Zelfdoding dichter na vonnis

ROTTERDAM, 29 JUNI. De Oostenrijkse schrijver Jack Unterweger (43), die gisteren tot levenslange gevangenisstraf en tbs werd veroordeeld wegens moord op negen prostituées, heeft zich vannacht met hulp van kledingstukken opgehangen in zijn cel in Graz.

Unterweger stond bekend als 'de gevangenisdichter'. In 1990 was hij voorwaardelijk vrijgekomen, nadat hij vijftien jaar in de gevangenis had doorgebracht wegens moord op een 18-jarige Duitse vrouw, waarvoor hij levenslang kreeg. Een invloedrijke groep literatoren en politici had zich voor zijn vrijlating ingezet. In de gevangenis had hij zich voorbeeldig gedragen en zich ontwikkeld tot schrijver van voornamelijk autobiografische romans en gedichten. Zijn bekendste boek is het in 1982 verschenen Fegefeuer oder die Reise ins Zuchthaus, dat werd verfilmd door de Oostenrijkse regisseur Wilhelm Hengstler. In de gevangenis gaf hij ook een eigen tijdschrift uit en werkte hij voor een kinderprogramma op de Oostenrijkse radio. Na zijn vrijlating schreef hij draaiboeken, romans en gedichten en regisseerde hij zijn eigen toneelstukken, waarvan het 'Aids-stuk' Schrei der Angst het bekendste is. Meestal nam hij zelf ook de hoofdrol voor zijn rekening. Hij maakte tevens een grammofoonplaat met de titel Wer ist wirklich frei?

In 1990 en 1991 werd een aantal prostituées in Oostenrijk, Tsjechië en de Verenigde Staten door wurging om het leven gebracht. Internationaal onderzoek leidde in elf gevallen naar Unterweger. Hij vluchtte met een vriendin naar de Verenigde Staten, waar hij in februari 1992 in Miami werd gearresteerd. Twee maanden later volgde zijn uitlevering aan Oostenrijk.

Het proces tegen Unterweger trok in Oostenrijk veel aandacht en werd bestempeld als 'het proces van de eeuw'. De acht leden tellende jury achtte hem, met zes stemmen voor en twee tegen, schuldig aan negen van de elf hem ten laste gelegde moorden en aan één geval van het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. De jury had negen uur nodig om tot een uitspraak te komen.

Unterweger zat sinds mei 1992 in Graz in voorarrest. Aan de vooravond van het proces, dat in april begon, liet hij nog het boek 99 Stunden verschijnen, waarin hij zich van alle blaam trachtte te zuiveren. Heowel er geen ooggetuigen waren, leverden deskundigen veel belastende aanwijzingen tegen de schrijver, die voor geen enkel geval een alibi kon leveren. Zo toonde DNA-analyse van een enkele haar die in Unterwegers auto werd gevonden, met grote zekerheid aan dat hij een van de slachtoffers, een prostituée uit Praag, moest hebben gekend. Belastend was ook de verklaring van een forensisch psychiater, die hem een 'narcistisch-sadistische persoonlijkheid' toeschreef. Tijdens zijn voorarrest had Unterweger volgens het ministerie van justitie al drie eerdere pogingen tot zelfdoding gedaan. De rechtszaak werd gisteren voortgezet nadat maandagavond een bomexplosie een schade van 140.000 gulden aan het gebouw had aangebracht. Volgens Unterweger had de bom niets met hem te maken.