Stöve met veel plezier weer terug 'in het circuit'

LONDEN, 29 JUNI. Bij een lunch in Londen was het niet de tennisster, maar haar coach die werd herkend en een handtekening moest zetten. De 20-jarige Nederlandse Kristie Boogert heeft pas twee keer Wimbledon gespeeld, de 49-jarige Betty Stöve is dit jaar toe aan haar 31ste versie van The Championships.

“Ze vinden me een oude tante als ik het zeg, maar vroeger was het gezelliger”, vertelt Stöve. In de jaren zeventig hadden de tennissters nog geen coaches, geen sparringpartners, geen entourage. Het waren vriendinnen. Stöve dubbelde de ene keer met Francoise Durr, dan met Billie Jean King, vervolgens met Martina Navratilova.

Navratilova bereikte gisteren de halve finale in het enkelspel. Ze is goed genoeg om nog een paar jaar door te gaan, maar heeft op haar 37ste besloten dat er na dit seizoen mee te stoppen. “Ik heb ook tot mijn 36ste gespeeld”, zegt Stöve. “Dat kan, omdat je het spelletje leuk vindt. Dan houd je het heel lang vol. En wat heeft ze anders? Chris Evert stopte om kinderen te krijgen, maar dat kan Martina moeilijk doen.” Navratilova heeft er nooit een geheim van gemaakt dat ze lesbisch is.

“Eens is de maat vol”, verklaart Stöve de beslissing van Navratilova om te stoppen. “Als je verliest van mensen waar je niet van wil verliezen, dan groei je langzaam naar zo'n moment toe. Dat is voor haar natuurlijk veel moeilijker dan het voor mij was. Maar je moet er geestelijk klaar voor zijn. Er is geen respijt, er is geen terugweg na een jaar. Je kan hooguit demonstratiewedstrijden spelen.”

Stöve heeft vier jaar 'niets' gedaan, maar is sinds het voorjaar weer terug 'in het circuit'. Tot 1982 speelde ze zelf, tot 1990 coachte ze Hana Mandlikova, sinds maart begeleidt ze het Nederlandse talent Boogert op de grand-slamtoernooien. De rest van het jaar reist Boogert met de Belgische trainer Jef Gees. Het was voor Stöve een aangename verrassing dat de sfeer in het vrouwentennis de laatste vier jaar opmerkelijk is verbeterd. “Een paar jaar geleden was het haat en nijd”, vertelt ze. De toppers, zoals Steffi Graf en Gabriela Sabatini, sloten zich af van de overige speelsters.

“Je moet je voorstellen dat iedereen hetzelfde beroep heeft, en dat iedereen in dezelfde straat woont. Ze hebben allemaal een huisje met hun eigen coaches, hun eigen papa's en mama's en trainertjes en verzorging. Maar ze durven niet eens suiker bij de buren te halen. Dat is nu weer weg. Er is een grote groep jonge talenten, die allemaal van elkaar winnen. Het gaat er nu weer amicaler toe.”

“Mannen zijn makkelijker, meisjes en vrouwen zijn jaloerser”, verklaart Stöve het verschil. “Als het een man niet bevalt, zegt hij 'kom naar buiten'. Vrouwen dragen het veel langer met zich mee. Ze zijn achterbakser, geniepiger.”

Stöve haalde op Wimbledon in 1977 de finale in het enkelspel en plezierde de Britten door te verliezen van de Engelse Virginia Wade. Bovendien won ze drie dubbeltitels: met Billie Jean King in 1972, en met Frew McMillan in 1978 en 1981. Op de tribune bij de partijen van haar pupil wordt Stöve deze week voortdurend aangesproken. Door Nederlandse fans, door Engelsen en Amerikanen. “Ik ben niet zoveel veranderd”, zegt ze. “Alleen wat magerder geworden.” De Engelsen respecteren de kampioenen uit vroeger dagen. Wimbledon heeft een 'laatste-acht-club'. Kwartfinalisten kunnen altijd terecht op gereserveerde plaatsen. En voor de liefhebbers is er een veteranen-toernooi. Stöve won gisteren voor enige tientallen toeschouwers met de Russin Olga Morozova een dubbel van de Australische Reid en Gourlay. Tom Okker dubbelt deze week met Ilie Nastase.

Stöve is weer begonnen met coachen, omdat Boogert haar dat vroeg. “Iemand die zin heeft om hard te werken, wil ik best op gang helpen. Of ik nu in mijn achtertuin zit of naast de tennisbaan, dat is hetzelfde.” Belangrijk was wel dat Boogert aanvallend speelt, net als Stöve vroeger. “Al die topspin-mensen kan ik niet adviseren”, zegt ze. “Boogert speelt agressief. Dat is aantrekkelijker. Anders moet ik door al die wedstrijden heen gaan zitten kijken. Een baseliner die 20.000 keer tegen een bal slaat, daar ga ik me aan ergeren. Daar kan ik me niet mee identificeren.” Boogert heeft volgens Stöve fantastische mogelijkheden. Ze verloor vorige week in de derde ronde van Lori McNeil, die gisteren eveneens doordrong tot de halve finale, maar ze kan beter. “Ze geeft nog onnodige punten weg, omdat ze mooie dingen wil doen”, zegt Stöve. “McNeil deed dat niet, maar speelde ook niet briljant. Dat kan Boogert wel. Zij kan iets bijzonders laten zien, maar moet met de normale dingen minder fouten maken.”

Boogert is pas twintig jaar. Jong genoeg, vindt Stöve, om nog heel veel te verbeteren. Een commissie van de WTA, de vrouwen-tennisbond, die moet bepalen op welke leeftijd meisjes prof mogen worden, is door Stöve al van advies voorzien. De grens ligt nu op veertien jaar. “Een 14-jarige is helemaal niet rijp om de professionele wereld in te gaan”, zegt Stöve. “Eén toernooi spelen om te ruiken, okee. Maar ze moeten ook naar die perskamer met 150 man. Ik heb Capriati gezien. In het begin is het nog leuk. De fax staat daar, haar huiswerk komt er uit. Maar daarna wordt de druk groter. En moet je presteren. Je hebt contracten, je hebt sponsors. Wat een spelletje was, is dan geen spelletje meer.”

“Jonge kinderen worden nooit moe”, legt Stöve uit. “Die kunnen de hele dag buiten spelen. Maar als ze zestien of zeventien jaar zijn, zijn ze dan nog geïnteresseerd? Dan rijden ze liever op een brommertje. Maar dan zitten ze in het profwereldje en moeten ze presteren. Papa heeft geen baan meer en mama reist met je mee. Dan zijn het geen kinderen meer, maar robots.”