LAATSTE MAN

Na amper twee weken dreigt er al een ernstig misverstand, het misverstand dat Romario de hoogste vorm van voetbal vertegenwoordigt. Natuurlijk, een aantal kwaliteiten van Romario kan niet ter discussie staan. Er is nagenoeg niemand sneller op de eerste meters. Er is bijna geen spits te vinden die zo vanzelfsprekend met de bal omgaat. Romario is daarom de voetballer die intuïtief handelt, die aan een seconde genoeg heeft om een wedstrijd naar zijn hand te zetten.

En toch is er iets irritant aan de man. Nee, niet die arrogant jengelende kleuterogen waarmee hij tegenstanders een gele kaart probeert aan te praten. Er schuilt ergernis in zijn spel. Zoals gisteravond tegen Zweden. Hij raakt de hele eerste helft hooguit drie ballen: onder andere een afstandsschot in de 36ste minuut en een kaatsend tikje in de 43ste. Voor het overige steekt hij geen poot uit. Hij staat maar te wachten totdat Leonardo en Rai hem komen bedienen.

En dan ineens die derde minuut van de tweede helft. Romario krijgt op de as van het veld de bal, knijpt tussen drie Zweedse verdedigers uit en scoort met zijn rechterteen. De bal lijkt houdbaar. Zo traag, zo doorzichtig gespeeld ook. En toch moet doelman Thomas Ravelli hem laten gaan, hoewel bij hem eveneens de gekte uit de ogen spat en hij derhalve enig inzicht in zijn tegenstander zou moeten hebben. Romario heeft zijn plicht weer gedaan. Iedereen staat op de banken voor hem. Niemand refereert dus aan het doelpunt van Kenneth Andersson 25 minuten eerder, dat voor het oog veel mooier en ook technischer is geweest.

Waarom dan toch dat misverstand? Omdat het moment van Romario kennelijk lekkerder is dan de continuïteit van bijvoorbeeld Andersson. Romario is de drug in het veld. Romario bezorgt je een flash die zo snel over is dat je meteen weer naar een nieuwe verlangt. Romario is de voetballer van de junks. Kortom, hij bevredigt een behoefte die we elders in het maatschappelijk verkeer afkeuren. Vandaar dat misverstand.