gemeente wilde voorkomen dat ze later schadeclaims zouden indienen, aldus de eigenaar van een huis naast het kamp: “Maar de afspraken zijn niet nagekomen. Het zou gaan om zes wagens. Maar ze bouwen er van alles bij. Er zou ook een brede groenstrook komen tussen de huizen en het kamp. Nu past er niet eens een struikje tussen mijn achtertuin en hun plaats. We staan te dicht op elkaar.”

Het Burmapad is niet het enige kamp in de nieuwbouwwijk Kerk en Zanen in Alphen. Rond het andere kamp, aan de Marokkostraat, is meer ruimte. De huizen ernaast zijn lager en kleiner. Het contact tussen buurt en bewoners is daar minder moeizaam. “Aardige mensen. En ze hebben alles keurig netjes. Er worden geen auto's gesloopt, zoals je wel eens hoort”, zegt K. van Haren, die in dezelfde straat woont. Maar ook hier is geen sprake van integratie. J. Kraan, buurtbewoner, zegt: “Ze willen toch het liefst op zichzelf zijn. Het zijn echt clans.”

Dat integratie mislukt ligt niet aan de hoeveelheid vierkante meters tussen de 'kampers' en de 'burgers'. “Kampers willen vrijheid”, zegt Tonia van der Ham van het kamp aan de Marokkostraat: “Als je buiten leeft, hoef je niet met zo veel mensen rekening te houden. En we willen bij elkaar zijn, met onze familie. De meeste burgers begrijpen dat niet. Maar we zijn vooral zo hecht geworden omdat ze ons altijd discrimineren. Dan trek je naar elkaar toe.”

De twee kleine woonwagenkampen in de nieuwbouwwijk hebben nog standplaatsen over. De woonwagenbewoners van het grote kamp aan het Goudse Rijpad, buiten de stad, willen er niet wonen. Toch waren die plaatsen juist voor hen bedoeld. Het grote kamp is overvol. Maar alleen een paar mensen die meer ruimte belangrijk vinden, trekken weg. De anderen kiezen voor de gezelligheid en de vrijheid van een groot kamp buiten de stad. “In zo'n wijk krijg ik zeker problemen als ik tot drie uur 's nachts met m'n auto bezig ben”, zegt Aad Verbeek van het Goudse Rijpad, “Ze doen al moeilijk als je overdag de radio aan hebt. Ik ga echt niet in zo'n rot klein kampje wonen.”

“Wij zullen nooit burgers worden”, zegt Heleen Massing van het Burmapad fel. Maar haar buurman, 'ome Arie' Versluis, voorspelt dat er over twintig jaar geen woonwagenbewoners meer zijn. Tot zijn 24ste trok hij met paard en wagen door het land, later met auto en caravan. Hij verdiende zijn geld als scharenslijper, als ijzerkoopman of textielhandelaar. Twintig jaar geleden kwam daar een eind aan. “We moesten op één plaats blijven, in grote kampen. Nu zit ik weggestopt in deze wijk. We raken onze vrijheid steeds meer kwijt. En jongens van ons trouwen steeds vaker met burgermeisjes. Het verschil verdwijnt.”