Onzeker CDA heeft tijd nodig na mislukken paars

Dat de 'paarse' onderhandelingen nu al zijn mislukt, beschouwt menig CDA'er eerder als een complicatie dan als een kans. Want zaterdag wordt de officiële evaluatie van de verkiezingsnederlaag bekendgemaakt.

DEN HAAG, 29 JUNI. 'Paars' mag dan mislukt zijn, de reacties van de Kamerleden van het CDA vertonen tot nu toe geen spoor van tevredenheid, laat staan van triomfalisme. “Laten we de verkiezingsuitslag van 3 mei alsublieft niet vergeten”, zei Tweede-Kamervoorzitter Deetman enkele uren na het bekend worden van het afbreken van de paarse onderhandelingen. “Waarom zouden we triomfalistisch zijn”, vroeg zijn fractiegenoot en mede-CHU'er W. Mateman een dag later. “We zijn echt niet alleen maar een bestuurderspartij, al hebben we wel dat imago. Misschien is dat wel juist ons probleem.”

CDA'ers zijn weer welkom in de coulissen van de macht, maar die ogen minder vertrouwd dan voorheen. In geen enkele coalitie zullen de christen-democraten de hen zo vertrouwde dominante rol kunnen spelen. Bovendien staat geen CDA'er te springen om met de 'paarse' D66-voorman Van Mierlo te gaan regeren die in een sleutelrol in de besprekingen vervult. Daarnaast wacht iedereen in het CDA vol spanning op de evaluatie van de verkiezingsnederlaag die zaterdag door de commissie-Gardeniers bekend zal worden gemaakt. De vraag is of die commissie de positie van partijleider Brinkman meteen onderuit haalt of dat de conclusies alleen maar zijn gezag als formatie-onderhandelaar zullen aantasten.

Het advies dat Brinkman gisteren aan de Majesteit uitbracht om eerst een combinatie van CDA, VVD en D66 te laten onderzoeken wordt alom dan ook beschouwd als een manoeuvre om tijdwinst te boeken en daarmee enige ruimte te geven voor interne discussie. Het is dezelfde optie die de koningin in 1989 van het CDA te horen kreeg, terwijl iedereen toen al wist dat de partij uiteindelijk bij de PvdA uit zou komen.

Het laat zich aanzien dat er met de evaluatie van de commissie-Gardeniers een kritisch rapport aankomt dat ook de koers van de partij en de positie van haar leider, L.C. Brinkman, niet onbesproken zal laten. “De commissie zal nu wel bezig zijn de aanbevelingen in het rapport ijlings bij te schaven nu we misschien toch weer gaan regeren”, zegt een oud-Kamerlid die niet met name genoemd wil worden. Toch verwacht ook hij dat al teveel verwijten het daglicht hebben gezien om de partij met een degelijk maar onkritisch rapport te laten wegkomen. De geest is in zekere zin uit de fles.

Zo schreef oud-fractievoorzitter uit de Eerste Kamer A. Kaland een brief naar de commissie die, zo zegt hijzelf, zeer kritisch is over de koers en de leiding van de partij. De commissie heeft beloofd de brief als bijlage bij het rapport te publiceren. Oud-CHU'er Kaland waarschuwde al eerder voor de dominante bestuurscultuur in de partij en het in zijn ogen te slaafs volgen door de Tweede-Kamerfractie van het regeringsbeleid. Ooit betitelde Kaland die fractie zelfs als 'stemvee' en had hij kritiek op Brinkman, die volgens hem onfatsoenlijk was omgegaan met de VVD door eerst vorig jaar met hen eerst een WAO-akkoord te sluiten en vervolgens, onder druk van het kabinet, weer te breken.

Van Kaland is bekend dat hij de noodzakelijke katharsis na de Grote Nederlaag van zijn partij liever in de oppositie ziet plaatsvinden dan in de regering. Andere vooraanstaande leden als W. Albeda en medewerkers van het wetenschappelijk instituut delen die mening.

Behalve Kaland stuurden ook twintig oud-Tweede Kamerleden een brief aan de commissie die ze lieten uitlekken in de pers. Daardoor kon de commissie niet heen om hun zware kritiek op de koers en cultuur van de partij en hun aanmerkingen op de positie van Brinkman. Die kritiek kwam er op neer dat, mede door het voortdurend regeren, de cultuur te hiërarchisch en conventioneel is geworden. Die bestuurscultuur liet volgens de briefschrijvers te weinig ruimte voor trouw aan de uitgangspunten van de partij: terug naar de 'zorgzame samenleving' waarbij maatschappelijke organisaties zoals sociale partners de ruimte krijgen en de overheid terugtreedt. “Telkens als dat werd geprobeerd, blokkeerden onze bestuurders in gemeenten of rijk dat weer”, klaagt één van de oud-Kamerleden.

Daarnaast hekelen de twintig de koers van de partij als“onberekenbaar” en “onbetrouwbaar”. In de WAO en AOW-discussie werden bestaande rechten van arbeidsongeschikten en bejaarden aangetast, eerst door het kabinet en de fractie, later ook door de verkiezingsprogramcommissie. Hoewel de oud-Kamerleden het niet uitdrukkelijk schrijven, kan uit hun brief worden opgemaakt dat Brinkman zich teveel met die koers identificeerde. Hij hield immers lange tijd vast aan bezuinigingen op bestaande WAO-gevallen en verdedigde aanvankelijk in tal van bejaardenhuizen de vierjarige bevriezing van de AOW. De fractievoorzitter mag dan als minister van WVC pleitbezorger van de 'zorgzame samenleving' zijn geweest, als oud-ambtenaar kent hij niet de maatschappelijke organisaties van binnenuit die volgens de kritici het hart van die samenleving vormen.

Nog voordat het rapport-Gardeniers is uitgekomen lijkt Brinkman zich de kritiek te hebben aangetrokken. Drie weken geleden, op de partijraad van het CDA, trok hij al uitgebreid het boetekleed aan en erkende het draagvlak voor diepe ingrepen in de verzorgingstaat te hebben overschat. En eergisteren zei hij dat het paarse onderhandelingspakket waarover PvdA, VVD en D66 uiteindelijk geen overeenstemming hebben kunnen bereiken, “wel erg veel forse maatregelen bevat”. Na zijn bezoek aan de koningin, gisteren, maakte Brinkman dan ook duidelijk het “evenwicht tussen degelijk en sociaal” anders te willen leggen. Het klonk als een buiging naar Gardeniers.