Oeso: rooskleurig beeld van Portugal

PARIJS, 29 JUNI. Portugal kan dit jaar een economische groei verwachten van 1,2 procent en van 2,3 procent in 1995. Maar die opleving biedt voorlopig weinig soelaas op de arbeidsmarkt. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) verwacht dat het werkloosheidspercentage zal oplopen tot bijna 7 procent.

In het gisteren verschenen jaarlijkse rapport schetst de OESO een rooskleurig toekomstbeeld van de Portugese economie. Door de lagere loonkosten, een groei van de exportmarkt en een daling van de rente zal de economie aantrekken. Maar de produktiegroei blijft onder haar mogelijkheden, waardoor de werkloosheid verder zal stijgen van 5,5 procent in 1993 tot 6,4 procent dit jaar en 6,9 procent in 1995.

De aanhoudend grote werkloosheid drukt verder weliswaar de inflatie, maar volgens de OESO zal die niettemin dit jaar blijven schommelen tussen de 5,5 en 6 procent om pas in 1995, misschien, onder de 5 procent te duiken. De in Parijs gevestigde organisatie wijt de trage neergang van de inflatie aan de lagere koers van de escudo waardoor geïmporteerde produkten relatief duur zijn en aan de hoge prijzen in de 'beschermde' (semi-)staatssector.

In Portugal kreeg de staat vooral na de Anjerrevolutie van 1974 economisch een dikke vinger in de pap. Tal van bedrijven werden genationaliseerd en de overheid bepaalde de prijzen in vele sectoren. Na de toetreding tot de Europese Gemeenschap in 1986 werd dat beleid op de helling gezet.

Volgens de OESO zijn deregulering en privatisering het meest doorgevoerd op financieel terrein. De buitenlandse investeringen in de banksector tussen 1986 en 1992 vlogen daardoor omhoog en het aantal banken verdubbelde. Die ontwikkeling staat in schril contrast tot de onvoldoende voortgang bij de introductie van concurrentie op andere terreinen, zoals de woningbouw, het verzekeringswezen en het openbaar vervoer.

Het terugdringen van de inflatie is onderdeel van de zogenoemde convergentiepolitiek van de Portugese regering om gelijke tred te houden met de economieën van de EU-partners. Stabiele wisselkoersen stonden en staan daarbij voorop. Dat beleid kwam vorig jaar onder druk te staan. In mei werd de escudo gedevalueerd, voor de tweede keer in zes maanden tijd.

Volgens de OESO houdt Lissabon vast aan het primaat van koersstabiliteit. De escudo heeft de monetaire crisis van vorig jaar zomer redelijk doorstaan. De rente is sindsdien gezakt. Maar de OESO wijst erop dat de geldmarkttarieven nog altijd 4 procent hoger liggen dan in Duitsland.