Vrijblijvende experimenten van Rietveld-filmers

Vers 94. Eindexamenprodukties afdeling VAV Gerrit Rietveld Academie. Fred. Roeskestraat 96, Amsterdam, Vr 16-21.30u, za zo 13-17u, ma di 10-21.30u; wo 10-16u.

Het is niet erg waarschijnlijk dat de Grolsch Filmprijs - jaarlijks tijdens de Nederlandse Filmdagen toegekend aan een 'jong, aanstormend filmtalent' - voor de derde achtereenvolgende keer terecht zal komen bij een eindexamenproduktie van de Amsterdamse Gerrit Rietveld Academie. Door de eerdere bekroning van Marc de Cloe en het duo Stijn van Santen en Dick Tuinder begon er een misverstand rond te zingen, dat de afdeling VAV (Voorheen Audio-Visueel) van de Rietveldacademie en de verwante Rietwood-groep, meer talent zou herbergen dan de Nederlandse Film en Televisie Academie. Wie kort na elkaar de eindexamenprodukties van beide scholen bekijkt, moet wel tot de conclusie komen dat de door vormgeving en onorthodoxe stilering geobsedeerde Rietvelders zelfs in dat opzicht ver achter blijven bij hun meer professioneel geschoolde collega-studenten van de NFTA.

Aan de inhoud van de Rietveldprodukties kan men beter niet te veel woorden vuil maken; die is duister, pretentieus en ondoordacht. Slechts een van de getoonde films slaagt erin ondanks de op zichzelf staande vormspelletjes te communiceren met een publiek. Ruth Louz, die vorig jaar al een verwante en even interessante visuele fantasie op het thema 'strijken' (met bout en plank) presenteerde, springt er opnieuw uit. Haar korte film Greenhouse Rose laat drie vrouwen in een plantenkas tussen de rozen fantaseren over hun relatie tot een man, steeds gespeeld door dezelfde acteur die als tuinbouwer door de kas rondwaart. Het is een tamelijk pretentieloos, maar gecontroleerd filmpje, vlekkeloos vormgegeven met inventief camerawerk van NFTA-studente Marije Meerman en innemend speels.

Ook De bloeiende Betuwe, een quasi-home movie waarin regisseuse Pépé Smit alle rollen speelt van haar familie in een dorpje aan de Linge, beantwoordt aan professionele normen, mede door de medewerking van de meer ervaren filmmaakster Clara van Gool achter de camera en van producent René Scholten. De zin van deze ongetwijfeld therapeutische onderneming ontgaat me echter enigszins, ook omdat het imiteren van de ongedwongenheid van een amateurfilm per definitie juist het belangrijkste, de naïeve spontaniteit, mist.

De hybridische aard van de andere filmpjes, waarin de basiswetten van scenario, decoupage, montage en technische vakkennis genegeerd worden, doet vermoeden dat dit eerder een noodgedwongen dan een vrije keuze was. Het uitgangspunt lijkt de behoefte te zijn om te provoceren met een onverwachte buitenkant. Het inpakken van het povere persmateriaal in vetvrij papier, dubbelgevouwen als vleeswaren, met een zegeltje 'Gegarandeerd Vers 94' is een fraaie samenvatting van het vrijblijvende, betekenisloze karakter van de hier heersende opvattingen over film.