Veel obstakels voor meerderheidskabinet

DEN HAAG, 29 JUNI. Een informateur op herhaling, zo kan de nieuwste fase in de kabinetsformatie het best worden omschreven. Opnieuw is de voorzitter van de Eerste Kamer, Herman Tjeenk Willink, op het tapijt verschenen. En net als begin mei toen hij voor de eerste keer werd gevraagd, is het allereerst zijn taak te onderzoeken welke partijencombinatie mogelijk is voor de vorming van een kabinet “dat mag rekenen op een vruchtbare samenwerking met de Staten Generaal”.

Zijn benoeming vloeit voort uit de verdeelde adviezen die de fractievoorzitters van de vier grote partijen gisteren aan koningin Beatrix hebben verstrekt. Omdat uit die adviezen geen meerderheid voor een bepaalde combinatie bleek, moest de koningin wel teruggevallen op de tussenfase met de inmiddels haar vertrouwde informateur. Tjeenk Willink moet nu proberen alsnog die meerderheid voor een bepaalde combinatie helder te krijgen. Daarbij zal hij zich vooral moeten richten op D66 en het CDA. De D66'er Van Mierlo moet aangeven of hij ondanks al zijn reserves toch het gesprek wil aangaan met CDA en PvdA, de twee pijlers van de oude coalitie die op 3 mei zo afgestraft zijn door de kiezers. CDA-fractieleider Brinkman zal zijn tweede voorkeur op tafel moeten leggen, voor het geval zijn favoriete combinatie (CDA, VVD en D66) niet mogelijk is.

Wordt het onderhandelen over een centrum links kabinet of over een centrum rechts kabinet, die vraag hoopt Tjeenk Willink binnen een week te kunnen beantwoorden. Of dat lukt hangt af van de vraag hoeveel omtrekkende bewegingen D66 en CDA noodzakelijk achten om de gewenste duidelijkheid te verschaffen. Met de fractievoorzitters van PvdA en VVD kan Tjeenk Willink snel klaar zijn. Hun voorkeuren zijn eigenlijk al sinds zijn eerste informatieronde die hij op 13 mei afsloot bekend. Mocht paars mislukken dan moest volgens PvdA-leider Kok een coalitie van PvdA, CDA en D66 worden onderzocht, terwijl VVD-fractievoorzitter vond dat dan het onderzoek een CDA, VVD, D66 kabinet aan bod diende te komen. De adviezen die beide fractieleiders gisteren aan de koningin hebben uitgebracht bevestigen deze opstelling.

Kok ondernam gisteren in de persconferentie waarop hij zijn advies toelichtte direct de eerste poging om D66 over de streep te trekken. Hij begreep dat bij D66 de angst leefde voor aanschuiven. Daar kon volgens hem dan ook geen sprake van zijn. “De krachtsverhoudingen zijn ingrijpend veranderd. Het betekent dat de drie partijen vanuit gelijkwaardigheid zullen moeten onderhandelen”, aldus Kok. Tegelijk deed hij een beroep op het verantwoordelijkheidsbesef van de Democraten. Er zijn spanningen in de samenleving, er is de oplopende werkloosheid, de mouwen moeten worden opgestroopt. Dat alles vraagt, aldus Kok, om een “draagvlak in de samenleving en in de politiek”. Met andere woorden: D66 moest het land niet opschepen met minderheidskabinetten.

Het antwoord van Van Mierlo kwam enkele uren later. Was de D66-leider maandagavond, de dag van het mislukken van het paarse avontuur, nog lang niet zo ver om maar te denken over deelname aan een kabinet met PvdA en CDA, gisteren was de toon al een stuk gemoedelijker. Een dergelijk kabinet vond hij nog steeds ongeloofwaardig, maar het was aan CDA en PvdA om het dan maar geloofwaardig te maken. Zo niet, dan moest er toch maar naar een minderheidskabinet worden gekeken, waarbij Van Mierlo aantekende dat zijn partij besefte de moreel-politieke verantwoordelijkheid te hebben ruimte te maken voor zo'n kabinet om het land te kunnen besturen. Maar van belang voor informateur Tjeenk Willink is dat D66 de deur naar samenwerking met de oude coalitie heeft opengezet.

Het volgende obstakel dat Tjeenk Willink aantreft op zijn onderzoek naar een meerderheidskabinet is het CDA. Fractievoorzitter Brinkman vindt dat nu besprekingen moeten worden begonnen tussen zijn partij, de VVD en D66. Hij baseert zich daarbij op de verkiezingsuitslag. In deze combinatie zijn twee winnaars (VVD en D66) vertegenwoordigd, terwijl centrum-links twee verliezers PvdA en CDA) en slechts een winnaar (D66) kent. Maar wat wil Brinkman als gebleken is dat D66 niets voor de centrum-rechtse coalitie voelt? En dat heeft Van Mierlo gisteren in feite al laten weten. Dan zal Brinkman met zijn tweede voorkeur moeten komen. Hoewel die nog niet is uitgesproken mag van een bestuurlijk ingestelde partij als het CDA worden verwacht dat dan de keuze naar centrum-links gaat, en niet naar een minderheidskabinet. Bij het CDA doet zich exact dezelfde situatie voor als in 1989. Toen heette de eerste voorkeur ook samenwerking met VVD en D66. Toen deze door toedoen van D66 niet te realiseren bleek, werd alsnog de stap nmaar de PvdA gezet. Er is alleen een verschil. Sinds 3 mei is ook de prijs voor die samenwerking bekend: 20 zetels verlies. Vandaar dat Brinkman nog wel enige tijd nodig heeft voor het kenbaar maken van zijn tweede voorkeur.