Onderzoek: afval zeer geschikt als kippevoer

WAGENINGEN, 29 JUNI. Afval uit keukens en slachterijen, resten van gewassen en pluimveemest kunnen, na bewerking, goed worden benut als voer voor kippen. Die toepassing kan van grote betekenis zijn voor ontwikkelingslanden, waar mens en pluimvee elkaar beconcurreren bij de consumptie van maïs, tarwe en soja. Bovendien kan door het gebruik van afval voor pluimveevoer het milieu aanzienlijk worden ontlast.

Dit blijkt uit de studie Poultry feed from waste - processing and use van dr. A.R. El Boushy en dr.ir. A.F.B. van der Poel van de vakgroep veevoeding van de Landbouwuniversiteit Wageningen, die vandaag wordt aangeboden aan minister Bukman (landbouw, natuurbeheer en visserij).

Het gebruik van deze niet-traditionele grondstoffen kan een belangrijke bijdrage leveren aan de vermindering van het voedseltekort in ontwikkelingslanden. El Boushy en Van der Poel stellen dat bij de verwachte bevolkingsgroei van zes miljard nu tot tien miljard in 2050 het hergebruik van afval voor kippevoer zelfs onvermijdelijk is.

De enorme groei van de hoeveelheden mest, afval van slachterijen en looierijen en resten van groenten en fruit, heeft onderzoekers ertoe gebracht de benutting van deze vuilnis als veevoer te onderzoeken. Pluimveevoer dat nu wordt gebruikt bevat 50 tot 60 procent maïs of tarwe, die rijk zijn aan koolhydraten en 15 tot 20 procent sojaschroot, dat veel eiwit bevat. Wanneer dat voer wordt vervangen door plantaardig of dierlijk afval kunnen granen en peulvruchten in de toekomst exclusief worden gebruikt voor menselijke voeding. Door het hergebruik van het afval kunnen eieren en kippevlees bovendien goedkoper worden geproduceerd, wat eveneens een bijdrage levert aan de vermindering van ondervoedingsproblemen in ontwikkelingslanden. Thans eet de Westerling gemiddeld 240 eieren per jaar. Japan loopt voorop met 355, in Nederland ligt de gemiddelde consumptie op 172. In ontwikkelingslanden ligt het gemiddelde gebruik op vijftig per persoon per jaar. In het Westen wordt twintig kilo kip per persoon per jaar gegeten, in ontwikkelingslanden ongeveer vier kilo.

Door technologische bewerking is het mogelijk veel soorten afval kiemvrij te maken. Deze vorm van afvalverwerking leidt, zo voorspellen de onderzoekers, bovendien tot het ontstaan van nieuwe industrie-vormen (inzameling van mest en afval, verwerking etc.), wat een belangrijke bijdrage aan de werkgelegenheid kan zijn. De Nederlandse veevoedingsindustrie zou op haar beurt kunnen profiteren door machines en deskundigheid te exporteren.

Volgens de onderzoekers is het zelfs mogelijk van kippemest na sterilisatie weer kippevoer te maken. De mest zou daartoe eerst biologisch moeten worden afgebroken door huisvliegen en aardwormen. De rest van het verwerkingsproces bestaat uit aërobe vergisting, oxydatie en omzetting door alg-culturen. Grote hoeveelheden afval kunnen zo bruikbaar worden gemaakt. Alleen al in Nederland wordt jaarlijks 700.000 ton kippemest geproduceerd. Daarnaast kunnen ook restprodukten van de slacht bruikbaar worden gemaakt als voeder, zoals organen en veren.

Plantaardig afval dat overblijft bij de verwerking van tomaten, aardappels en fruit, zoals sinaasappelen, appels, druiven en dadels kunnen ook worden aangewend bij deze produktie, evenals brouwerij-afval en keukenafval. Voedselresten zouden betrokken kunnen worden van kazernes, ziekenhuizen, bejaardenoorden, internaten en restaurants en als goedkope grondstof kunnen dienen voor pluimveevoeders. Groente- en tuinafval kan hiervoor overigens niet geschikt worden gemaakt.

De onderzoekers wijzen er op dat pluimvee een redelijk ontwikkelde smaakzin heeft en dus niet erg geneigd is het tot voedsel omgewerkte afval te eten. Daar kan echter iets aan gedaan worden door toevoeging van smaakstoffen, als aspartaam en thaumatine. Indien die stoffen goed worden gekozen hebben ze geen invloed op de smaak van de eieren.