Peymann moet onrust blijven bewaken

WENEN, 26 JUNI. Claus Peymann blijft directeur van het Burgtheater in Wenen. Minister van Onderwijs Rudolf Scholten heeft het contract van de omstreden toneelleider met drie jaar verlengd, tot augustus 1999. Scholtens beslissing maakt een einde aan maandenlang tumult over de vraag of Peymann verzocht moest worden aan te blijven of op te stappen. De sociaal-democraten hebben zich steeds vóór zijn herbenoeming uitgesproken, de conservatieven, onder wie de rechtse populist Jörg Haider, waren fel tegen. Scholten zei tot herbenoeming besloten te hebben, omdat hij wil dat het 'onrustig' blijft rondom het Burgtheater.

Peymann werd in 1986 benoemd tot directeur van het Burgtheater en nam toen een deel van de acteurs mee, met wie hij tot dan toe had gewerkt in het theater van Bochum. Twee jaar later ontstond de eerste rel, toen hij in een interview in Die Zeit Oostenrijk “het riool van Europa” noemde en over het Burgtheater zei: “Men zou dit theater door Christo moeten laten inpakken en afbreken.” In hetzelfde vraaggesprek beweerde Peymann ook dat de toenmalige president van het land, Waldheim, hem in een hotel in de nek gekust had. Niet alleen eisten politieke tegenstanders zijn onmiddellijke aftreden, ook binnen het gezelschap keerde een grote groep zich tegen Peymann. Bij de kranten stroomden de ingezonden brieven over de kwestie binnen.

De kwestie was nauwelijks bedaard of Peymann bracht Thomas Bernhards Heldenplatz op de planken, een stuk waarin Oostenrijk wordt afgeschilderd als een corrupt en fascistisch land. Tegenstanders deponeerden bij de première een berg mest voor de ingang van het Burgtheater. In 1990 stelde de regering een onderzoek in tegen Peymann, vanwege zijn enscenering van Peter Turrini's Tod und Teufel, een door velen als pornografische en blasfemisch ervaren stuk, waarvan de première overigens gewoon doorgang vond.