Vertrouwen in burgemeester Riem van Brunssum opgezegd

MAASTRICHT, 29 JUNI. De gemeenteraad van Brunssum heeft gisteren met grote meerderheid het vertrouwen opgezegd in burgemeester H.W. Riem.

De raad vindt dat Riem, die door justitie wordt verdacht van corruptie en valsheid in geschrifte, zodanig heeft ingeboet aan gezag, dat een respectvol functioneren als burgemeester niet meer mogelijk en wenselijk wordt geacht.

Een motie hierover die gisteren werd aangenomen zal vandaag worden verstuurd naar minister De Graaff-Nauta (Binnenlandse Zaken). De gemeenteraad wil dat de minister met spoed een einde maakt aan de bestuurlijke impasse door de procedure te beginnen voor de benoeming van een nieuwe burgemeester. Riem werd eind 1991 tot burgemeester van Brunssum benoemd en ging in april vorig jaar voor onbepaalde tijd met verlof, toen justitie een onderzoek tegen hem begon.

Riem (53) wordt ervan verdacht steekpenningen te hebben aangenomen van baggerbedrijven, met wie hij zaken deed in de jaren 1984 tot1991, toen hij lid was van Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg. Direct na zijn benoeming tot burgemeester van Brunssum werd Riem benoemd tot commissaris bij een van de bedrijven. Dat betaalde hem 120.000 gulden, de helft als lening en de helft als vergoeding voor het commissariaat. Justitie heeft onderzocht of er sprake is van een vergoeding voor een partij zand van 60.000 kubieke meter, die Riem de baggeraars als gedeputeerde zou hebben geschonken. Bovendien zijn bij diverse huiszoekingen vertrouwelijke stukken van de provincie aangetroffen, waarvan justitie vermoedt dat zij door Riem zijn verduisterd.